Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#155 Waarom ervaar ik nog steeds angst en paniekaanvallen?

Ik ben sinds iets minder dan een jaar student van Een cursus in wonderen. Ik wil graag nadere uitleg over iets dat ik zojuist in het Tekstboek gelezen heb. Jezus spreekt over “de onmiddellijkheid van de verlossing”, en hij zegt dat iemand deze onmiddellijkheid niet ervaart omdat er nog altijd een kleine wens is om afgescheiden te zijn en vast te houden aan schuld en aan niet-vergeven. Ik lijd al tien jaar aan heel heftige paniekaanvallen. Ik aanvaard en erken volkomen dat ik deze toestand zelf heb veroorzaakt vanwege onjuiste gedachten, die voortkomen uit mijn wens om afgescheiden, schuldig en niet-vergevend te zijn en waar ik aan vasthoud. Het is mijn diepste verlangen om gezond te worden en deze onjuiste opvattingen los te laten, omdat ik de pijn van het lijden aan deze angst compleet ondraaglijk en onaanvaardbaar vind. Maar ook al erken ik van harte mijn verantwoordelijkheid en ben ik eerlijk bereid om mijn onjuiste opvattingen te laten corrigeren, toch blijf ik lijden. Waar zit mijn vergissing? Waarom zijn mijn oprechte erkenning en bereidheid niet voldoende om het wonder voort te brengen, de onmiddellijkheid van de verlossing, zoals Jezus belooft?

Antwoord: In de paragraaf waarnaar je verwijst noemt Jezus de ruimte die wij in stand houden tussen onszelf en onze broeder klein, maar dat betekent niet dat we onze enorme investering om die afstand zo te houden, moeten minimaliseren. Onze identificatie met dit zelf dat we denken te zijn wordt in stand gehouden doordat we blijven geloven in de afscheidingsgedachte in onze denkgeest, en deze projecteren naar de buitenwereld als ruimte tussen ons lichaam en dat van onze broeder. Daarom zijn we verschrikkelijk bang dit zelf te verliezen als we nu al onze grieven en aanvalsgedachten helemaal loslaten. Jezus merkt over deze angst op: “De verlossing zal de ruimte wegvagen die jij nog tussen jullie ziet, en jullie terstond één laten worden. En je bent bang dat juist hier het verlies zou liggen (T26.VIII.3:4-5).

Dus gaat het erom de diepte van je angst, die in je paniekaanvallen wordt weerspiegeld, te leren respecteren. Het doel is om samen met Jezus naar je angst te kijken en zijn hulp te vragen om de diepere bron en de bedoeling ervan te begrijpen. Deze liggen begraven in het deel van je denkgeest dat zijn individuele, afgescheiden bestaan in stand wil houden. Het is ook belangrijk om geduld te hebben met jezelf en te onderkennen dat dit een proces is dat vrijwel zeker tijd zal vergen. Je verzetten tegen je gevoelens duwt ze alleen maar weg en dat houdt de intensiteit ervan in stand.

Verlossing is onmiddellijk in die zin dat de altijd aanwezige vrede in jouw denkgeest op elk moment door jou ervaren kan worden, mits je bereid bent – al is het maar tijdelijk – je investering in zonde, schuld en angst los te laten. Je ervaart vrede totdat je opnieuw voor schuld kiest omdat je je weer met het ego en met angst identificeert. Als je elke keer opnieuw oefent, waartoe je nu bereid bent, dan begin je je te realiseren dat dat geen zonde is, alleen een verkeerde keuze in jouw denkgeest, waarvan je je in toenemende mate bewust wordt.

Je schrijft niet of je professionele hulp gezocht hebt voor je paniekaanvallen. Als je zoekt naar uiterlijke middelen (zoals een dokter, een therapeut of medicatie) om je te helpen met je klachten om te gaan, kan dat in feite een uitdrukking zijn van je bereidwilligheid jezelf niet langer als afgescheiden en alleen te zien. Het is alleen maar goed om jezelf open te stellen voor de hulp die je nodig hebt in een vorm die je nu kunt accepteren (T2.IV.4,5; H5.II.2,3).

Andere vragen, die op verschillende manieren relevant zijn voor de vraag die jij stelt en die je misschien wilt lezen, zijn V#128, V#142 en V#148.