Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#152 Omgaan met angst voor eenwording met God

V#152a Op enkele plaatsen in de tekst en in de lessen zegt Jezus dat we “in God zullen verdwijnen” aan het einde van de tijd. Eerlijk gezegd vind ik het idee dat ik in God zal verdwijnen niet leuk. Ik weet wel dat dit mijn ego is die spreekt en ik aanvaard het feit dat we dit hele gedoe alleen maar dromen, en dat ik al in God verdwenen ben en daar niet ben weggegaan, want ik ben hier zogezegd nog steeds. Toch, diep in mijn hart, ben ik echt bang om alles te verliezen wanneer ik ophoud met dromen. Dit is waarschijnlijk de reden waarom ik nog steeds droom. Ik begrijp dat Jezus en de Heilige Geest me zachtjes wakker maken door middel van de Verzoening en dat voelt goed. Maar “verdwijnen in God” voelt en klinkt als opgaan in het niets. Kun je me helpen met mijn angst?

V#152b Verdwijnt volgens Een cursus in wonderen de wereld met alles erin waar ik van houd, wanneer ik ontwaak uit de droom? Ik vraag dit omdat ik het leven niet slechts beschouw als de bron van zonde, schuld en angst. Ik wil de herinneringen niet verliezen aan geliefden en aan ogenblikken van schoonheid, moed, creativiteit en dergelijke, die ik in mijn bestaan gekend heb, ook al zijn ze illusoir.

Antwoord (a): De meeste mensen die met de Cursus werken hebben hetzelfde gevoel als jij. Ze zijn bang dat “in het Hart van God verdwijnen” hetzelfde is als in vergetelheid raken of in het niets verdwijnen. Het is heel normaal dat je je zo voelt en je moet niet proberen jezelf hier uit te praten. Dat gezegd hebbende, is het toch overduidelijk dat het alleen het ego is die, in de aanwezigheid van liefde, uiting geeft aan zijn eigen angst voor de ondergang. Wanneer we ons met het ego identificeren – wat we altijd doen wanneer we waarde hechten aan ons individuele bestaan – dan zijn we beslist bang voor onze terugkeer naar de Eenheid van de Hemel. Maar Jezus is zich bewust van ons dilemma – hoewel het dilemma niet echt is – dus hij verzekert ons telkens weer op heel veel plaatsen in de Cursus dat we pas uit deze nachtmerrie zullen ontwaken wanneer we er klaar voor zijn. Het is een proces dat rekening houdt met onze angst, en voortgaat al naar gelang onze gereedheid. Zoals je gemerkt hebt, is zijn aanpak mild en troostend: “Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd” (T16.VI.8:1 zie ook: T27.VIII.13).

Voordat we ontwaken is er een tussenstadium, waarin we doorgaan met ons leven hier, maar met minder schuld, minder angst, minder boosheid enzovoort. We voelen ons hoe langer hoe meer op ons gemak met een andere manier van hier zijn, terwijl we leren dat we ons beter voelen wanneer we vergeven in plaats van innerlijk te koken van haat, grieven en pijn omdat we concurrerende belangen en doelen zien. Geleidelijk laten we onze identificatie met de waarden die het ego ons voorhoudt los en beginnen we ons te identificeren met de waarden van vergeving die Jezus ons voorhoudt. Met andere woorden: het is niet zo dat we onszelf verliezen en dan gewoon verdwijnen. Eerder is het zo dat er een verschuiving plaatsvindt in waar we ons mee willen identificeren en dát is wat we worden.

Je kunt het proces vergelijken met een reis met veel haltes, maar zonder exacte dienstregeling. Je stopt onderweg op verschillende plaatsen en je raakt vertrouwd met het nieuwe klimaat en het nieuwe uitzicht. Naarmate je verdergaat op je reis leer je je reisleider beter kennen en voel je je meer op je gemak bij hem. Hij dwingt je nooit uit een plaats te vertrekken waar je niet echt vandaan wilt en hij blijft bij je tot je klaar bent om verder te gaan. Hij maakt je niet ondergeschikt aan een dienstregeling. Wanneer hij je vertelt dat de volgende bestemming nog leuker is, dan kies je er zeer waarschijnlijk voor om je reis voort te zetten, want alles wat hij je tot nu toe heeft laten zien was erg leuk. Je vertrouwen in je gids groeit, ook al raak je zo nu en dan geïrriteerd omdat hij je ’s morgens te vroeg wakker maakt. Maar dan realiseer je je dat hij dat enkel deed omdat hij zo graag op weg wil om je de volgende mooie plek te laten zien. De tocht is vaak hobbelig, maar dat vergeet je zodra je weer aangekomen bent op je volgende bestemming en je daar comfortabel geïnstalleerd hebt. Je begint steeds meer het gevoel te krijgen dat je gids jou eigenlijk heel goed kent en precies weet wat jou gelukkig maakt.

Zó leidt Jezus ons. Hij weet dat we niets zullen verliezen en dat we gelukkiger zullen zijn dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden wanneer we de reis tot het einde toe met hem maken. Maar hij ziet ook hoe angstig we zijn om ons te storten in wat ons het onbekende en absolute vergetelheid toeschijnt. Dus hij neemt ons zachtjes bij de hand en laat ons geduldig verdergaan in ons eigen tempo, en hij verzekert ons telkens weer dat we niets zullen verliezen en alles terugwinnen. Totdat we dat zelf zien kunnen we blijven waar we zijn en weten dat Jezus op elk moment van ons houdt. We kunnen die liefde echter niet in zijn volheid ervaren, omdat we er uit angst nog altijd weerstand tegen bieden. Maar we ervaren zoveel liefde als we toelaten. Tijd is een illusie, dus hoe lang we erover doen is irrelevant. Jezus’ liefde stelt geen voorwaarden aan tijd of plaats.

Antwoord(b): Wanneer we ontwaken uit onze nachtelijke dromen vergeten we gewoonlijk waarover we gedroomd hebben, want we weten dat het ‘alleen maar een droom’ was. Dit geldt ook wanneer we ontwaken uit de droom van ons leven als individu, los van God en buiten de Hemel. Natuurlijk gaat hieraan een periode vooraf, waarin we onszelf ervaren als de dromer van de droom en herkennen dat het hele lichamelijke bestaan, inclusief dat van onszelf, niet méér voorstelt dan figuren in de droom. We weten dan dat we niet ons lichaam zijn, noch dat onze geliefden hun lichaam zijn, en dat we nu allemaal samen zijn op een ander niveau, dat onze ware Identiteit weerspiegelt. Dan voelen we ons aangetrokken tot de stralende schoonheid van onze zondeloosheid als Zoon van God. De liefde waarin we allen verbonden zijn en die alles wat we op lichamelijk niveau ervaren te boven gaat, vervult onze denkgeest volledig. We zijn ons van niets anders bewust, want we hebben blijmoedig alles losgelaten wat het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde in de weg stond.