Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#115 In de overgang

Ik ben 50 jaar en in de overgang. Ik ervaar allerlei lichamelijke en hormonale veranderingen en mijn emoties zijn intenser dan ooit. Ik ben al meerdere jaren student van Een cursus in wonderen en ik had naar mijn gevoel een bepaald niveau van vrede en begrip bereikt. Maar nu voel ik mij slachtoffer van mijn lichaam en krankzinniger dan ooit. Is dit alleen maar een ander niveau van “het ontwikkelen van vertrouwen” en gaat zelfs de overgang over schuld?

Antwoord: Het antwoord op je vraag ligt in het begrijpen van het lichaam en de rol die het speelt in het egodenksysteem. Hoewel ons in het Werkboek herhaaldelijk wordt gezegd: “Ik ben niet een lichaam” (WdI.84.1:4), is het een feit dat we wel degelijk geloven dat we een lichaam zijn. We hebben allerlei aandoeningen of lichaamstoestanden zoals de menopauze om dit te bewijzen. Het ego is duidelijk de auteur van dit geloof. Het vertelt ons dat we op de een of andere manier, buiten onze schuld, in dit lichaam terecht zijn gekomen en nu gedoemd zijn slachtoffer te worden van allerlei kwalen, tot we uiteindelijk vervallen, sterven en ontbinden. Deze boodschap van het ego is doelgericht. Het is zijn plan om ons ervan te overtuigen dat het lichaam werkelijk is, en de denkgeest illusie: “Het ego gebruikt het lichaam om samen te spannen tegen je denkgeest ... Het ego dat niet werkelijk is probeert de denkgeest die wel werkelijk is, ervan te overtuigen dat de denkgeest het leermiddel van het ego is; en voorts, dat het lichaam meer werkelijkheid bezit dan de denkgeest” (T6.IV.5:1,3). Het ego heeft het lichaam eerst gebruikt om de schuld voor de afscheiding van God te huisvesten. Daarom is schuld ingebouwd in alle aspecten van hoe het lichaam functioneert, en dat geldt ook voor de overgang. Vervolgens heeft het ego het lichaam zo geprogrammeerd dat het zorgt voor een eindeloze reeks fysieke, emotionele en psychologische behoeften, die heel succesvol dienen als afleiding en overtuigend bewijzen dat het lichaam echt is. Het onvermijdelijke resultaat is dat we ons slachtoffer voelen en zelfs aangevallen door het lichaam.

Deze waanzin karakteriseert onze relatie met het lichaam, maar alleen wanneer we ervoor gekozen hebben ons ermee te identificeren. We identificeren ons ermee als we onszelf als afgescheiden willen zien en geloof hechten aan de leugens van het ego over wie we zijn. Als je steeds meer innerlijke vrede begon te ervaren, is het begrijpelijk dat het ego in de overgang een prachtige gelegenheid ziet om opnieuw toe te slaan. Dit is niets om je zorgen over te maken en zeker niet iets om je schuldig over te voelen. En realiseer je daarbij dat het niet behulpzaam is om de vervelende symptomen van de overgang te ontkennen en dat het in orde is om passende en professionele ondersteuning te zoeken van een arts of op een andere manier. Terwijl je op weg bent om je denkgeest te laten genezen, kan het een troostrijke gedachte zijn dat de overgang eens voorbij gaat. Er staat een prachtige passage in Het lied van het gebed, die bijzonder van toepassing is voor vrouwen in de overgang: “Het universum wacht op jouw verlossing, want het is de zijne. Wees mild daarvoor en voor jezelf, en wees dan mild voor Mij. Ik vraag niet meer dan dit: dat jij troost vindt en niet langer leeft in doodsangst en in pijn. Wijs de Liefde niet af. Onthoud dit: wat je ook over jezelf denkt, wat je ook over de wereld denkt, jouw Vader heeft jou nodig en zal je roepen tot jij ten langen leste in vrede tot hem komt” (L3.IV.10:3-7).

De Cursus biedt een alternatief voor hoe het ego het lichaam gebruikt en tevens een alternatief voor onze definitie van onszelf. En dit heeft inderdaad te maken met ‘het ontwikkelen van vertrouwen’. Terwijl je duidelijk de trucs van het ego ziet, kun je ervoor kiezen om anders naar de overgang te kijken. Je kunt besluiten te geloven dat wat de Cursus onderwijst waar is en dat je dit kunt vertrouwen. Alle overgangsklachten, net als alle andere lichamelijke toestanden, kunnen gebruikt worden als een kans om een vraagteken te zetten bij de interpretatie die het ego hiervan geeft. Je proces om met de overgang om te gaan houdt in dat je je tot de denkgeest wendt voor ware genezing. Je observeert alle gedachten die opkomen, zoals die welke je noemt in je vraag, en geeft ze aan de Heilige Geest zodat Hij ze opnieuw kan interpreteren: “Zoals altijd neemt de Heilige Geest wat jij gemaakt hebt en zet het om in een leermiddel. En eveneens zoals altijd geeft Hij aan wat het ego als argument voor de afscheiding gebruikt de nieuwe interpretatie van een bewijs ertegen. Als de denkgeest wel het lichaam, maar het lichaam niet de denkgeest kan genezen, moet de denkgeest wel sterker zijn dan het lichaam. Ieder wonder toont dit aan” (T6.V.A.2:4-7)