Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#168 Hoe ga ik om met schuldgevoelens jegens iemand die overleden is?

Ik heb enorme schuldgevoelens over een relatie met een dierbare die onlangs is overleden. Ik voel dat ik zijn vergeving nodig heb. Ik weet dat Een cursus in wonderen zegt dat hij nergens ‘heengegaan’ is. Maar in praktische zin zal ik hem in deze wereld van waarneming nooit meer zien. Soms is de gedachte hieraan ondraaglijk. Hoe ga ik hiermee om? Ook bracht zijn dood allerlei schuldgevoelens en zelfhaat naar boven, die helemaal niet met hem in verband lijken te staan. Hoe komt dat?

Antwoord: De ervaring van een rouwproces is inderdaad complex, of je nu student van de Cursus bent of niet, en misschien wel juist als je Cursusstudent bent. Het proces brengt de gevoelens teweeg die je beschrijft, en nog meer, want de dood is een van de belangrijkste verdedigingsmechanismen van het ego, zo niet het belangrijkste. Het brengt onvermijdelijk gevoelens naar boven, die allemaal verband houden met wat je op je dierbaren hebt geprojecteerd. Een diep gevoel van verlies is normaal en het is heel belangrijk dat je mild bent voor jezelf in de manier waarop je met je verlies omgaat. Je gevoelens ontkennen of de principes van de Cursus gebruiken om ze te ontzenuwen, helpt niet en kan je voortgang in de acceptatie van het verlies van je geliefde in de weg staan.

Tegelijkertijd is veel van wat de Cursus leert van toepassing op de situatie die je beschrijft en kan dit heel behulpzaam zijn. Omdat je op dit moment midden in je verdriet zit, is het waarschijnlijk verstandig deze overwegingen in een rustig tempo te overdenken. Houd je ermee bezig wanneer je behoefte voelt om aan je gevoel van verlies voorbij te gaan, en leg ze terzijde op tijden wanneer je gewone gevoelens oprijzen.

Een van de meest troostrijke aspecten van de vergeving die de Cursus leert, is dat je de gelegenheid om te vergeven nooit kwijtraakt. Dat komt omdat wat je waarneemt als niet-vergeven in een relatie, feitelijk een projectie is van de een of andere vorm van niet-vergeven van jezelf; immers: “Alle aanval is een aanval op je Zelf” (T10.II.5:1). Daarom is het nooit te laat voor vergeving en is het niet erg dat de persoon van wie je vergeving nodig lijkt te hebben niet langer bij je is. Wát de specifieke omstandigheden in de relatie ook waren, het oordeel dat een of andere ‘zonde’ begaan is jegens de ander, is wat anders moet worden bezien.

De Cursus zegt dat je door middel van je speciale relaties probeert de schuld en zelfhaat te verzachten, die je voelt omdat je je van God hebt afgescheiden. Deze relaties zijn gebaseerd op de projectie van deze schuld en zelfhaat, hoe je dit ook camoufleert. Wat lijkt op een vorm van aanval vol venijnige haat jegens iemand anders, is alleen maar een geprojecteerde versie van je eigen zelfhaat. Dat is alles wat het ooit is. Om te beginnen lag deze zelfhaat al ten grondslag aan de wisselwerking binnen de relatie. De aanvallen, schijnbaar naar buiten op anderen gericht, zijn aanvallen op jezelf. Dit verklaart waarom je de schuld en zelfhaat rechtstreeks ervaart, nu je geliefde niet meer bij je is. Want nu worden ze op jezelf geprojecteerd.

De Cursus leert je dat een aanval jegens jezelf of een ander er nooit toe doet, omdat elk deel van het Zoonschap - inclusief jijzelf - ongeschonden blijft, ongeacht je aanvallen. “Het verraad van Gods Zoon ligt alleen in illusies, en al zijn ‘zonden’ beeldt hij zichzelf slechts in. Zijn werkelijkheid is eeuwig zonder zonde. Hij dient niet vergeven, maar gewekt te worden. In zijn dromen heeft hij zichzelf, zijn broeders en zijn God verraden. Maar wat in dromen is gedaan, is niet werkelijk gedaan” (T17.I.1:1-5). Het enige dat overblijft is jezelf vergeven voor de gedachte dat je je geliefde werkelijk pijn kon doen, of dat jouw gevoelens van zelfhaat op een of andere manier de waarheid over jezelf kunnen aantasten. Ze hebben geen effect. Geloven in de interpretatie van het ego – je hebt een zonde begaan die straf verdient, je moet je er schuldig over voelen, daarom is je zelfhaat gerechtvaardigd – dát is de vergissing. Wanneer de Cursus je zegt “de Zoon van God te vergeven voor wat hij niet heeft gedaan” (T17.III.1:5) dan heeft dit betrekking op je broeders én op jezelf.

Nogmaals, het is heel normaal dat je de persoon van wie je houdt mist, en de Cursus is er heel duidelijk over dat gevoelens niet ontkend moeten worden. Zelfs na de dood kan de Heilige Geest een speciale relatie transformeren in een heilige relatie. Je hoeft alleen maar bereid te zijn om het onheilige eigenbelang dat je in je relatie hebt uitgeleefd, te herkennen, jezelf hiervoor te vergeven, en toelaten dat de Heilige Geest je relatie opnieuw interpreteert binnen je denkgeest. Aldus kan de relatie genezen worden. Deze genezing zal het gevoel van verlies en verdriet verlichten. Dit is wellicht makkelijker toe te passen dan proberen jezelf ervan te overtuigen dat de dood niet bestaat, wanneer je in feite intens verlies voelt. Het is de gedachte van afscheiding die pijn binnen je relaties veroorzaakt, niet de feitelijke aan- of afwezigheid van iemand anders. Jezelf vergeven voor wat je je broeder niet hebt aangedaan en zowel zijn als jouw zondeloosheid aanvaarden, brengt de vrede die de plaats inneemt van je verdriet en verlies.