Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#101 Heeft een student van de Cursus al eens verlichting bereikt?

Ik wil graag weten of er iemand is die, als gevolg van het toepassen van Een cursus in wonderen, verlichting heeft bereikt. Ken jij iemand die voelt/weet dat hij of zij in absolute verbinding staat met God en daardoor altijd in vrede is?

Antwoord: Er is ons nooit iets gemeld van dien aard, maar dat zegt niets. Iemand die werkelijk verlicht is heeft er geen behoefte aan om anderen te laten weten dat hij of zij volledig aan het ego ontstegen is. In feite kan dat een bruikbare manier zijn om iemands bewering dat hij verlichting heeft bereikt, te beoordelen. Als iemand het rondbazuint, is dat een teken dat er vrijwel zeker nog wat ego achtergebleven is. Volgens de Cursus is er eigenlijk maar één opvallend kenmerk van iemand die verlicht is, namelijk dat zo iemand vaker glimlacht: “Er is een manier om in de wereld te leven die niet van deze wereld is, ook al lijkt ze dat wel te zijn. Je verandert niet van uiterlijk, hoewel je vaker glimlacht. Je voorhoofd is sereen, je ogen staan rustig. En degenen die door de wereld gaan zoals jij herkennen hun gelijken” (WdI.155.1:1-4).

Maar er zijn talloze verslagen van studenten die veelbetekenende verschuivingen hebben ervaren in de manier waarop ze denken en reageren. Daardoor roept bijvoorbeeld iets wat hen vroeger heel erg van streek maakte, niet meer dezelfde reactie op. Met andere woorden: vergeving werkt, dus dat moet ons dagelijkse punt van aandacht zijn.

Met betrekking tot iemand die ‘in absolute verbinding met God staat’, verwijzen we je tot slot naar het hoofdstuk in het Handboek “Kan God rechtstreeks worden bereikt?” (H26). Daar vertelt Jezus ons: “Soms kan een leraar van God een korte ervaring hebben van rechtstreekse vereniging met God. In deze wereld is het bijna onmogelijk dat dit van blijvende aard is. Het kan, misschien, na veel inzet en toewijding worden verkregen en dan een groot deel van de aardse tijd in stand worden gehouden. Maar dit komt zo zelden voor dat het niet als een realistisch doel kan worden beschouwd. Als het gebeurt, laat het zo zijn. Als het niet gebeurt, laat het eveneens zo zijn. Elke wereldse toestand moet wel illusoir zijn. Als God in een aanhoudende bewustzijnstoestand rechtstreeks werd bereikt, zou het lichaam niet lang in stand kunnen worden gehouden” (H26.3:1-8).

Dus directe vereniging met God is niet het doel van het leerplan van de Cursus. Het bereiken van vrede is het doel. Daar stijgen we met Jezus boven het slagveld uit en kijken met compassie voor iedereen naar beneden. “Deze cursus zal tot kennis leiden, maar kennis zelf valt nog steeds buiten het bestek van ons leerplan. Ook is het geenszins nodig dat we proberen te spreken over iets wat voor eeuwig noodzakelijkerwijs voorbij alle woorden ligt... Het is niet aan ons stil te blijven staan bij wat niet verworven kan worden. Er is te veel te leren. De gereedheid voor kennis dient eerst nog te worden verworven (T18.IX.11:1-2,5-7).