Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#132 Krijgen wat ik wil in de wereld van vormen

In deel VIII van de serie uittreksels ‘Jesus - the Manifestation of the Holy Spirit’ [op de website www.facim.org – vert.] , bespreekt Ken de ervaring van Helen met een wimper in haar oog. Hij gebruikt hierbij de analogie van videobanden en zegt dat er een videotape is van Helen met de wimper in haar oog en een videotape van Helen met de wimper op haar wang. Ik begrijp dat deze twee situaties een afspiegeling zijn van haar besluit zich van de liefde van Jezus af te keren en vervolgens zich er weer mee te verbinden. Maar het is me niet duidelijk hoe ik dat in mijn eigen leven kan toepassen.

Ik neem aan dat er een videoband is waarin ik krijg wat ik wil, en een waarin dat niet het geval is. Ik heb jarenlang in huurflats gewoond. De laatste tijd denk ik dat het beter voor me zou zijn als ik een eigen huis heb, want dat zou helpen om me veiliger te voelen. Ik zie in dat mijn ‘thuisloosheid’ mijn gevoel dat ik God verlaten heb, weerspiegelt. Maar ik begrijp niet precies hoe me verbinden met Jezus zou resulteren in het vinden van een eigen huis.

Om kort te zijn: hoe schakel ik over van de probleemtape naar de tape van de oplossing? Is dit een kwestie van geloof of wil? Ik begrijp de dynamiek hier niet van, noch het mechanisme. Ook vraag ik me af hoe ik kan weten of het hebben van een huis in mijn hoogste belang is. Kun je wat nader ingaan op WAT er precies gebeurt wanneer we van gedachten veranderen in onze denkgeest en ons met de liefde van Jezus verbinden? Hoe wordt het probleem opgelost op het niveau van vorm? Ik realiseer me dat vorm niet essentieel is; het gaat om de verandering in de denkgeest.

Antwoord: In het voorbeeld van Helen’s wimper, en ook in de toepassing hiervan op je eigen leven, is het belangrijk dat je inziet dat er een verschil is tussen inhoud en symbool. Bij Helen ging de inhoud over zich afscheiden van of zich verbinden met de liefde van Jezus. Het ongemak van de wimper in haar oog was alleen maar een symbool dat ze gebruikte op het niveau van vorm, dat stond voor haar besluit in haar denkgeest zich van Jezus af te scheiden. Het probleem was niet de wimper, maar de beslissing om zich af te scheiden. De oplossing was dus zich weer met zijn liefde te verbinden. Wanneer ze dit deed dan werd de wimper in haar oog, die een projectie was van de schuld over haar afscheiding van hem, niet langer geprojecteerd, want de schuld erachter was er niet meer. En dus bleek de wimper niet langer in haar oog te zitten. Maar in beide gevallen was het de denkgeest van Helen, en niet die van Jezus, die de vorm van het symbool voorschreef. Jezus had niets te maken met iets dat in haar lichaam gebeurde.

Welnu, als jij voelt dat je je van de liefde van Jezus hebt afgekeerd of, zoals je schrijft, als je een gevoel van ‘thuisloosheid’ hebt omdat je gelooft dat je God verlaten hebt, dan moet er ook schuld zijn, want het ego vertelt ons dat afscheiding altijd aanval met zich meebrengt. En schuld leidt onvermijdelijk tot angst voor vergelding, wat erg onveilig voelt. In dat geval is een van de vormen die je wellicht gebruikt om de afscheiding te symboliseren het wonen in een flat, waarin je je niet veilig lijkt te voelen. Maar de flat zelf is het probleem niet. Die is alleen maar een symbool voor de schuld in je denkgeest. Dus de oplossing is niet het kopen van een huis, maar het genezen van de schuld in je denkgeest over de afscheiding van Jezus door je weer met hem te verbinden. Vervolgens, als je flat alleen maar een symbool is voor je schuld over de afscheiding, zouden je woonomstandigheden kunnen veranderen. Hoewel het vanzelfsprekend is dat in de wereld van vorm, met zijn ‘wetten’ van tijd en ruimte die wij allemaal aanvaarden, deze verhuizing niet plaatsvindt met dezelfde snelheid als waarmee Helens wimper van haar oog naar haar wang werd verplaatst. Bovendien is jouw woonsituatie beslist een complexer symbool dan Helens wimper. De inhoud staat mogelijk zowel voor het ego als voor liefde. Daarom zullen verschuivingen in de buitenwereld hoogstwaarschijnlijk niet zo direct en onmiddellijk plaatsvinden. Maar Jezus heeft niets met zulke veranderingen te maken. Het is je eigen denkgeest die kiest voor een vorm of symbool die je eigen geloof in de noodzaak van lijden vanwege de zonde van de afscheiding niet langer versterkt. En evenmin je geloof versterkt dat de bron van je gevoelens van onveiligheid buiten je ligt. Maar je focus ligt op het veranderen van de inhoud in je denkgeest, niet op het veranderen van het symbool in de wereld.

Als echter je primaire doel is een eigen huis te bezitten in plaats in een huurflat te wonen, omdat je denkt dat dit je zal helpen om je veiliger te voelen, dan heeft het ego je te pakken gekregen met zijn tactiek, namelijk het geloof dat iets van buitenaf je het veilige, vredige gevoel zal geven dat je zoekt. Je richt je dan niet tot het werkelijke probleem in de denkgeest en staat dus niet open voor de werkelijke oplossing, die eveneens in de denkgeest ligt (WdI.79). Dit wil niet zeggen dat het bezitten van je eigen huis geen redelijk doel is om na te streven voor jezelf. Het betekent alleen dat het een vergissing is te denken dat dit je blijvend geluk of veiligheid geeft. Als je het werkelijke probleem in de denkgeest – schuld – en de oplossing ervan – je met Jezus verbinden ofwel vergeving – in gedachten houdt, dan zullen de externe omstandigheden hoe langer hoe minder van belang voor je zijn, omdat je de vrede en veiligheid in je eigen denkgeest vindt.

Jezus begrijpt jouw zoektocht naar dat veilige comfortabele thuis en jij maakt beslist deel uit van hen tot wie hij zich richt wanneer hij opmerkt: “We spreken vandaag voor ieder die in deze wereld leeft, want hij is niet thuis. Hij loopt onzeker rond in een eindeloze zoektocht, en zoekt in het donker naar wat hij niet kan vinden, zonder te weten wat hij zoekt. Hij maakt zich duizend plaatsen tot een thuis, maar niet één stelt zijn rusteloze denkgeest tevreden. Hij begrijpt niet dat hij vergeefs bouwt. Het thuis dat hij zoekt, kan niet door hem worden gemaakt. Er is geen substituut voor de Hemel. Alles wat hij ooit maakte, was de hel” (WdI.182.3).

Overigens, als je het deel van de serie uittreksels die je noemt herleest, nadat je dit antwoord hebt gelezen, kom je wellicht tot de ontdekking dat het nóg meer verheldering verschaft over je vragen.