Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#081 Een speciale relatie met de Cursus vormen

Ik heb gelezen dat alle relaties speciaal zijn en dat je zelfs met de Cursus een speciale relatie kunt hebben. Ik vraag me dikwijls af of ik zelf een speciale relatie met de Cursus heb. Hoe kan ik dat weten? En is dit eigenlijk een ‘probleem’ waar ik me mee bezig moet houden? (Een van de redenen waarom ik vermoed dat ik een speciale relatie met de Cursus heb, is dat ik dikwijls denk dat alle problemen in de wereld opgelost zouden worden als iedereen de Cursus zou lezen).

Antwoord: Ja, alle relaties zijn speciaal, met inbegrip van onze relatie met de Cursus. Wat de Cursus ‘speciaal’ maakt, is voor iedereen anders, ook in vorm. Meestal gaat het erom dat we speciale kracht toekennen aan de Cursus om aan onze speciale behoeften te voldoen. Een andere vorm van speciale relatie met de Cursus, die regelmatig voorkomt bij studenten, is dat de student zich ‘speciaal’ en vaak ‘superieur’ voelt ten opzichte van aanhangers van andere, traditionele vormen van spiritualiteit. Deze speciale relatie geldt ook voor jou wanneer je denkt dat iedereen de Cursus zou moeten lezen. En daarmee heb je het eerste deel van je vraag al beantwoord. De Cursus zelf zegt in het Handboek: “Er is een cursus voor iedere leraar van God. De vorm van de cursus varieert aanzienlijk. En dat geldt ook voor de specifieke leermiddelen die ermee gemoeid zijn. Dit is een handboek voor een bijzonder leerplan, bestemd voor leraren die een bijzondere vorm van de universele cursus onderwijzen. Er zijn vele duizenden andere vormen, alle met dezelfde uitkomst” (H1.3:1-3, 4:1-2).

Onze relatie met de Cursus is geen groter of kleiner probleem dan wat dan ook. Het is een kans om te vergeven. Het ego gebruikt alles voor zijn doel van afscheiding en oordeel, met inbegrip van de Cursus. Wij moeten naar al onze relaties, zonder uitzondering, kijken in het licht van het onderricht van de Cursus: “Laten wij […]de relaties die het ego beraamt van dichterbij bekijken, en laat de Heilige Geest die naar waarheid beoordelen. Want het staat vast dat als je ernaar kijkt, jij ze graag aan Hem schenkt. Wat Hij ervan kan maken weet je niet, maar je zult de bereidwilligheid vinden om daarachter te komen als je eerst bereid bent te zien wat jij ervan hebt gemaakt” (T15.VII.5:3-5). Het is belangrijk om de speciale relatie te herkennen, heel eerlijk te zijn over de specifieke gevoelens en oordelen die ermee gepaard gaan, en in te zien hoe je die gebruikt om afgescheiden en speciaal te zijn. Dit geldt voor speciale relaties in de vorm van liefde of van haat. Want wat speciale liefde voor de Cursus lijkt is hetzelfde als speciale haat. De speciale relatie met de Cursus weerspiegelt de manier waarop we andere mensen waarnemen, de mensen die we ‘liefhebben’, die de Cursus volgen zoals wij, en degenen die we ‘haten’, die de Cursus niet bestuderen zoals wij, of die hem helemaal niet bestuderen. Achter de speciale relatie met de Cursus staan al onze broeders. Zo is de wereld verdeeld en worden onze relaties bepaald om aan onze behoeften te voldoen. De Cursus past zich dus aan bij al het andere in ons leven en in onze wereld, want hij reflecteert de keuze die we maken voor de afscheiding. Jezus vraag ons niet ‘van de Cursus te houden’ of hem te prediken. Hij vraagt ons hem te bestuderen, in praktijk te brengen, en zijn onderricht op alles toe te passen, met inbegrip van de Cursus zelf: “Onderwijs niet dat ik tevergeefs gestorven ben. Onderwijs liever dat ik niet gestorven ben door te demonstreren dat ik leef in jou” (T11.VI.7:3-4).