Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#119 Zachtmoedigheid, vrede, vertrouwen en wereldse afleidingen.

Allereerst: dank voor de antwoorden op mijn twee eerdere vragen, de ene over verslaving en de andere over het zien van een roep om liefde. Ik was blij met deze antwoorden en lees ze nog steeds af en toe door. Mijn vrienden vertellen me nog altijd dat ik geen gedragsverandering moet nastreven, maar alleen maar hoef te kijken naar wat mijn ego doet. Op enig niveau vertrouw ik erop dat ik mijn lessen zal leren. Sinds ik met de bestudering van Een cursus in wonderen begon heb ik het gevoel dat ik niet langer echt zoekende ben. Ik heb het gevonden, en nu moet ik oefenen. Mijn grootste blokkade, of struikelblok, is nog steeds de tegenstelling tussen de afleidingen van de wereld en God, tussen wat het ego biedt en God. Ik weet dat de vrede van God alles is wat ik verlang. En tegelijkertijd wil ik kennelijk niét de vrede van God. Soms, wanneer ik een glimp van de vrede van God ervaar, voel ik een soort vriendelijke droefheid, omdat ik dan weet dat het al zo’n groot geschenk is, zoveel beter en lieflijker dan al deze wereldse afleidingen.

Antwoord: Vertrouwen en zachtmoedigheid zijn essentieel voor het beoefenen en toepassen van de Cursus, die je blijkbaar aan het leren bent. Dit betekent meer en meer vertrouwd raken met je innerlijke leraar, en meer en meer een persoonlijke relatie met Jezus of de Heilige Geest ontwikkelen. Dan zul je, op de momenten dat je niet in je ego zit, helder weten wat het meest liefdevol voor jou is – een gedragsverandering, of eenvoudig je ego in actie waarnemen, in het volle bewustzijn van wat je doet en wat dat jou kost, en jezelf dan niet veroordelen omdat je zo weerspannig bent.

We hebben allemaal een gespleten denkgeest, en we gaan allemaal heen en weer tussen de gaven van het ego en de gaven van Jezus. Dat is normaal, en dit hoeft ons niet te verbazen. Dit is de manier waarop we leren dat we ons hebben vergist, maar niet zondig zijn: “Zoon van God, jij hebt niet gezondigd, maar je hebt je wel zeer vergist” (T10.V.6:1). We leren dat de wereld een projectie is van onze eigen gedachten, “de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5). Het gaat er dus om die lering te verwelkomen, iedere gelegenheid te verwelkomen om te leren dat je je alleen maar inbeeldt dat de wereld de macht heeft de vrede van God van je weg te nemen. Bang zijn voor ‘afleidingen van de wereld’ geeft ze alleen maar macht; dan zul je nooit leren dat het verzonnen is. Het doel is een staat van innerlijke vrede te bereiken die door niets kan worden verstoord, ongeacht wat er gebeurt. Als je geïsoleerd en afgezonderd blijft, ga je er vanuit dat iets buiten jou de macht heeft de vrede van God weg te nemen. Dat is dwaas. Het zou behulpzamer zijn om na een periode van toegeven aan je ego naar Jezus te gaan en hem te vertellen wat je allemaal gedacht en gedaan hebt, en dat je beseft dat je tégen hem koos, maar dat je ook beseft dat zijn liefde voor jou niet aangetast is, en dat je op zekere dag niet zo bang meer zult zijn om zijn liefde voor jou en jouw liefde voor hem, het centrum van je leven te laten zijn. De pijn om die liefde uit je leven te weren zal uiteindelijk te zwaar worden om te dragen, en zo zal de hoeveelheid tijd die je besteedt aan het toegeven aan je ego geleidelijk minder worden. Maar nogmaals: dit betekent niet dat je niet geleid kunt worden een gedragsverandering door te voeren als een manier om de pijn die je jezelf toebrengt te verminderen. Die gedragsverandering zul je dan niet opvatten als een offer, maar als een uiting van zachtmoedigheid tegenover jezelf.