Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#174 Hoe kan ik misbruik vergeven?

Hoe gaat Een cursus in wonderen om met ernstige verwonding? Ik heb jarenlang geworsteld met de ongelijkheid tussen ouders en kinderen, gefocust op het misbruik dat ik ondergaan heb op alle niveaus. Met als gevolg een ontwikkelingsachterstand, hoewel ik heel intelligent ben. Ik heb twee vragen:

V#174a: Hoe kan ik kwaad vergeven? Wat mij overkwam is kwaad, wat zijn oorsprong had in het ontlopen van verantwoordelijkheid en regelrechte gewelddadigheid – emotioneel, spiritueel, mentaal en persoonlijk.

V#174b: Wat ben ik? Wat betekent het om een spiritueel schepsel te zijn (mijn lichaam bestaat uit licht) en tegelijkertijd in een wereld te leven, gemaakt uit haat, conflict en macht?

Antwoord: De wereld is een wanhopige, wrede plek, vol van de gevolgen van kwaadaardige gedachten. Mensen kunnen ontzaglijk gemeen en beestachtig zijn jegens elkaar, en degenen over wie ze macht hebben misbruiken - net zoals ze zelf vaak misbruikt zijn door degenen die macht over hen hadden. Het is een vicieuze cirkel waar geen ontkomen aan lijkt. Toch is het wel degelijk mogelijk hieraan te ontkomen, als we bereid zijn te kijken onder het oppervlak van onze snelle oordelen over goed en kwaad, en van ons gemakkelijke onderscheid tussen schuldig en onschuldig.

Nu is er misschien een manier waarop je kunt begrijpen wat jouw ouders bewoog om je zo te behandelen, maar dat betekent niet dat er enige rechtvaardiging voor is. Toch herken je ook dat vasthouden aan oordelen en pijn je alleen maar in de val houdt van mentale angst. Dat werkt verlammend en weerhoudt je van het ervaren van de vreugde en vrede die, zo wordt ons verzekerd, ons door God gegeven erfgoed is (WdI.104).

De Cursus erkent dat “angstige mensen kwaadaardig kunnen zijn” (T3.I.4:2). Je dit bewust zijn bevat de sleutel voor bevrijding van onszelf en ieder ander uit de macht van het kwaad. Het is angst en niet aangeboren slechtheid die ieder van ons aanzet kwaadaardige gedachten in daden om te zetten. Niemand in de wereld is immuun voor het hebben van kwaadaardige gedachten: dat is de aard van het denksysteem van het ego, dat we met z’n allen delen. Sommigen van ons slagen er beter in hun openlijke gedrag te beteugelen dan anderen. Maar woede, grenzend aan moordzucht, sluimert in de denkgeest van elk van ons, tótdat we leren hoe we de schuld moeten blootleggen die voedsel geeft aan die woede, en toelaten dat deze schuld geneest in het licht van de vergeving van de Heilige Geest. Het ego is volledige, totale duisternis – er is geen enkel licht binnen zijn nauw verzegelde grenzen. En we zoeken allemaal tastend onze weg en struikelen zonder hoop, zolang we ons blijven identificeren met zijn kwaadaardige doeleinden.

We zijn één in het delen van het onjuist gerichte ego, hoewel de manier waarop we er uitdrukking aan geven in ons leven verschillend kan zijn. Maar totdat we zijn aanwezigheid binnenin ons erkennen, blijven we vastzitten in niet werkende pogingen ons te verdedigen tegen de schuld en de zelfhaat die de onvermijdelijke metgezellen zijn van ons geloof in innerlijke duisternis. We zijn erop uit die schuld buiten onszelf op anderen te projecteren. En dus slaan we om ons heen en willen anderen verantwoordelijk houden voor de pijn die voortkomt uit het gevoel dat we van liefde afgescheiden zijn. Sommigen vinden sociaal aanvaarde, maar nog steeds door het ego gemotiveerde manieren om dit overweldigende gevoel van pijn en schuld te kanaliseren. Anderen uiten het rechtstreeks en bekommeren zich weinig of helemaal niet om het effect ervan op anderen. Dus zij worden de verkrachters, de moordenaars, de misbruikers van kinderen. En het wordt gemakkelijk om zonde en schuld bij hen te zien, als een verklaring van onze eigen ‘onschuld’. Toch is wat hen drijft niet anders dan wat ons allemaal drijft zolang we deze onbewuste dynamiek niet hebben blootgelegd, zodat de genezing kan beginnen. Dus de eerste stap naar onze eigen genezing – nadat we onze veroordeling van de moordenaar, de verkrachter, de misbruiker onder ogen hebben gezien – is de gemeenschappelijke ‘menselijkheid’ te herkennen die we met z’n allen delen: een wanhopige identiteit vol pijn, die het eigenbelang en het eigenbehoud boven alles stelt. Dat doen we allemaal, alleen is onze dekmantel misschien beter.

Als we om te beginnen ons kunnen realiseren dat onze pijn dezelfde is als die van ieder ander – en alleen pijn brengt ons ertoe op krankzinnige wijze te handelen – dan hebben we de deur opengezet naar een barmhartiger kijk op onszelf en op ieder ander, met meer compassie. Want dan beginnen we in te zien dat elke wreedheid die iemand begaat, alleen een verdediging is tegen de schuld en pijn van binnen - dezelfde schuld en pijn die we allemaal ervaren.

Dat betekent niet dat we onze eigen ervaringen van misbruik moeten ontkennen. Maar we kunnen een stap verder gaan dan de pijn te erkennen die we hebben gevoeld door toedoen van iemand anders. En die stap zullen we nemen wanneer we klaar zijn om aan de pijn voorbij te gaan. De gebeurtenissen in het verleden zelf zijn niet het probleem in het heden, maar de interpretatie die we aan deze gebeurtenissen blijven geven. De Cursus voorziet ons van een andere manier om naar deze gebeurtenissen in het verleden te kijken en helpt ons te begrijpen wat het motief op een dieper niveau was voor deze gewelddadige handelingen. En ook hoe we diezelfde diepere motivatie delen, zolang we ons eigen leven leiden volgens de richtlijnen van het ego. Alleen dan kunnen we inzien dat we in het heden de keuze hebben om verlost te worden van de pijn van onze zelfveroordeling.

We zoeken allemaal een manier om onze pijn kwijt te raken, maar we denken en handelen blindelings op een manier die ons pijn blijft toebrengen. Het zijn onze oordelen over en aanvallen op anderen die alleen maar het geloof in afscheiding versterken, wat het fundament is van het ego denksysteem. Wanneer we de inhoud van angst gaan herkennen in de wreedheid van het ego – van iemand anders of onszelf –, dan kunnen de oordelen waaraan we vasthouden gaan oplossen. Dan zijn we begonnen onze aandacht te verleggen van het eigenbelang van het ego naar het gedeelde belang van de Heilige Geest, Die inziet dat we allemaal verenigd zijn in dezelfde behoefte aan verlossing van de schuld en pijn van het egodenksysteem. Gezamenlijke belangen herkennen is een weerspiegeling van de liefde waar we allemaal intens naar verlangen en van de Eenheid die we met z’n allen delen, als de heilige en onschuldige Zoon van God. Deze Identiteit overstijgt het gezamenlijke ego en zijn manifestaties, waaruit de illusie van het kwaad is voortgekomen.