Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#193 Is het ‘Onze Vader’ een gebed volgens de begrippen van de Cursus?

Het ‘Onze Vader’, dat verondersteld wordt rechtstreeks door Jezus gegeven te zijn, lijkt de wereld en zonde werkelijk te maken en vereist Gods betrokkenheid in ons leven. Hoe kunnen we dit vanuit het gezichtspunt van de Cursus verklaren en wat is een voorbeeld van een geschikt gebed in de ‘droom’?

Antwoord: Aangezien de Evangeliën ongeveer 50 jaar na de dood van de historische Jezus opgeschreven zijn, is het niet zeker dat al deze verhalen een nauwkeurige weergave zijn van wat hij werkelijk heeft gezegd. In feite hebben Bijbelgeleerden vastgesteld dat Jezus de meeste uitspraken die in de Evangeliën opgenomen werden, waarschijnlijk niet gezegd heeft. Het is dan ook niet gezegd dat het ‘Onze Vader’ rechtstreeks van Jezus afkomstig is. Het stemt overeen met al wat de Bijbel onderwijst, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Daarin worden zonde en de wereld heel werkelijk gemaakt, zoals je zelf zegt. Vanuit het gezichtspunt van Een cursus in wonderen, is de enige verklaring hiervoor dat het onderricht van de Bijbel niet het onderricht van de Cursus is. Ze zijn niet hetzelfde en kunnen alleen als tegenstelling met elkaar vergeleken worden, aangezien de Cursus begrippen gebruikt die in de Bijbel worden gevonden, maar een andere interpretatie krijgen.

Een gebed in de droom is uiteindelijk bedoeld om ons eraan te herinneren dat we een denkgeest hebben met het vermogen om te kiezen. Ten overstaan van elk conflict of verontrustende situatie, kan ons gebed eenvoudigweg zijn: “broeder, kies opnieuw” (T31.VIII.3:2). In dit gebed ligt de erkenning besloten dat we al een keuze gemaakt hebben. Het is deze keuze, en niet de situatie, die de werkelijke oorzaak van onze ellende is, en we kunnen ‘opnieuw kiezen’. Dit is een heel eenvoudig gebed, maar om het oprecht te zeggen en de hierboven genoemde implicaties te aanvaarden kan grote weerstand oproepen. Het vraagt dat we de volle verantwoordelijkheid voor onze keuze nemen, en ook voor de hachelijke situatie waarin we verkeren. Hoewel de Cursus leert dat het gebed volgens dit proces verloopt, komt de Cursus ons op onze vele verschillende leerniveaus tegemoet. Omdat wij het nodig hebben de kracht van onze denkgeest in symbolische vorm te ervaren, zijn er gebeden die we tot God onze Vader, of de Heilige Geest richten. Veel ervan zijn hele mooie ‘gebeden’, die eerder tot ons hart spreken dan tot God, die geen gebeden hoort (T16.VII.12). Ze worden ons gegeven om ons te helpen in contact te komen met het ware verlangen van ons hart en moedigen ons aan een andere keuze te maken. Dit is het gebed van het hart waar het Handboek naar verwijst, in tegenstelling tot het ‘gebed om specifieke zaken’ (H21.2:4-5). Dit gebed van het hart verwijst naar wat wij waarlijk verlangen.

De Cursus zegt ons ook dat ons gebed wordt gehoord en dat we daadwerkelijk ontvangen wat we vragen. Ons ‘gebed’ is altijd maar voor één van deze twee dingen: de interpretatie van het ego of die van de Heilige Geest. We ontvangen wat we oprecht verlangen. Dit heeft vanzelfsprekend plaats op het niveau van de denkgeest waar de keuze wordt gemaakt. Het gevolg van ons gebed zal in de droom ervaren worden in de vorm van vrede (een afspiegeling van onze keuze voor de Heilige Geest) of in de een of andere vorm van conflict (een afspiegeling van onze keuze voor het ego). De details doen er niet toe. De intentie van ons hart, onze bereidwilligheid is altijd het belangrijkste. We ‘bidden’ wanneer we bereidwillig naar binnen kijken om te herkennen naar wiens stem we verkozen hebben te luisteren. Met dit proces bezig zijn geeft aan dat we er al voor gekozen hebben om naar het ego te luisteren. Dan hebben we de kans onszelf af te vragen of dit is wat we werkelijk willen horen en, zoals we in het begin al hebben gezegd, dan kunnen we nu opnieuw kiezen.

We weten dat we werkelijk naar de Heilige Geest luisteren, door de vrede die we uiteindelijk ervaren: “Het deel [van je denkgeest] dat luistert naar de Stem namens God is kalm, altijd in rust en volkomen zeker. Het is in werkelijkheid het enige deel dat er is. Het andere deel is een ongebreidelde illusie, uitzinnig en verscheurd, maar zonder enige vorm van werkelijkheid. Probeer er vandaag niet naar te luisteren. Probeer je met dat deel van je denkgeest te vereenzelvigen waar voor altijd stilheid en vrede heerst. Probeer te horen dat Gods Stem jou liefdevol roept en je eraan herinnert dat jouw Schepper Zijn Zoon niet heeft vergeten” (WdI.49.2). Ons ‘gebed’ is het luisteren hiernaar.