Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#145 Hoe weten we dat we kiezen voor het ongedaan maken van de afscheiding?

In antwoord op V#074 werd gesteld dat: ‘we of ervoor kiezen ons geloof in de afscheiding te versterken of om dit geloof ongedaan te maken. En er is geen enkel moment dat we deze keuze niet maken’. Het is echt moeilijk om een genomen beslissing aan te pakken, wanneer je niet eens weet wat je gedaan hebt. Op welke eenvoudige manier kunnen we weten dat we ervoor kiezen de afscheiding ongedaan te maken?

Antwoord: Als je ziet dat de belangen van een ander dezelfde zijn als die van jou, maak je de afscheiding ongedaan. Als je respect toont voor iemand die voor het ego kiest, zijn aanvallen niet persoonlijk opneemt, en er alleen maar een roep om hulp in ziet die een afspiegeling is van de jouwe, maak je de afscheiding ongedaan. Als je liever gelukkig bent dan gelijk te willen hebben, maak je de afscheiding ongedaan. In de meeste gevallen is het echter gemakkelijker te zien wanneer we de afscheiding in stand houden, want dat doen we de meeste tijd. Het is voor ons bijvoorbeeld bijna een tweede natuur geworden de belangen en doelen van andere mensen met de onze te zien botsen. Evenzo is het bijna een tweede natuur voor ons om ons druk te maken over wat andere mensen doen, ons dan tegen hen te verzetten en te proberen hen te laten ‘zien hoe verkeerd ze handelen’. Wij hebben gelijk en zij hebben ongelijk! Dus wanneer we de belangen van iemand anders niet als gescheiden van die van ons zien, wanneer we geen partij kiezen, wanneer we ons niet verzetten, maken we de afscheiding ongedaan. Maar we hebben het hier alleen over wat er in iemands denkgeest plaatsvindt. We praten niet over gedrag. Wanneer we de belangen van iemand anders als dezelfde als die van ons zien, betekent dit dat we inzien dat we allemaal dezelfde waanzin (het onjuist gerichte denken) en dezelfde innerlijke gezondheid (het juist gerichte denken) delen. De vorm wordt irrelevant. We delen allemaal dezelfde hel, die van het ego, en we delen allemaal hetzelfde verlangen om naar huis te gaan en met liefde, niet met straf, te worden ontvangen.

We denken dat we echt aan alle afscheidingsgedachten voorbij willen gaan en terug willen keren naar ons thuis in de Hemel, maar onze angst voor het volledig ongedaan maken van ons geloof in de afscheiding is veel sterker dan we gewoonlijk beseffen. Want op een diep niveau weten we dat we, wanneer we de afscheiding ongedaan maken, we de persoonlijke identiteit ongedaan maken die we juist met zoveel moeite in stand houden. De meeste studenten voelen een sterke weerstand om los te laten; getuige het herhaaldelijk voorkomen van grieven en conflict. Door onszelf niet te veroordelen wegens deze gedachten, en ze steeds consequenter naar de liefde van Jezus in ons juist gerichte denken te brengen, maken we de schuld, die de bron is van onze waarneming van onszelf en anderen, geleidelijk ongedaan.