Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#191 Zijn alle relaties ‘speciaal’? Zelfs die met onze kinderen?

Ik zou graag iets willen weten over ‘speciale relaties’. Is iedere relatie waarin liefde een rol speelt, een speciale relatie? De relatie met je kinderen bijvoorbeeld? Volstaat het als er slechts één persoon de Cursus bestudeert?

Antwoord: De Cursus zegt dat iedere relatie speciaal is, of we het nu een liefdesrelatie of haat-relatie noemen. Het ego gebruikt iedere relatie om schuld over onze beslissing om ons van God af te scheiden, op de ander te projecteren. De relatie gebruiken voor het doel van projectie is een aanval. De Cursus noemt dat haat. Iedere speciale relatie is daarom eigenlijk een haat-relatie, in sommige gevallen vermomd als ‘liefde’. Het ego identificeert iedere persoon als een lichaam en gaat met anderen om als een lichaam, wat volgens de Cursus opnieuw een vorm van aanval is op de Zoon van God, die niet een lichaam is. Projectie van schuld en waarneming van het lichaam als identiteit van een ander zijn de basiskenmerken van de speciale relatie.

Hoewel we ons hiervan doorgaans niet bewust zijn, speelt deze dynamiek in iedere relatie. Het is moeilijk om dit concept toe te passen op relaties met onze kinderen omdat de wereld het ouderschap verheerlijkt. We gebruiken kinderen en familie om uitdrukking te geven aan onze ‘liefde’ zoals het ego het definieert. De zorg, betrokkenheid en aandacht die we aan kinderen geven is niet de liefde zoals de Cursus deze definieert; ze maken onderdeel uit van de dynamiek die het ego heeft gemaakt als ‘pseudo-liefde’, die in feite een vervanging is voor de Liefde van God. Deze vervanging, of surrogaat, is een ander belangrijk kenmerk van de speciale relatie. Iedere persoon of elk ding dat gebruikt wordt in een poging om de leegte te vullen die ontstaan is door onze schijnbare afscheiding van God, is ‘speciaal’ in de termen van de Cursus.

Kinderen passen perfect in het plan van het ego, omdat het ‘leven’ hun geschonken is door hun ouders, die hopelijk in al hun behoeften voorzien, nodig voor groei en levensonderhoud. Ze komen in de wereld terwijl ze volkomen afhankelijk zijn van de zorg van anderen. Het disfunctioneren van ouderschap komt deels door het geloof, van de kant van de ouders, dat kinderen eveneens in hún behoeften zullen voorzien. Deze wederzijdse afhankelijkheid, waarin ieder overeenkomt een offer te brengen om zodoende de eigen behoeften te laten bevredigen, is de ‘handelsovereenkomst’ waarvan het ego beweert dat het iedereen veiligheid en ‘geluk’ oplevert. Soms lijkt het te werken, maar meestal gaat het gepaard met veel pijn en conflicten, voortkomend uit intense gevoelens van schuld.

De Cursus geeft hiervan een levendige omschrijving: “Alle speciale relaties hebben zonde tot doel. Want ze behelzen een marchanderen met de werkelijkheid, waaraan de schijnbare eenheid wordt aangepast. Vergeet dit niet: marchanderen is beperken, en elke broeder waarmee je relatie beperkt is, haat jij. Jij probeert je misschien in de naam van de ‘billijkheid’ aan de handelsovereenkomst te houden, waarbij jij van jezelf af en toe een betaling eist, maar wellicht vaker van de ander. Zo probeer je met die ‘billijkheid’ de schuld te verzachten die voortvloeit uit wat als doel van de relatie is aanvaard. En om die reden dient de Heilige Geest de bedoeling ervan te veranderen, om ze voor Hem bruikbaar en voor jou onschadelijk te maken” (T21.III.1).

Net als met alles wat de Cursus onderwijst, volstaat hier dat slechts één persoon in de relatie een student van de Cursus is. Het toepassen van de Cursus vraagt alleen dat je zorgvuldig kijkt naar je eigen oordelende gedachten in je relaties en dat je onder ogen ziet dat het doel van het ego in allemaal de werkzame factor is. Dat doel is altijd om de afscheiding werkelijk te maken en ons geloof te versterken dat we een eigen wereld kunnen maken, een wereld die onze behoeften beter kan vervullen dan God ooit zou kunnen. We doen dit voor niemand anders dan voor onszelf.

Wanneer je de manoeuvres van het ego gaat doorzien en in de gaten krijgt dat de pijn komt doordat je je met het egodenksysteem van afscheiding, schuld en aanval hebt verbonden, kun je je tot de Heilige Geest wenden. Het denksysteem van de Heilige Geest herinterpreteert alles wat het ego heeft gemaakt. Zo kun je hulp vragen. Die hulp betekent niet dat iemand in je droom moet veranderen, maar dat je Zijn doel voor jezelf aanvaardt. Hoewel dit misschien geen enkele verandering brengt in de vorm van de relatie, zal het doel ervan getransformeerd worden. In de Cursus zegt Jezus: “… dat de Heilige Geest jou niet van je speciale relaties wil beroven, maar ze wil transformeren. En daarmee wordt alleen bedoeld dat Hij ze de functie zal teruggeven die door God daaraan gegeven is. De functie die jij eraan gegeven hebt is zeer zeker niet gelukkig maken. Maar de heilige relatie deelt Gods bedoeling, in plaats van ernaar te streven daar een surrogaat voor te maken. Iedere speciale relatie die jij hebt gemaakt, is een surrogaat voor Gods Wil, en verheerlijkt de jouwe in plaats van de Zijne op grond van de illusie dat ze van elkaar verschillen” (T17.IV.2:3-7). Uiteindelijk, wanneer je dit steeds meer beoefent, wordt de pijn van speciale relaties vervangen door de vrede van de heilige relatie.