Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#072 Gods plan

De Cursus verwijst op verschillende plaatsen naar Gods plan: “We zullen de manier aanvaarden waarop Gods plan eindigen zal, zoals we de manier ontvingen waarop het begonnen is.” (WdII.in.10:6) Verderop in het Werkboek staat: “Gods Eindoordeel is even genadig als iedere stap in het door Hemzelf vastgestelde plan om Zijn Zoon te zegenen en hem op te roepen terug te keren tot de eeuwige vrede die Hij met hem deelt. Wees niet bang voor liefde. Want zij alleen kan alle leed genezen, alle tranen wegwissen en de Zoon die God als de Zijne erkent zachtjes doen ontwaken uit zijn droom van pijn (WdII.10.4:1-3). Dit lijkt in strijd te zijn met de bewering dat God zich niet bewust is van de fysieke wereld. Hoe kan God dan een plan hebben? Deze passages lijken te zeggen dat Hij zich ervan bewust is dat Zijn Zoon slaapt. Waarom zou Hij een plan nodig hebben om “hem terug te roepen” en om “hem zachtjes te ontwaken uit zijn dromen van pijn”, als God geen weet heeft van de behoeften van zijn Zoon, die volgens de waarheid niet slaapt en daarom geen behoefte heeft terug te keren naar de Vader? Als, zoals de Cursus stelt, de fysieke wereld een illusie is en God zich niet bewust van de illusie, waarom is er dan een plan nodig om de Zoon te laten ontwaken? Kun je uit deze passages niet opmaken dat God zich bewust is van iets wat niet werkelijk is?

Antwoord: Dat is een hele goede vraag. Een van de uitdagende maar essentiële punten ten aanzien van de Cursus is om te begrijpen hoe hij taal gebruikt. Het wordt allemaal duidelijker wanneer je je realiseert dat de Cursus enkel en alleen gekomen is om de gedachte van afscheiding – die in onze ervaring heel echt is - te corrigeren. En dus moet hij wel de symbolen van de afscheiding gebruiken om deze correctie tot stand te brengen (T25.I.7:4). De mythe van het ego over de afscheiding, waar we op een diep onbewust niveau in geloven, vertelt een heftig verhaal over aanval en tegenaanval tussen de Zoon en de Vader. Uiteindelijk wil de Vader de Zoon vernietigen vanwege de kwaadaardige poging van de Zoon om zich de superieure positie van de Vader in het Koninkrijk toe te eigenen (zie bijv. H17.VII). Dat dit verhaal algemeen aanvaard is blijkt wel uit het fundamentele geloof van het christendom dat Gods verlossingsplan vereist dat Zijn enige Zoon lijdt en een schandelijke dood sterft om zo te boeten voor onze smartelijke aanval op Hem - een zonde die zo vreselijk is dat wijzelf op geen enkele manier in staat zijn daarvoor te boeten en ons te verzoenen. En deze basisveronderstelling van het christendom is maar één van de specifieke manifestaties van de onderliggende mythe van het ego, uitgaande van de realiteit van afscheiding en zonde. Soortgelijke ideeën kunnen worden gevonden in andere formele religies in de wereld die de nadruk leggen op de noodzaak en waarde van lijden en offeren om God te bereiken.

De Cursus is gekomen als een correctie op dit onware verhaal van het ego. Maar deze correctie zou niet behulpzaam zijn als het alleen maar de bewering was dat dit alles niet werkelijk is. Want we zijn van het tegendeel overtuigd en houden ons nog steeds wanhopig vast aan het zondige zelf dat naar ons idee werkelijk is vanwege de afscheiding. En dus vertelt de Cursus ons een ander verhaal: het verhaal van een liefhebbende Vader Wiens verlossingsplan - onze gelukkige terugkeer naar Hem - geen enkel aspect van geweld of wraak in zich heeft, noch enige vorm van opoffering of pijn van Zijn kinderen verlangt. Dit corrigerende verhaal over Gods verlossingsplan gebruikt dezelfde dualistische symbolen van de afscheiding als het ego-verhaal, maar als een metaforische weergave en niet als letterlijk verslag. En dus zijn de symbolen doordrenkt van een geheel andere betekenis; ze weerspiegelen de Liefde van de Hemel die één maakt, in plaats van de fragmenterende haat van het ego. Het doel van de correctie van de Cursus is om te beginnen met het ongedaan maken van een deel van de schuld en angst die we werkelijk hebben gemaakt in onze denkgeest. Zo kunnen we beginnen het gedeelte van onze denkgeest te benaderen waar de Heilige Geest - de correctie - zetelt (en zelfs dit is een metafoor), als een reflectie van de eenheid en heelheid van onze werkelijkheid als Christus.

(De audio-tape, Dualiteit als metafoor bevat een meer uitgebreide behandeling van dit onderwerp.)