Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#090 Wat wordt bedoeld met: “Ik hoef niets te doen”?

Mijn vraag betreft de paragraaf in het Tekstboek getiteld “Ik hoef niets te doen”. Daar staat dat een leven van contemplatie en lange periodes van meditatie gericht op de onthechting van het lichaam, niet nodig is. Ik ben al vele jaren student van de Cursus en heb momenten van diepe vrede ervaren tijdens het doen van de lessen of tijdens het lezen van het Tekstboek met een open denkgeest en bereidwilligheid tot luisteren. Ik heb ook boeddhistische meditatie bestudeerd die niet bedoeld is om je van het lichaam te onthechten, maar om volledig in het nu aanwezig te zijn. Je richt je aandacht op de ademhaling of op een gevoel, en je slaat je gedachten gade. Als je dit bewust doet, gaan de gedachten voorbij en kun je een gevoel krijgen van ruimte of op z’n minst van vrede of kalmte door stil te worden. Ik ben in de war omdat ons in veel paragrafen van Een cursus in wonderen gevraagd wordt ‘stil te zijn’, ‘in stilte te zitten’, zwijgend en in rust, en alle gedachten terzijde te leggen. Is dit niet ten minste gedeeltelijk hetzelfde? Kun je uitleggen hoe de Cursus wil dat je stil bent? En is er verschil tussen de twee?

Antwoord: De stilte of vrede is dezelfde – het is die ervaring wanneer we al onze gedachten van afscheiding en oordeel loslaten, en het constante gebabbel van het ego bedaart. Het verschil tussen de paden ligt niet in de ervaring zelf maar in de nadruk die de Cursus legt op onze weerstand tegen die ervaring, en daardoor tegen het proces waardoor die vrede of stilte bereikt wordt.

De vraag is eigenlijk: waarom ervaren we die stilte niet de hele tijd? In de Werkboekles “Ik verlang de vrede van God” merkt Jezus op: “Deze woorden uitspreken is niets. Maar deze woorden menen is alles” (WdI.185.1:1-2). En hij zegt verder: “Ménen dat je de vrede van God verlangt wil zeggen alle dromen laten varen. De denkgeest die het meent dat vrede alles is wat hij verlangt, moet zich wel met andere denkgeesten verbinden, want zo wordt vrede verkregen” (WdI.185.5:1; 6:1).

En dat is de reden waarom we weerstand bieden aan de stilte. In die vrede bestaat het illusoire droom-zelf, dat we echt denken te zijn, niet meer. We hebben de afscheidingsdroom opgegeven. Onze dromen van oordeel en aanval houden ons illusoire gevoel in stand van een afgescheiden zelf met anderen buiten dit zelf met wie we in conflict lijken te zijn. Dit is het tegengestelde van vrede. En wanneer we ‘ons met andere denkgeesten verbinden’ door oordelen los te laten, verdwijnt ons afgescheiden zelf eenvoudig, voor een ogenblik tenminste, tot onze angst voor het grenzeloze te groot wordt.

Hoewel de Cursus dus over vrede spreekt en ons in sommige werkboeklessen uitnodigt om die te ervaren door onze denkgeest tot rust te brengen en stil te worden, legt hij in werkelijkheid de nadruk op het probleem van onze weerstand en vraagt ons daarnaar te kijken. Die weerstand moet gevonden worden in alle projecties van schuld en beschuldigingen voor ons gebrek aan vrede die we op anderen richten, zodat we nooit de schuld zien die we in onze eigen denkgeest koesteren en die de werkelijke blokkade voor de vrede is. De paragraaf waarnaar jij verwijst – “Ik hoef niets te doen” – wijst hierop: “Jouw weg zal anders zijn, niet wat het doel maar wat de middelen betreft. Een heilige relatie is een middel om tijd te besparen” (T18.VII.5:1-2). Met andere woorden: het proces van de Cursus houdt in dat we al onze speciale relaties vergeven. De speciale relaties die voortkomen uit alle projecties naar buiten van onze schuld van binnen, die conflict in stand houden, waardoor we niet in vrede zijn.

Als we werkelijk stil en in vrede wilden zijn, dan waren we dat. Vrede is tenslotte ons natuurlijk erfgoed (T3.VI.10:1-2). Maar we staan onszelf alleen maar korte glimpen van werkelijke vrede toe, zoals jij opmerkt vanuit je eigen ervaring. We willen die stilte niet in stand houden omdat we er bang voor zijn. En dus leidt de Cursus ons via een omweg naar de stilte en richt de aandacht op het wegnemen van de blokkades die we tussen onszelf en de vrede geplaatst hebben. Dit in plaats van een directe aanpak, zoals meditatie, want daarmee worden onze weerstand en de oorzaken ervan makkelijk over het hoofd gezien.