Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#185 Is deze wereld deel van Gods droom?

Als de wereld die ik waarneem niet werkelijk is, betekent dat dan niet dat alle mensen die daarin rondlopen, inclusief ikzelf, niet werkelijk zijn? En zou dat dan niet betekenen dat alleen God werkelijk is, en dat het God is die deze droom droomt?

Antwoord: De eerste drie punten uit je rijtje kloppen: de wereld is niet werkelijk, iedereen in de wereld is niet werkelijk en alleen God is werkelijk. Wat daar niet uit voortvloeit is dat God de droom droomt. God is geen deel van de droom, juist omdat Hij werkelijk is en een droom een illusie is. ‘Werkelijk’ en ‘illusie’ sluiten elkaar wederzijds uit. De ‘ontbrekende persoon’ in jouw vergelijking is de denkgeest van de afgescheiden Zoon, die de dromer is van de droom. Dit is de jij tot wie de Cursus zich richt en hij leert ons om ons hiermee te vereenzelvigen. We hebben ons ten onrechte geïdentificeerd met het personage in de droom, de droomfiguur – de ‘jij’ die je denkt te zijn; de ‘jij’ die niet werkelijk is. Dit heeft bij ons veel verwarring veroorzaakt.

Een cursus in wonderen verklaart als volgt hoe dit heeft kunnen gebeuren: wanneer de denkgeest ervoor kiest te geloven dat afscheiding van God niet alleen mogelijk maar ook werkelijk is, dan is het alsof de denkgeest in slaap valt en een droom van afscheiding droomt. In deze droom raakt de denkgeest die droomt vereenzelvigd met de figuur in de droom. Alles wordt nu op z’n kop gezet. De wereld wordt werkelijkheid voor ons. Ze wordt niet langer gezien als de droom die ze is, en we raken verloren in haar illusies, totaal onbewust van het feit dat we dromen. Dat is hoe de kracht van ontkenning werkt. Wat ontkend wordt is de keuze in de denkgeest om zich af te scheiden van God en vervolgens deze droom te dromen, waar God afwezig is en niet kan binnentreden. De identiteit als dromer van de droom wordt ontkend of vergeten, en vervangen door een identiteit als de figuur in de droom.

Deze identiteitscrisis is het doel van het ego. Daarmee ontlopen we de verantwoordelijkheid voor de oorspronkelijke keuze in de denkgeest om zich af te scheiden, en de beslissing om die keuze te ontkennen. Het doel van de Cursus is om ons te leren dat we in werkelijkheid de dromer van de droom zijn. Hij leert ons dat we het vermogen hebben om een lucide dromer te worden – ons ervan bewust dat we dromen – en dat we de macht hebben om ook een andere keuze te maken. Als we, als lucide dromer, ons gewaar worden dat we een nachtmerrie van afscheiding dromen die de bron is van al onze pijn, zullen we uiteindelijk beseffen dat we kunnen ontwaken uit deze droom. De Cursus zegt: “Jij hebt een slaap verkozen waarin je boze dromen hebt gehad, maar die slaap is niet werkelijk en God roept je op te ontwaken. Van je droom zal niets overblijven wanneer je Hem hoort, omdat je zult ontwaken. Je dromen bevatten veel egosymbolen en die hebben jou verward. Maar dat kwam alleen doordat jij sliep en niet wist. Wanneer je ontwaakt zul je de waarheid rondom je en in je zien, en je zult niet langer in dromen geloven omdat ze voor jou niet werkelijk meer zijn. Maar het Koninkrijk en al wat jij daar geschapen hebt, zal grootse werkelijkheid voor jou bezitten omdat dat alles schitterend en waar is” (T6.IV.6:3-8).

Het kan behulpzaam zijn om dit te vergelijken met de ervaring van een kind dat een droom heeft. Zijn ouders zijn niet in de droom en zijn zich er ook niet van bewust dat het kind een nachtmerrie heeft. Terwijl hij slaapt lijkt de nachtmerrie echt en angstaanjagend voor het kind. Pas als hij wakker wordt beseft hij dat hij droomde en veilig in zijn bed ligt, en dat zijn ouders er zijn om hem te troosten, terwijl ze hem verzekeren dat de droom niet echt was.