Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#079 Conflicten in de familie

De relatie die ik met mijn vijf broers en zussen heb is vooral een speciale-haatrelatie. Onze conflicten zijn geëscaleerd rond de verzorging van mijn moeder en de verdeling van haar bezit. Ik vind het het gemakkelijkst om mij af te zonderen van mijn familie en van het conflict. Dat brengt me geen vrede, maar het maakt wel de angst veel kleiner. Ik weet dat dit mijn klaslokaal is, maar mijn gevoel is dat ik mijn familie wil vermijden en zelfs niet naar de begrafenis van mijn moeder wil wanneer het zover is. Mijn vraag is: Kan ik werken met vergeving naar mijn broers en zussen toe, terwijl ik er tegelijkertijd voor kies hen te ontwijken?

Antwoord: Je bent zo wijs te erkennen dat het mijden van je broers en zussen je geen vrede brengt noch je angst teniet doet, maar deze alleen kleiner maakt. Het ego is heel knap in het aanbieden van methoden die de schuld, conflicten en angst lijken te verminderen, door ontkenning of vermijding. Zo hoeven we nooit naar het probleem zelf te kijken, waardoor het ego zich ervan verzekert dat het probleem blijft bestaan en nooit wordt opgelost. “Het ego spant zich voortdurend in om angst te bagatelliseren, maar niet ongedaan te maken, en dat is inderdaad een vaardigheid die het bijzonder vernuftig toepast” (T11.V.9:2).

En dat maakt duidelijk dat er geen enkele manier is waarop je het conflict kunt omzeilen, of je nu wel of niet in contact bent met je broers en zussen. Dat komt omdat alle relaties alleen in de denkgeest bestaan en – geloof het of niet - het werkelijke conflict niets met je familie te maken heeft. Het heeft daarentegen alles te maken met waar zij voor jou symbool voor staan, want het echte conflict bestaat ook alleen in je denkgeest. En daarom zal elke verandering in een relatie altijd moeten beginnen met een verandering in de denkgeest.

Jezus doelt op dit proces wanneer hij beschrijft: “Iedereen maakt voor zichzelf een ego of zelf, dat vanwege zijn instabiliteit aan enorme wisselingen onderhevig is. Ieder maakt bovendien voor ieder ander die hij ziet een ego dat al even wisselvallig is. De interactie daarvan is een proces dat beide verandert, omdat ze niet door of met de Onveranderlijke werden gemaakt. Het is van belang te beseffen dat deze verandering even gemakkelijk kan en zal optreden wanneer de interactie in de denkgeest plaatsvindt als wanneer ze gepaard gaat met fysieke nabijheid. Over een ander ego denken heeft evenveel effect op het veranderen van relatieve waarneming als fysieke interactie. Een beter voorbeeld dat het ego slechts een denkbeeld is en geen feit, kan er niet bestaan” (T4.II:2; cursief toegevoegd).

Dus ja, je kunt werken aan je vergevingslessen met je broers en zussen zonder dat je hen ziet of fysiek in contact bent met hen. Maar wel op voorwaarde dat je dat niet gebruikt om niet in je eigen denkgeest te hoeven kijken naar het conflict dat zij voor jou vertegenwoordigen en dat je in de wereld geprojecteerd hebt. Je familie biedt jou de kans om met de schuld in contact te komen, diep verborgen in je eigen denkgeest, waar je niet naar wilde kijken, maar die je wel in anderen wilde zien. In dit geval waren dat je broers en zussen. Wanneer je eenmaal herkent waar het werkelijke probleem ligt, verschuiven je broers en zussen van de voorgrond naar de achtergrond in je vergevingsproces.

Wat is dan de volgende stap in het proces? Jezus zegt hierover: “Er is een heel eenvoudige manier om de deur naar ware vergeving te vinden en te zien hoe die ter verwelkoming wijd open staat. Wanneer jij voelt dat je in de verleiding komt iemand te beschuldigen van enigerlei zonde, sta dan je denkgeest niet toe te blijven stilstaan bij wat jij denkt dat hij heeft gedaan, want dat is zelfmisleiding. Vraag liever: Wil ik mezelf hiervan beschuldigen” (WdII.134.9)?

Om jouw zelfbeschuldiging te ontdekken, hoef je alleen maar vast te stellen waar je je familie van beschuldigt. Daarbij kijk je vooral naar de inhoud en niet zozeer naar de specifieke vorm van wat je broers en zussen doen. Het gaat er in dit geval misschien om dat je broers en zussen hun eigenbelang voorop stellen, en dat zij de situatie willen controleren of manipuleren om veilig te stellen dat in hun behoeften wordt voorzien, zonder echt rekening te houden met anderen. En dus moet je nu eerlijk zijn en erkennen dat jij soms precies hetzelfde doet, ook al is het misschien niet in deze specifieke situatie met je moeder.

Deze zelfbeschuldiging kun je dan aan Jezus of de Heilige Geest geven, ter genezing. Want Hun waarneming van jou zal anders zijn dan jouw waarneming van jezelf. Die van Hen is gebaseerd op een niet-oordelende aanvaarding en Zij zien altijd angst en een roep om liefde in plaats van aanval en zonde. Wanneer je Hun waarneming van jezelf kunt delen, laat je de schuld in je denkgeest los, en tegelijkertijd bevrijdt je je broers en zussen van de schuldketen, de banden van schuld waarmee jij ze gebonden had. Nu gebeurt het loslaten van deze schuld waarschijnlijk niet in één keer helemaal en voorgoed, want onze eigen angst is te groot om deze totale bevrijding voor onszelf te aanvaarden. Wanneer we de schuld weer binnenlaten, zullen we het ook weer nodig hebben om deze te projecteren. En familieleden met wie we een lange geschiedenis van grieven hebben, zijn een gemakkelijk doelwit. Dus is het vergevingsproces met je broers en zussen waarschijnlijk een proces dat tijd kost. Maar nu weet je tenminste wel waar het werkelijke probleem ligt.