Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#077 De stilte van de Heilige Geest

Waarom spreekt de Heilige Geest zo zacht? Het lijkt me zoveel makkelijker om Zijn leiding te volgen als Hij eens zou schreeuwen.

Antwoord: Welkom bij het koor van vele honderden Cursus-studenten die er vurig voor pleiten dat de Heilige Geest de volumeknop wat hoger zet! Jammer genoeg, of liever gezegd, gelukkig ligt het probleem bij ons, wat betekent dat het iets te maken heeft met een keuze die we maken en die we nu kunnen wijzigen. Het is de storing die wij veroorzaken die de Stem van de Heilige Geest onhoorbaar lijkt te maken, net als radio-uitzendingen dikwijls niet duidelijk doorkomen vanwege atmosferische storingen. Er is niets mis met het signaal. Het probleem ligt aan de kant van de ontvanger, niet van de zender, zegt Jezus ons in wat een milde berisping lijkt: “Welk antwoord dat de Heilige Geest geeft kan jou bereiken, wanneer het jouw speciaalheid is waarnaar je luistert, die de vragen stelt én het antwoord geeft? Haar nietig antwoord, onhoorbaar in de melodie die eeuwig van God naar jou toestroomt in liefdevolle lof om wat jij bent, is het enige waarnaar jij luistert. En deze machtige lof- en liefdeszang om wat jij bent lijkt tegenover haar ‘imposantheid’ stil en onvernomen. Je spitst je oren om haar onhoorbare stem te horen, maar intussen is de Roep van God Zelf voor jou onhoorbaar.” (T24.II.4:3-6) Dit wordt in het Handboek door Jezus bekrachtigd: “Slechts zeer weinigen kunnen Gods Stem überhaupt horen,” (H12.3:3).

Dit is moeilijk te aanvaarden, maar in plaats van ontmoedigd, kunnen we dankbaar zijn dat we tenminste weten wat het probleem is, en dat we, hand in hand met onze liefdevolle broeder Jezus, kunnen zorgen dat de communicatie weer volop luid en duidelijk wordt. Als we werkelijk eerlijk tegen onszelf zijn, knikken we instemmend bij wat hij uitlegt over het niet-horen van de Heilige Geest en vinden we dat het inderdaad de waarheid is.

Naarmate we verder werken met deze materie, wordt het duidelijk dat de twee vereisten waar Jezus op aandringt eerlijkheid en nederigheid zijn. Het maakt ons heel nederig als we steeds weer teksten in de Cursus tegenkomen waarin Jezus zegt dat we ons vergissen in alles wat we denken en gedacht hebben, en dat we niet meer dan spirituele kinderen zijn; hij duidt ons soms zelfs aan als baby’s (bijvoorbeeld in T4.II.5:2). Hij spreekt eveneens over de methodes die hij moet gebruiken om ons te kunnen bereiken, omdat we zoveel hindernissen opgeworpen hebben voor de waarheid in onze denkgeest. Bijvoorbeeld: “Hoe kun je iemand de waarde bijbrengen van iets wat hij doelbewust heeft weggegooid?” (T4.VI.5:1) En dan zijn er nog de vele passages waarin nadrukkelijk sprake is van de ‘schade’ die we aan onze denkgeest hebben toegebracht, zoals: “…wat jij gedaan hebt om je denkgeest te schaden heeft hem zo onnatuurlijk gemaakt dat hij zich niet herinnert wat natuurlijk voor hem is.” (T16.II.3:1) Het is gewoon zo makkelijk om te vergeten dat wij degenen zijn die de Heilige Geest uit onze denkgeest verbannen hebben. We verbergen dit en denken uiteindelijk dat Zijn afwezigheid uit ons bewustzijn op de een of andere manier te maken heeft met een tekortkoming van Zijn kant, of zelfs met instructies van Jezus. Dus tenslotte worden we teruggedrongen naar een zeer nederige positie, van waaruit we al onze inspanningen moeten vervolgen.

Nóg een belangrijke factor die we in gedachten moeten houden is dat de leiding van de Heilige Geest zich op vele verschillende manieren kan manifesteren. We moeten die niet alleen maar verwachten in de vorm van woorden die ons nadrukkelijk zeggen wat we moeten doen. Zijn Aanwezigheid kan evengoed gevoeld worden als een impuls om op een bepaald moment vriendelijk of mededogend te zijn. Dikwijls manifesteert Zijn leiding zich in de vorm van een idee dat plotseling bij ons opkomt, of iets dat in een droom gebeurt, of gewoon terwijl we met een vriend(in) spreken. De correctie door de Heilige Geest van ons onjuist gerichte denken kan zich op alle mogelijke manieren kenbaar maken.

En tenslotte nog dit: we moeten er altijd voor zorgen dat wij niet het probleem definiëren, en vervolgens verwachten dat het antwoord komt op onze eigen voorwaarden. Dit is een al te vaak voorkomende vorm van storing van onze kant die toegang tot het juist gerichte denken moeilijker maakt. “Wees voor een moment bereid je altaar vrij te houden van wat jij daarop hebt geplaatst, en wat daar werkelijk is kan jou niet ontgaan.” (T21.II.8:1) Jezus heeft gegarandeerd dat onze inspanningen succes zullen hebben, en feitelijk is dat al zo. We hoeven dit alleen maar zonder voorbehoud te aanvaarden en dan zal de Stem namens God de enige Stem zijn die we horen.