Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#126 Genas Jezus door de ‘Christus’ in een ander te zien?

Genas Jezus door eenvoudigweg de ‘Christus’ in een ander te zien?

Antwoord: Je formuleert je vraag in de verleden tijd. Daarom moeten we eerst duidelijk maken dat het onderricht van Een cursus in wonderen niet gebaseerd is op, noch verband houdt met de beschrijvingen in de evangeliën over genezingen verricht door de historische Jezus. Dit is belangrijk, want de Cursus’ interpretatie van ‘genezing’, ‘Christus’ en ‘Jezus’ wijkt af van de traditioneel Christelijke interpretatie. Met dit in gedachten, beginnen we met ons in herinnering te brengen dat de Cursus ons leert dat genezing altijd plaatsvindt in de denkgeest: “Aangezien alleen de denkgeest ziek kan zijn, kan alleen de denkgeest worden genezen. Alleen de denkgeest heeft genezing nodig” (P.In.1:2-3). Eigenlijk geneest daarom niemand – ook Jezus niet – iemand anders: “Genezing komt van niemand anders. Jij moet leiding van binnenuit aanvaarden” (T8.IV.4:5-6). Evenzo dient iemand wiens denkgeest genezen is – waaronder Jezus – als een geheugensteun en kan hij iemand anders, die zelf vindt dat hij niet genezen is, eraan herinneren dat ook hij de keuze kan maken voor genezing, als hij de waarheid over zichzelf aanvaardt. Een ‘genezen genezer’, waar Jezus er één van is, dient dus als een weerspiegeling van de waarheid voor iedereen die echt bereid is te worden genezen. Misschien is dit wat jij ‘Christus in een ander zien’ noemt. Het betekent kijken zonder oordeel, zonder verschillen te zien, en weten dat de ander zondeloos is. Dít geneest de denkgeest.

De waarheid over onszelf aanvaarden – wat genezing is – houdt tevens in dat we onszelf aanvaarden als deel van het hele Zoonschap. Dus als we genezing voor onszelf aanvaarden, aanvaarden we het voor het hele Zoonschap. Dit bedoelt de Cursus wanneer hij zegt dat we niet alléén worden genezen – de waarheid over wie we zijn is dezelfde waarheid voor iedereen, en sluit iedereen in: “Om die reden maakt het ook geen verschil aan welk deel of door welk deel van het Zoonschap de genezing wordt geschonken. Elk deel heeft er baat bij, en wel in gelijke mate” (T5In.2:6-7). We zijn geen afgescheiden individuen, die individueel genezing zoeken. Er bestaat geen individu die moet worden genezen. Toen Jezus dus de Verzoening voor zichzelf aanvaardde waren we allemaal bij hem en werden we samen met hem genezen. Wij hoeven dit alleen maar te aanvaarden om ons bewust te worden van deze genezing. Omdat alle ziekte afscheiding is, is alle genezing verbinding: “Genezing is het gevolg van denkgeesten die zich met elkaar verbinden, zoals ziekte ontstaat door denkgeesten die zich van elkaar afscheiden” (T28.III.2:6). We worden genezen wanneer we ervoor kiezen ons met Jezus te verbinden in het aanvaarden van onze genezing. Op deze manier wordt genezing bereikt, zo vertelt de Cursus ons.