Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#176 Opheldering over de 2e en de 3e splitsing

Ik ben de workshop over ‘Afscheiding en vergeving’ uit 1989 opnieuw aan het bekijken. Kun je alsjeblieft de tweede en derde splitsing doornemen? Het lijkt bijna alsof ze elkaar overlappen.

Antwoord: De tweede splitsing staat voor de gespleten denkgeest die zich verdeelt in de juist gerichte en de onjuist gerichte denkgeest, respectievelijk het denksysteem van de Heilige Geest en dat van het ego.

De derde splitsing vindt alleen binnen het onjuist gerichte ego plaats. Het is de uiting van de pogingen van het ego om de afscheiding intact te houden. Dit doet het door zich eerst af te splitsen van de juist gerichte denkgeest en vervolgens zijn zondige afgescheiden zelf (wat we zelf A* noemen) in twee componenten te splitsen: zelf B* en zelf C*. Zelf C is de geprojecteerde opslagplaats voor zonde (wat eerder deel uitmaakte van zelf A) waardoor het afgescheiden zelf B zondeloos wordt. Met andere woorden: het afgescheiden en zondige zelf A minus zonde (zelf C) resulteert in een afgescheiden en zondeloos zelf (zelf B). A – C = B.

Dit alles wordt (samen met de eerste en de vierde splitsing) veel gedetailleerder beschreven in Kenneth’s boek The Message of A Course in Miracles: Alle are Called, hoofdstuk 2 en 3. Houd in gedachten dat dit schema enkel een symbolische poging is de dynamiek uit te beelden van het denksysteem van het ego dat Een cursus in wonderen uiteenzet. Deze dynamiek focust op de strategie van het ego om ons ons afgescheiden zelf te laten behouden, maar zonder de zonde die Gods bestraffende toorn over ons zou brengen. Want de zonde ligt nu bij een ander (zelf C), die de straf verdient die wij heimelijk zelf denken te verdienen.

* noot vertaler: Zelf A, B en C zijn geen begrippen uit de Cursus, maar komen uit een schema uit bovengenoemd boek van Kenneth Wapnick dat het egoprincipe van ontkenning en projectie verduidelijkt. Door de vermeende zonde in het afgescheiden zelf (zelf A) in zichzelf te ontkennen en bij een ander te zien (zelf C), lijkt het afgescheiden zelf nu zondeloos (zelf B); deze zonde en schuld zijn echter alleen verdrongen, niet vergeven.