Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#196 Is het nodig dat men zich slachtoffer of dader voelt?

Voelt men zich werkelijk meestal het slachtoffer van de buitenwereld? Ik ben als kind misbruikt en daarom leek het leven ondraaglijk tot ik de zonde en schuld zelf op me heb genomen en me voelde als de dader. Hoe kan dit worden uitgelegd?

Antwoord: Je vraag lijkt minstens voor tweeërlei uitleg vatbaar. Het kan zijn dat je bedoelt dat je de rol van dader op je hebt genomen in latere relaties in je leven als volwassene. Maar het kan ook zijn dat je bedoelt dat je wat je als kind als slachtoffer hebt ervaren een nieuwe interpretatie geeft, en ervoor gekozen hebt jezelf enige verantwoordelijkheid en zelfs controle toe te kennen in verband met die situaties, zodat je in zekere zin degenen die jou misbruikt hebben tot slachtoffer maakt (ongewilde zwangerschap, moeilijke geboorte, chronische kinderziekten). Of misschien had je nog een andere betekenis in gedachten. Maar ongeacht de specifieke betekenis, het antwoord is in principe hetzelfde.

Wanneer we onszelf als dader zien, voelen we op een bepaald niveau altijd dat onze aanvallen gerechtvaardigd zijn als verdediging tegen het feit dat wij slachtoffer geweest zijn op momenten dat wij hulpelozer en minder krachtig waren. We verlangen de macht te grijpen als bescherming tegen deze krachten van buitenaf, zodat wat ons in het verleden is overkomen nu niet meer kan gebeuren, zelfs al riskeren we dat we zonde en schuld eveneens in onszelf zien. Maar – tenminste op een onbewust niveau – we blijven ons altijd vereenzelvigen met de slachtofferrol. In dit verband zegt Een cursus in wonderen dat “alle verdedigingen juist doen wat ze geacht worden te verdedigen” (T17.IV.7:1). Of we ons nu in het heden macht toe eigenen of het verleden herinterpreteren om die macht met terugwerkende kracht op te eisen, ons doel is onszelf verdedigen tegen het gevoel kwetsbaar en in gevaar te zijn. Maar we betwijfelen de veronderstelling dat we kwetsbaar en in gevaar zijn nooit. Deze veronderstelling kan alleen maar voortkomen uit een vergissing over onze identiteit – we zien als onszelf als dit beperkte fysieke zelf.

Deze dynamiek wordt beschreven in de paragraaf “Zelfconcept tegenover Zelf” aan het einde van het Tekstboek. Sprekend over het gezicht van de onschuld, merkt Jezus op: “Dit aspect gaat nooit als eerste in de aanval. Maar iedere dag plegen honderden kleinigheden nietige aanslagen op zijn onschuld, wekken zijn irritatie, en zetten het tenslotte aan tot openlijke belediging en geweld. Het gezicht van de onschuld, dat door het zelfconcept zo trots wordt vertoond, kan een aanval als zelfverdediging wel gedogen, want is het geen welbekend feit dat de wereld ruw omspringt met weerloze onschuld?” (T31.V.3:3-4; 4:1).

We verdedigen ons allemaal met een hele reeks strategieën tegen de zonde en de schuld van de afscheiding die diep in onze denkgeest begraven liggen. Om te begrijpen hoe deze strategieën werken, moeten we inzien dat elk ervan de bedoeling heeft onze denkgeest uit beeld te houden. Dat wil zeggen dat we onze aandacht blijven richten op de wereld waarin we schijnbaar leven en op onze reacties daarop, in plaats van ooit in contact te komen met de werkelijke schuld die diep in onze denkgeest begraven ligt en die niets te maken heeft met de buitenwereld. Als kind misbruikt worden is een deel van de strategie, maar uitvallen tegen anderen als verdediging tegen de machteloosheid die we voelen omdat we misbruikt zijn, is gewoon een ander deel daarvan. Maar als we eenmaal de waarheid aan het licht brengen dat het twee kanten zijn van dezelfde ego-munt, dan kunnen we openstaan voor een nieuwe keuze, op een totaal ander niveau. Slachtoffer en dader zijn beide onjuiste rollen die we op ons nemen om de afscheiding levend en werkelijk te houden in ons denken. Maar wanneer we ze allebei als onwaar zien, kan de waarheid over Wie wij zijn – de onschuldige Zoon van een Allen-liefhebbende Vader – uiteindelijk in onze denkgeest dagen.