Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#088 Hoe kon de oorspronkelijke vergissing plaatsvinden?

Ik blijf maar piekeren over de vergissing, de oorspronkelijke gedachte, of wat het dan ook was dat er gebeurde. Het is een echte worsteling voor me. Wat was het, dat ons zo bang maakte dat wij eraan wilden ontsnappen? Hoe kon dit gebeuren? Als wij naar Gods gelijkenis geschapen zijn, waarom kon deze vergissing dan plaatsvinden? Hoe hebben we dit kunnen doen? Je zou toch denken dat we het niet kónden verprutsen. Alles in deze Cursus lijkt me juist. Het is het enige denksysteem dat betekenisvol is, behalve dat ik me blijf afvragen hoe het zit met deze vergissing. Het voelt alsof ik gefaald heb, en op zo’n moment koester ik zelfhaat, maar het volgende moment voel ik me alweer anders. Want dit gebeurt heel vaak en meestal vergeet ik de hele zaak meteen weer.

Antwoord: De ‘vergissing’, waarnaar je verwijst is de afscheiding. Het simpele antwoord op je vraag is dat de ‘vergissing’ in feite niet heeft plaatsgevonden. In de Verklaring van termen staat: “Wie jou vraagt het ego te definiëren en uit te leggen hoe het is ontstaan, kan alleen maar iemand zijn die denkt dat het werkelijk is en die dankzij deze definitie probeert te waarborgen dat de illusoire aard ervan achter de woorden wordt verborgen die het werkelijk doen lijken”(VvT2.2:5). De vraag is dus eigenlijk een verklaring, die een geloof in de afscheiding impliceert. De vraag kan niet echt beantwoord worden: “Het ego zal veel antwoorden eisen die deze cursus niet geeft. Hij herkent niet als vraag wat slechts de vorm heeft van een vraag waarop geen antwoord mogelijk is. Het ego vraagt misschien: ‘Hoe heeft het onmogelijke plaatsgevonden?’, ‘Waaraan heeft zich het onmogelijke voltrokken?’ en kan dit in vele vormen vragen. Maar er is geen antwoord, alleen een ervaring. Zoek die alleen, en laat theologie je niet ophouden”(VvTinl.4). Afscheiding van God is onmogelijk. “Jij kunt niet los van God door de wereld gaan, omdat jij zonder Hem niet kunt bestaan. Hij is dat wat jouw leven is. Waar jij bent, is Hij. Er is één leven. Dat leven deel jij met Hem. Niets kan losstaan van Hem en desondanks leven (WdI.156.2:4-9). De uitleg van de Cursus waarom we in een lichaam lijken rond te lopen in een wereld van fysieke vormen, is dat we slapen en “dromen van ballingschap” (T10.2:1). Dit is de enige ‘verklaring’ voor een situatie die in werkelijkheid niet bestaat: een afscheiding die niet heeft plaatsgevonden en niet kan plaatsvinden.

Binnen onze ervaring van deze droom lijken wij wel degelijk heel echt te zijn, net zoals in onze zogenaamde slaapdromen al de figuren echt lijken te zijn, totdat we wakker worden en ons realiseren dat we alleen maar gedroomd hebben. We lijken zo echt in deze (waak)droom, omdat we willen dat de droom echt is. We kiezen actief voor identificatie met de figuur die we ‘ik’ noemen in de droom en hiermee kiezen we voor de schijnbare afscheiding.

Het is heel belangrijk dat deze keuze wordt onderkend, want de grondslag voor het leerplan van de Cursus is het feit dat we een denkgeest hebben met de macht om te kiezen. De enig mogelijke verklaring van de keuze voor afscheiding is dat we aanvankelijk aangetrokken werden tot het ‘meeslepend soort opwinding’ dat gepaard gaat met het gevoel een onafhankelijk individu te zijn. Maar onmiddellijk daarna komt er een diep gevoel van totale eenzaamheid op, dat ons ertoe aanzet om vervulling te zoeken om zo het gat te vullen dat de afscheiding veroorzaakt heeft. In onze waanzin zoeken we dit buiten onszelf: “Niemand komt hier zonder nog hoop, een of andere langslepende illusie, of een droom te hebben dat er buiten hem iets is wat hem geluk en vrede brengen zal”(T29.VII.2:1).

Dat betekent niet dat we gefaald hebben. We hebben ons alleen danig vergist. De schuld die we voelen vanwege deze vergissing is overweldigend, en daarom noemen we de vergissing een ‘zonde’, vinden hem feitelijk onvergeeflijk, en haten onszelf erom. Vervolgens projecteren we deze haat op alles en iedereen in de wereld. Om de vergissing nog erger te maken hebben we een valse god verzonnen, zodat we hem kunnen verwijten dat hij zo’n pijnlijke wereld heeft gemaakt en hem ervan kunnen beschuldigen dat hij ons probeert te straffen voor onze verschrikkelijke ‘zonde’. We gaan maar door en door, in een eindeloze kringloop: kiezen voor afscheiding, ons schuldig voelen, projecteren, verwijten, verbergen, ontkennen... Dit houdt de wereld gaande, zorgt ervoor dat wij de vergissing als werkelijk ervaren en dat dit alles lijkt te gebeuren zonder ook maar enige verantwoordelijkheid van onze kant.

Pas als we ons hevig bewust worden van de pijn die dit veroorzaakt, en als we van de Cursus hebben geleerd om het onmiskenbare verband te leggen tussen deze pijn en de bron ervan – en dat is de afscheiding – beginnen we ‘anders te kiezen’. Maar eerst moeten we verantwoordelijkheid aanvaarden voor onze keuze. In onze waanzin kiezen we telkens weer voor de afscheiding en hopen dat het dit keer zal werken zónder de pijn. De Cursus leert ons hoezeer we ongelijk hebben. Leren om anders te kiezen is onze enige hoop en de uitweg uit de droom van afscheiding. Zoals ons verteld wordt in het Tekstboek: “Beproevingen zijn niets dan lessen die je verzuimde te leren, opnieuw aan jou gepresenteerd, zodat waar je eerst een verkeerde keuze maakte, je nu een betere kunt doen, en zo ontsnappen kunt aan alle pijn die jouw eerdere keus je bracht. Bij iedere moeilijkheid, elke verwarring en in alle nood, roept Christus jou en zegt Hij liefdevol: ‘Mijn broeder, kies opnieuw’.” (T31.VIII.3:1-2)