Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#108 Het verschil tussen speciale liefde en werkelijke liefde

Nu ik Een cursus in wonderen wat langer bestudeer, begin ik te begrijpen dat het gevoel dat we in deze wereld gewoonlijk ‘liefde’ noemen, helemaal niet hetzelfde is als de ‘liefde’ waarnaar in de Cursus wordt verwezen. Ik heb in feite ontdekt dat mijn ego het idee ‘liefde’ in veel gevallen gebruikt om gestoord denken en gedrag achter te verbergen. Wat is het verband tussen liefde zoals wij dat in de wereld kennen en de liefde waar de Cursus van getuigt, en hoe kunnen we dat gebruiken om richting te geven aan ons leven?

Antwoord: Het is juist dat je een onderscheid maakt tussen de ‘liefde’ waarnaar de Cursus verwijst en dat wat ‘liefde’ genoemd wordt in de wereld. Ze zijn niet hetzelfde. De liefde van deze wereld is altijd wat de Cursus ‘speciale liefde’ noemt, en de basis van de ‘speciale relatie’. Niet alleen zijn de eigenschappen helemaal tegenovergesteld aan de liefde waarnaar de Cursus verwijst, het is eigenlijk een masker voor haat: “In de speciale relatie, geboren uit het verborgen verlangen naar de speciale liefde van God, triomfeert de haat van het ego. Want de speciale relatie is de verzaking van de Liefde van God, en de poging om de speciaalheid, die Hij geweigerd heeft, voor het zelf veilig te stellen” (T16.V.4:1-2). Heimelijk zeggen we tegen iets of iemand met wie we een speciale liefdesrelatie hebben: “God hield niet van me met de speciaalheid die ik verlang, dus ik gebruik jou om de speciale liefde te krijgen, waar ik niet zonder denk te kunnen.” Wat wij ‘liefde’ noemen is dus onze vervanging van de liefde van God. Bovendien vertelt de Cursus ons dat het haat is: “...elke broeder met wie je relatie beperkt is, haat jij” (T21.III.1:3). Deze ‘haat’ is gebaseerd op de misvatting dat we anders zijn, onvolledig en behoeftig. In de speciale liefde-relatie komen we overeen dat we over en weer aan elkaars behoeften zullen voldoen. Op die manier proberen we de leegte te vullen die overbleef na onze schijnbare afscheiding van God. En, getrouw aan het bevel van het ego: “zoek maar vind niet” (T16.V.6:5), zal dit substituut voor de liefde van God onze behoeften nooit bevredigen, hoe hard we het ook proberen. Zelfs de meest voldoening gevende ‘liefdesrelatie’ eindigt uiteindelijk in de dood.

De Cursus nodigt ons uit om vanuit dit nieuwe perspectief naar onze speciale liefde-relaties te kijken, hoe schokkend dat ook lijkt, opdat we bereid zijn onszelf open te stellen voor een nieuw doel en een nieuwe interpretatie: “Een heilige relatie vertrekt van een ander uitgangspunt. Ieder heeft naar binnen gekeken en daar geen gemis gezien. Aangezien hij zijn compleetheid aanvaardt, wil hij die uitbreiden door zich met een ander te verbinden, die heel is zoals hij. Hij ziet tussen deze zelven geen verschil, want verschillen zijn alleen eigen aan het lichaam. Daarom ziet hij niets wat hij weg zou willen nemen. Hij ontkent zijn eigen werkelijkheid niet, omdat die de waarheid is” (T22.In.3:1-6).

Het is belangrijk om in gedachten te houden dat het normaal is om speciale relaties te hebben. Het is niet zondig en ze worden niet weggenomen. In feite zijn ze nuttig in ons leven als we ze aan de Heilige Geest geven om ze te laten transformeren in heilige relaties: “Ik heb herhaaldelijk gezegd dat de Heilige Geest jou niet van je speciale relaties wil beroven, maar ze wil transformeren” (T17.IV.2:3). Op die manier wordt – binnen de droom – de liefde die we ervaren met iemand anders een afspiegeling van, in plaats van een substituut voor de liefde van God.