Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#085 Waarom wordt de Cursus non-dualistisch genoemd?

In het non-dualisme van Advaita Vedanta is geen ruimte voor een relatie tussen Oorzaak-Gevolg, Vader-Zoon of Schepper-Schepping. Waarom dan wel blijven volhouden dat Een cursus in wonderen in essentie non-dualistisch is? Is dat niet verwarrend?

Antwoord: De Cursus maakt gebruik van dualistische termen in zijn leerplan met maar één reden: omdat Jezus weet dat de taal van de afscheiding, ofwel dualisme, het enige is wat wij op dit moment kunnen begrijpen. Jezus is volstrekt duidelijk over zijn bedoelingen met taal in de Cursus. Om je vraag te beantwoorden laten we daarom de Cursus voor zichzelf spreken in een aantal relevante passages.

Het duidelijkst is de volgende verklaring: ”Omdat jij gelooft dat je afgescheiden bent, doet de Hemel zich eveneens als afgescheiden aan jou voor. Niet dat dit in waarheid zo is, maar opdat de schakel die jou is gegeven om je met de waarheid te verbinden jou bereiken kan door middel van wat jij begrijpt. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn Eén, zoals al jouw broeders zich als één in de waarheid verbinden. Christus en zijn Vader zijn nooit afgescheiden geweest, en Christus verblijft in jouw inzicht, in dat deel van jou dat Zijn Vaders Wil deelt. De Heilige Geest verbindt het andere deel – het nietig, dwaas verlangen om afgescheiden, verschillend en speciaal te zijn – met de Christus, om de eenheid duidelijk te maken aan wat in werkelijkheid één is. In deze wereld wordt dit niet begrepen, maar kan het wel worden onderwezen (…). Het is de functie van de Heilige Geest jou te leren hoe deze eenheid ervaren wordt, wat jou te doen staat om dit te kunnen ervaren, en waarheen je moet gaan om dat te doen.

Dit alles neemt notitie van tijd en plaats alsof dat losstaande zaken waren, want zolang jij denkt dat een deel van jou afgescheiden is, heeft het denkbeeld van een Eenheid die als Eén verbonden is, geen betekenis. Het is duidelijk dat een denkgeest die zo gespleten is, nooit als leraar een Eenheid kan onderwijzen die alle dingen verenigt in Zichzelf. En dus moet Wat in deze denkgeest aanwezig is, en alle dingen daadwerkelijk met elkaar verenigt, wel zijn Leraar zijn. Maar Het moet wel gebruikmaken van de taal die deze denkgeest begrijpen kan, in de toestand waarin die denkt te verkeren” (T25.I.5; 6:4; 7:1-4 cursief toegevoegd).

Er zijn nog veel meer plaatsen waar duidelijk wordt gemaakt dat het metafysische fundament van de Cursus non-dualistisch is, ondanks de dualistische aard van de gebruikte taal. Bijvoorbeeld, als er wordt gesproken over de Vader en de Zoon - wat twee afzonderlijke Wezens suggereert - zegt hij: “Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:4).

En later staat in het Werkboek: “Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets niet zichzelf. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is hij alleen maar.

We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, laat staan denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus (allemaal dualistische concepten). De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat” (WdI.169.5,6).

Om een voorbeeld uit je vraag te noemen, in de context van Oorzaak- en Gevolgrelaties, begint Jezus in schijnbaar dualistische termen, maar maakt vervolgens de werkelijke non-dualistische natuur ervan volstrekt duidelijk: “Vader, ik werd geschapen in Uw Denkgeest, een heilige Gedachte die zijn thuis nooit verlaten heeft. Ik ben voor eeuwig Uw Gevolg en U bent voor eeuwig en altijd mijn Oorzaak. Zoals U mij geschapen hebt, ben ik gebleven. Waar U mij gehuisvest hebt, verblijf ik nog altijd. En al Uw eigenschappen verblijven in mij, omdat het Uw Wil is een Zoon te hebben zo gelijk aan zijn Oorzaak dat Oorzaak en Gevolg niet te onderscheiden zijn” (WdII.326.1:1-5; cursief toegevoegd).

Hoewel dus veel onderdelen van de leer van de Cursus worden weergegeven in dualistische taal, is het belangrijk te begrijpen wat het doel ervan is. Dat is om ons voorbij ons geloof in dualiteit te leiden, terug naar de eenheid die onze enige werkelijkheid is.