Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#086 Waarom kunnen we geen andere wereld projecteren?

Als de wereld alleen maar een projectie van onze denkgeest is, waarom projecteren we dan niet gewoon iets anders? Waarom is het zo moeilijk om iets te veranderen in ons leven?

Antwoord: Als we in staat waren om andere dingen in de wereld te projecteren wanneer we dat maar wilden, zou dat betekenen dat we werkelijk weten dat we de dromer van de droom zijn (T27.VII) en niet de droomfiguur in de wereld waarvan wij meestal denken dat dat onze identiteit is (T27.VIII). Slechts weinigen van ons zijn in contact met de macht van de denkgeest. Dat is een opzettelijke keuze, een verdediging tegen de schuld die we zijn gaan associëren met die macht.

Jezus bespreekt onze angst voor de denkgeest in het begin van het Tekstboek: “Weinigen waarderen de werkelijke kracht van de denkgeest, en niemand blijft er zich de hele tijd volledig van bewust… De denkgeest is zeer krachtig… Dat gedachten en overtuigingen zich bundelen tot een vloedgolf van kracht die letterlijk bergen kan verzetten, is moeilijk in te zien. Het lijkt op het eerste gezicht arrogant te geloven dat jij zelf zo’n kracht bezit, maar dat is niet de werkelijke reden waarom jij het niet gelooft. Je gelooft liever dat je gedachten geen werkelijke invloed kunnen uitoefenen omdat je er in feite bang voor bent. Dit mag misschien het schuldbewustzijn verzachten, maar heeft als prijs dat je de denkgeest als machteloos ziet” (T2.VI.9:3,5,8-11).

Alle macht om iets te veranderen bevindt zich in de denkgeest waarmee we niet in contact zijn, en niet in het zelf dat we denken te zijn. In feite is het zelf dat we menen te zijn slechts een van de vele projecties van de denkgeest (waarmee we dus geen contact hebben). Dit kleine zelf heeft geen enkele macht; het is alleen een gevolg en geen oorzaak.

Bovendien gaat de werkelijke macht van de gespleten denkgeest niet om de macht om een wereld van vorm te projecteren. Dat is alleen een verdediging tegen de macht van de denkgeest om te kiezen tussen het ego en de Heilige Geest, met hun totaal verschillende interpretaties van het idee van afscheiding. In werkelijkheid zijn we bang om in contact te komen met dit vermogen tot keuze, hoewel het bestaan van het ego hiervan afhankelijk is: “De vindingrijkheid van het ego om zichzelf in stand te houden is enorm, maar komt voort uit diezelfde macht van de denkgeest die door het ego wordt ontkend. Het ego put immers voor zijn bestaan uit die ene bron die tegenover zijn bestaan volkomen vijandig staat. Bang om de macht van deze bron waar te nemen, is het gedwongen om deze te geringschatten” (T7.VI.3:1,5,6).

Om ons vermogen tot keuze diep te begraven, aanvaarden we eerst de macht van onze denkgeest om een wereld te verzinnen om ons in te verstoppen, om vervolgens die macht weer net zo snel voor ons bewustzijn te verbergen. Want als we echt zouden weten (en niet alleen met ons hoofd) dat wij degenen zijn die de wereld van vorm projecteren en verantwoordelijk zijn voor alles wat we zien, dan zou de wereld niet langer kunnen dienen als de belangrijkste verdediging tegen de denkgeest. En dat is het doel dat we de wereld gegeven hebben. Om slachtoffer te zijn van de wereld die we zien, is het nodig dat we ons niet herinneren dat wij ook de maker van die wereld zijn. Als we ons ons aandeel herinneren in het maken van de wereld, kan de schuld in de denkgeest over de keuze voor afscheiding en aanval niet langer meer verborgen worden gehouden. En wanneer onze schuld eenmaal aan het licht is gekomen, kunnen we naar de onwerkelijkheid ervan kijken, met de liefde van Jezus aan onze zijde, en hebben we er geen enkel belang meer bij deze schuld te blijven projecteren.
Het enige doel van de Cursus is om ons te helpen herinneren dat we in feite de dromer zijn en niet de droomfiguur, zodat we naar onze dromen kunnen kijken en beslissen of we willen blijven dromen of ontwaken. Maar de meesten van ons willen liever blijven dromen, zonder werkelijk te begrijpen wat deze keuze - om de droom van het ego voort te zetten - inhoudt en wat de consequenties hiervan zijn. We dromen van wat ons een betere droom lijkt, met een andere vorm waarvan we denken dat die ons gelukkig maakt. We realiseren ons niet dat menen te weten wat we willen binnen de wereld van vorm, altijd betekent dat we met ons ego vereenzelvigd zijn. Alleen het ego maakt zich überhaupt druk om vorm, zodat de onderliggende inhoud van haat en angst verborgen blijft. Met ons ego als leraar zijn we alleen geïnteresseerd in veranderingen op het niveau van de vorm en denken we dat de vorm de oorzaak is van hoe we ons voelen. We negeren daarbij de onderliggende inhoud, de keuze voor het ego in plaats van de Heilige Geest. En dus, door deze vereenzelviging met het ego, hebben we schuld en angst in onze denkgeest alweer tot werkelijkheid gemaakt en dus hebben we daar een verdediging tegen nodig en dat is wat de wereld vertegenwoordigt. En nogmaals, om die verdediging zo te laten werken dat we niet ergens anders gaan zoeken naar de oorzaak van ons lijden, moeten we vergeten dat wij de wereld zelf gemaakt hebben en de dromer van onze droom zijn. Dus de macht om een andere vorm in de wereld te projecteren, is niet iets waarvan we onszelf gemakkelijk toestaan om ermee in contact te komen. Zo noodzakelijk is zijn rol als onbewuste verdediging.

Het is niet de bedoeling van de Cursus om ons bewust te maken van onszelf als dromer van de droom zodat we vervolgens andere vormen in de droom projecteren. Dat zou niet werkelijk behulpzaam zijn. Het doel van de Cursus is ons naar een andere Leraar te leiden om onze Gids te zijn binnen onze droom, zodat we uiteindelijk keuzes zullen maken die leiden tot ons ontwaken. Deze verandering van Leraar, van het ego naar de Heilige Geest, wordt prachtig weergegeven in het volgende fragment: ”Aanvaard de droom die Hij gegeven heeft in plaats van de jouwe. Het is niet moeilijk een droom te veranderen als de dromer eenmaal is herkend. Rust in de Heilige Geest, en laat toe dat Zijn vriendelijke dromen de plaats innemen van die welke jij vol schrik en in doodsangst hebt gedroomd. Hij brengt vergevende dromen, waarin de keus niet is: wie is de moordenaar en wie zal het slachtoffer zijn. In de dromen die Hij brengt is er geen moord en is er geen dood. De droom van schuld verdwijnt uit je zicht, hoewel je ogen gesloten zijn. Er is een glimlach op je slapende gezicht gekomen die het doet oplichten. Nu is je slaap vredig, want dit zijn gelukkige dromen” (T27.VII.14).