Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#083 De naam van God

De lessen 183 en 184 gaan over de Naam van God. De lessen zeggen dat het één woord is en zo’n kracht heeft dat je alle andere woorden vergeet, omdat dit woord genezing zal brengen, zelfs aan de wereld. Helemaal aan het begin lijkt er sprake te zijn van een begrip ‘achternaam’ – dus stel dat met betrekking tot de naam Jezus Christus Gods achternaam Christus is. In een latere les wordt gezegd dat Gods Naam Liefde is. Ik heb de herhalingslessen bekeken, maar ook daar wordt het niet gezegd – mijn vraag is dus eigenlijk: Wat is Gods Naam?

Antwoord: Les 183, “Ik roep Gods Naam aan en de mijne”, dient als prachtige poëzie gelezen te worden, waarbij woorden worden gebruikt om ons te herinneren aan wat er voorbij die woorden ligt. Wanneer er gesproken wordt over God die een Naam draagt, moet dit niet letterlijk opgevat worden. Als je les 184, “De Naam van God is mijn erfgoed” zorgvuldig leest, wordt het duidelijk dat deze les figuurlijk bedoeld is, want deze les beschrijft de oorsprong en het doel van namen in het denksysteem van het ego. In feite bevestigt deze les heel ondubbelzinnig: “God heeft geen naam” (WdI.184.12:1)

De werkelijkheid van God en Christus ligt voorbij alle woorden, alle namen, alle symbolen, en alle begrippen. Die zijn allemaal het product van het bewustzijn, dat op een dualistische manier waarneemt en onderscheid maakt tussen een waarnemer en het waargenomene, een zelf en een ander zelf, wat alleen maar gefundeerd kan zijn op het geloof in afscheiding. In les 184 wordt uitgelegd hoe namen deel uitmaken van het plan van het ego om de eenheid van de werkelijkheid te verdelen in afzonderlijke, identificeerbare segmenten – elke naam die is toegekend aan elke schijnbaar afzonderlijke entiteit bevestigt zijn onafhankelijke, op zichzelf staande en betekenisvolle bestaan. Maar deze scheidingen zijn allemaal illusoir. (WdI.184.1-6).

Nu weet Jezus dat de afscheiding en de gevolgen ervan alles is wat we begrijpen en dus erkent hij dat het voor ons nodig is dat we de symbolen ervan nog een tijdje blijven gebruiken (WdI.184.9:1-2; 11:1). Maar hij wil ons leren inzien dat ze uiteindelijk onwerkelijk zijn door ons aan woorden en namen een ander doel te laten geven. Dus Gods Naam aanroepen is een symbolische manier om uitdrukking te geven aan het uiteindelijke leerdoel waar we naar op weg zijn: “alle dingen zijn één, en met deze les eindigt elke vorm van leren. Alle namen zijn verenigd, alle ruimte is gevuld met de weerspiegeling van de waarheid. Elke kloof is gedicht en afscheiding genezen (WdI.184.12:2-4). Door te erkennen dat Gods Naam de onze is, aanvaarden we de Correctie voor alle onbelangrijke namen die we aan alles in de wereld geven, onszelf, onze broeders en God inbegrepen. En dus wordt die ene Naam symbolisch gebruikt om de onbelangrijke namen van het ego ongedaan te maken, tot we er klaar voor zijn aan alle symbolen voorbij te gaan naar de werkelijkheid, die voorbij alle namen ligt.