Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#156 Welke stem is de auteur van de Cursus?

Een cursus in wonderen is heel nieuw voor mij. Ik heb het voorwoord verschillende keren gelezen in de hoop antwoord te krijgen op deze vraag: Wie is de auteur van het boek? Is het de Stem, de Heilige Geest, Christus? Helen zegt dat de Stem haar de tekst dicteert. Hoe kan deze Stem anders zijn dan God als het de Stem van God is? Ik heb vooral problemen wanneer in de tekst wordt overgegaan op de eerste persoon. Tot wie moet ik mij mentaal richten? Als ik al lezend geïnspireerd wordt, dan wordt mijn begrip of mijn ‘verdiept zijn’ afgeleid van wat ik lees door mijn denkgeest die nadrukkelijk vraagt: “Wie is dit?”

Antwoord: Helen Schucman identificeerde de 'stem' die ze hoorde als die van Jezus. Ze had hier geen enkele twijfel over toen ze de Cursus optekende. (Zie V#110) Dus de uitspraken in de Cursus die in de eerste persoon staan, hebben betrekking op Jezus. Maar de stem is niet de stem van God, en Jezus zegt evenmin dat hij namens God spreekt. Volgens de Cursus spreekt God geen woorden tot ons in de droom, noch 'hoort hij onze gebeden'. De 'stem' is anders dan God omdat hij deel uitmaakt van de droom. Het is een afspiegeling van de waarheid, maar niet de waarheid zelf. Zoals zo duidelijk gesteld wordt in het Werkboek: “God is” (WdI.169.5:4) en in Zijn Wezen kent Hij alleen de waarheid over ons, die zegt dat wij Zijn enige Zoon zijn en de Hemel nooit verlaten hebben.

Je vindt het antwoord op je vraag als je begrijpt hoe de Cursus gebruik maakt van symbolen. Deze symbolen behelzen 'personen' zoals Jezus, de Heilige Geest, beelden, woorden en ook de Cursus zelf. Ze staan allemaal symbool voor dat deel van de denkgeest van het Zoonschap dat zich God herinnert. Zij reflecteren de waarheid over wie we zijn en vormen, allemaal op hun eigen manier, de herinnering aan onze waarheid, alsmede de gids die ons helpt naar God terug te keren. De Cursus verwijst in het bijzonder naar de Heilige Geest als de “Stem namens God”, wat betekent: de Stem die namens God spreekt, en als “Gods Stem”. Het is duidelijk dat dit een metafoor is omdat God geen stem heeft en, zoals hiervoor opgemerkt, niet tot ons spreekt in de droom. Wanneer de Cursus ons uitnodigt om te 'vragen' – hetzij aan Jezus, aan de Heilige Geest of aan God – dan nodigt hij ons eigenlijk uit ons tot het juiste deel van onze denkgeest te wenden voor leiding. Hij gebruikt symbolen en metaforen omdat we ons zo weinig bewust zijn van het feit dat we een denkgeest hebben. In zijn wijsheid gebruikt de Cursus alle symbolen voorzichtig en doelbewust. Hij komt ons op ons eigen niveau tegemoet en gebruikt dualistische taal voor onderricht dat non-dualiteit reflecteert. Hij lijkt te impliceren dat God een persoon is, Die onze gebeden hoort, ons antwoordt, zelfs “huilt”, omdat Hij hunkert naar onze terugkeer. Dit zijn allemaal metaforen die gebruikt worden om ons te helpen begrijpen dat we geliefd zijn, niet veroordeeld voor onze schijnbare zonde, zoals het ego ons vertelt. Je kunt de metafoor gebruiken die je het meest behulpzaam vindt.

Het is behulpzaam deze beelden en symbolen te gebruiken, totdat we leren dat we daadwerkelijk een juiste denkgeest hebben en rechtstreeks toegang daartoe hebben. Dan hebben we waarschijnlijk geen enkel symbool nodig en hoeven we niet te 'vragen'. We hebben dan de waarheid over onszelf aanvaard als geest, niet als lichaam; onschuldig, niet schuldig. Vanuit het juiste deel van onze denkgeest vloeit het liefdevolle antwoord op elke situatie door ons heen. Het is echter belangrijk dat je je bewust bent van elke weerstand, zoals jij dat blijkbaar tot dusver tijdens je studie was. Ons doel met de studie en het in praktijk brengen van de Cursus is om te leren dat we een denkgeest hebben en dat we een keuze hebben. En dat er een andere manier is om naar elke situatie in de droom te kijken, dat onze manier gebaseerd is op het geloof dat de afscheiding echt is, en dat de Heilige Geest en Jezus hier zijn om ons te leren dat de afscheiding niet bestaat. Nogmaals, het is niet belangrijk tot wie we onze vragen richten, of welke mentale beelden we gebruiken. Het is belangrijk dat we vragen, en niet afgaan op de gebruikelijke interpretatie van ons ego.