Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#144 Hoe kan ik omgaan met angst?

Hoe moeten we, vanuit het standpunt van Een cursus in wonderen, omgaan met angst? Ik heb cognitieve gedragstechnieken gebruikt om met angstgevoelens om te gaan, ik heb vanuit psychotherapeutische hoek naar mijn angst gekeken en als student van Een cursus in wonderen heb ik mijn angst ook aangepakt met behulp van principes van de Cursus. In een bepaalde situatie merk ik dat ik nog altijd bang ben. Wat doe ik verkeerd?

Antwoord: Je zegt niet op welke specifieke manier jij je angst hebt aangepakt met behulp van principes van de Cursus. Maar het feit dat je angst blijft voelen betekent nog niet dat je iets verkeerd doet, behalve dat jij je blijft vereenzelvigen met het denksysteem van je ego. Het in stand houden van een onechte afgescheiden identiteit veroorzaakt heel veel angst aangezien wij het in onze denkgeest tot stand hebben gebracht.

De Cursus verwijst in verschillende passages naar de bron van angst (of ongerustheid): “Wanneer je ongerust bent, besef dat ongerustheid het gevolg is van de wispelturigheid van het ego” (T4.IV.4:1). “De vindingrijkheid van het ego om zichzelf in stand te houden is enorm, maar komt voort uit diezelfde macht van de denkgeest die door het ego wordt ontkend. Dit betekent dat het ego datgene aanvalt waardoor het in stand wordt gehouden, wat wel moet resulteren in extreme angst” (T7.VI.3:1-2). “En als je de werkelijkheid…verdraait zul je verontrust, depressief en uiteindelijk in paniek zijn, omdat jij probeert jezelf onwerkelijk te maken” (T9.I.14:4). Door een onecht ego-zelf te maken, geloven we dat we onszelf tegenover God hebben geplaatst, die wij als een onoverwinnelijke macht zien. Wij denken dat Hij uiteindelijk terug zal pakken wat we van Hem gestolen hebben: ons afgescheiden, individuele bestaan. Proberen die identiteit in stand te houden moet wel intense angst oproepen.

Je zegt ook niet welke bijzondere situatie angst oproept, maar het moet een symbool voor de afscheiding zijn in je denkgeest. Dat betekent dat het een situatie is waarin je jouw belangen als afzonderlijk van en daarom concurrerend met die van anderen ziet. Het doet er niet toe wie er volgens jou in die situatie gelijk heeft of terecht handelt, het feit dat je op een dieper niveau je gedeelde belangen met ieder ander in die situatie niet herkent, is de bron van je angst. Want het herinnert je aan je oorspronkelijke aanval op God, toen je jouw belangen als afzonderlijk zag van die van Hem.

De eerste stap die je moet zetten in het omgaan met je angst is erkennen dat jij je existentiële angst verplaatst hebt naar een uiterlijke situatie zodat je je niet herinnert dat de bron ervan zich in je denkgeest bevindt, waar je er iets aan kunt doen. Jezus wijst erop hoezeer we onszelf misleiden: “Zelfs al is hij zich ten volle van de angst bewust, dan nog ziet hij niet dat zijn eigen vereenzelviging met zijn ego de bron daarvan is, en hij probeert die steeds te hanteren door een of ander krankzinnig soort ‘schikking’ met de wereld te treffen. Hij ziet die wereld steeds als buiten zichzelf, want dat is van doorslaggevend belang voor zijn regeling. Hij beseft niet dat hij deze wereld maakt, want buiten hem is er geen wereld” (T12.III.6:5-7).

Als we onze focus in plaats van op de buitenkant weer op de binnenkant richten, waar Jezus of de Heilige Geest op ons wacht, kunnen we Hun hulp vragen om de werkelijke bron van angst – het geloof in de afscheiding – anders te zien. Door ons met Hen te verbinden en Hen om hulp te vragen, gaan we aan afzonderlijke belangen voorbij. Want we zijn nu verbonden met Hun liefde, die ons eraan herinnert dat de Liefde van God die we dachten aangevallen en vernietigd te hebben, onveranderd en beschikbaar blijft in onze denkgeest.