Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#184 Angst en onzekerheid over de vraag of in mijn behoeften wordt voorzien

Ik had laatst een helder ogenblik. Ik realiseerde me plotseling dat al de vormen van mijn speciaalheid om het lichaam draaien, en dus moeten ze allemaal tot niets leiden, evenals het lichaam zelf. Vreemd genoeg deprimeerde dit me niet – ik voelde voornamelijk opluchting. Het ogenblik, vredig als het was, was echter niet blijvend en de angst kwam terug. En nu wil ik graag dat jij mij verzekert dat er niets is om bang voor te zijn, zodat ik terug kan keren naar de vrede.

In de paragraaf “Regels voor beslissingen” van Een cursus in wonderen zegt Jezus dat ik de dag kan hebben die ik wens. Maar ik weiger constant om de stappen te zetten die hij aangeeft, omdat ik niet geloof dat hij me geeft wat ik nodig heb. Kun je hem hierin op zijn woord geloven? Als de dag die ik wens inhoudt dat ik me gelukkig voel en niet bang ben, is dat wat hij me geeft? Als de dag die ik wens inhoudt dat ik omringd word door mensen van wie ik houd, geeft hij me dat dan? En als ik vind dat ik andere dingen nodig heb, zoals eten, seks, warmte en water? Zal hij me dat geven? Ik ben bang dat Jezus, die immers geen lichaam is, me deze dingen niet geeft omdat hij niet denkt dat ik ze nodig heb. Ik denk niet dat deze dingen me gelukkig maken, maar ik denk wel dat ik zonder deze dingen niet gelukkig ben.

Ik begrijp uit het verhaal van Helen en haar wimper, dat niet Jezus maar mijn eigen denkgeest mij parkeerplaatsen geeft. Maar mag ik toch nog een tijdje blijven denken dat Jezus me deze dingen geeft? Op die manier is het makkelijker te accepteren voor mij. Ik wil beslist niet voor mijn eigen geluk moeten zorgen omdat het me overduidelijk is dat ik niet weet hoe dat moet.

Antwoord: Wat heb je jezelf in een lastig parket gebracht! Je weet dat je niet weet hoe je voor je geluk moet zorgen, maar je vertrouwt het Jezus ook niet toe. Er is niets mis mee als je wilt blijven denken dat hij in je behoeften voorziet, maar omdat je betwijfelt of hij dat wel wil, zorg je er eigenlijk voor dat dit op mislukking uitdraait, zowel voor jou als voor hem. Omdat je hem dan de schuld kunt geven als jij het gevoel hebt dat je iets tekort komt.

Jezus wijst erop dat “alleen jij jezelf van iets kunt beroven” (T11.IV.4:1). Wíj zijn het die geloven dat we offers moeten brengen en onszelf moeten straffen voor de zonde van afscheiding en aanval waarvan we onszelf beschuldigen. Zolang dit geloof ten grondslag ligt aan onze manier van denken, projecteren we bewijzen van schaarste en gebrek op uiteenlopende gebieden in ons leven. Maar het doel van de Cursus is niet om ons te leren hoe we fysiek en emotioneel voor onszelf moeten zorgen, maar hoe we de liefde moeten ontdekken die diep in onze denkgeest begraven ligt, zodat we weten dat werkelijke overvloed – liefde – ons toebehoort.

Wanneer Jezus ons in de “Regels voor beslissingen” (T30.I) zegt hoe we de soort dag kunnen hebben die we wensen, dan heeft hij het alleen over de inhoud, niet over de vorm. Daarom stimuleert hij ons om al onze beslissingen samen met hem of met de Heilige Geest te nemen, in plaats van met het ego, die de bron is van ons geloof in schaarste, gebrek en ontbering. Want dan zal ons eigen idee van wat we nodig hebben en wat ons gelukkig maakt, niet in de weg staan. Maar zolang we nog denken dat we een lichaam zijn, is het lastig niet te geloven dat we zelf weten wat op zijn minst enkele van onze behoeften zijn.

Wanneer je je tot Jezus wendt in je denkgeest, zelfs wanneer je hem om hulp vraagt voor specifieke behoeften, dan heb je op dat moment je geloof in gebrek en beperking opzij gezet. Nu houdt Jezus zich in werkelijkheid niet met vorm bezig – het is altijd onze denkgeest die daarover beslissingen neemt. Wanneer je echter pas met de Cursus bezig bent, merk je misschien dat je denkgeest die ervaring van zijn liefde vertaalt in de vormen die jij meent nodig te hebben. En dus is je ervaring dat Jezus je helpt in de wereld. Daar is niets mis mee; het kan je heel goed helpen jezelf toe te staan vertrouwen in hem te ontwikkelen. Maar na verloop van tijd ga je je realiseren dat je werkelijke behoefte en verlangen vrede is, zoals je ervaarde tijdens je inzicht over speciaalheid. Dus wat er in de wereld van vorm en met jouw lichaam gebeurt, wordt van minder zorg en je focus komt steeds meer te liggen op wat er in je denkgeest gebeurt.

Dit betekent beslist niet dat aan de behoeften van je lichaam niet meer wordt voldaan. Als je de behoefte om jezelf te straffen loslaat, dan wordt je lichaam na verloop van tijd simpelweg een neutraal instrument dat zonder zorg of angst van jouw kant functioneert (WdII.294.1). Maar als er nog vergevingslessen te leren zijn, dan blijft je denkgeest de schuld buiten in de wereld projecteren als een fysiek probleem of een behoefte van je lichaam. Maar nu zie je de wereld niet als een gevangenis waarin jij dingen ontbeert, maar als een klaslokaal waarin jou de gelegenheid wordt geboden om de schuld bloot te leggen die diep in je denkgeest begraven ligt en geprojecteerd wordt als schaarste en gebrek. En je doel is dan om de schuld in je denkgeest te genezen en niet zozeer om je druk te maken om de vorm ervan in de wereld. En dat is waar Jezus je echt mee kan helpen. Want hij weet dat de schuld niet werkelijk is en dat tekort onmogelijk is. Door je dit te realiseren, samen met hem, zal vrede je toevallen.

Zie ook V#172 over dit onderwerp.