Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#070 De schoonheid van kunst en natuur

Wat we zien en ervaren zijn vormen van de sterfelijke denkgeest. Is het juist dat je vormen van schoonheid in de natuur en in de kunst en alle lieftallige dingen kunt beschouwen als de onderliggende inhoud van de goddelijke Denkgeest?

Antwoord: Een cursus in wonderen leert ons in feite iets anders. Niets in de wereld van vorm komt van de goddelijke Denkgeest, ook de onderliggende inhoud niet. Dit is het strikte non-dualisme dat de kern is van de metafysica van de Cursus. Op dat niveau is hij compromisloos. De uitbreiding van Gods Liefde – in de Cursus wordt dit scheppingen genoemd – heeft geen equivalent in de wereld. Voor zover we ons met de wereld van vorm vereenzelvigen, kunnen we dan ook niet begrijpen wat deze scheppingen zijn.

De wereld van vorm en al wat we zien en ervaren – of dat nu mooi of grotesk is, beminnenswaardig of weerzinwekkend – komt voort uit de gespleten denkgeest, de denkgeest van na de afscheiding die losgebroken lijkt van zijn eenheid als een Gedachte in de Denkgeest van God. Dat is natuurlijk allemaal illusoir, en daarom luidt de eerste les van het Werkboek: “Niets wat ik … zie betekent iets” en wordt gevolgd door: “Ik heb alles wat ik … zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft.”

De focus van het onderricht en de oefeningen in de Cursus ligt op de denkgeest, niet op de buitenwereld. De training is erop gericht dat we tot de erkenning komen dat onze waarnemingen rechtstreeks veroorzaakt worden door de keuze die we in onze denkgeest maken. De keuze om ons te identificeren met het ego (de onjuist gerichte denkgeest) of met de Heilige Geest (de juist gerichte denkgeest). Zo wordt ons geleerd dat de wereld “getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5). Dit betekent dat als we het denksysteem van vergeving van de Heilige Geest kiezen om ons denken richting te geven, dit de inhoud is van al onze waarnemingen. Dan kan werkelijk alles een inspiratiebron voor ons zijn en ons herinneren aan de waarheid en schoonheid van God. Maar dat komt niet door een of andere kwaliteit die eigen is aan de vorm zelf. Een kunstwerk of een schilderachtig landschap kan ons inspireren en boven onze eindige wereld uittillen. Maar dit komt alleen omdat we in onze denkgeest al een keuze hebben gemaakt om onze investering in de werkelijkheid van afscheiding en beperking los te laten. De inhoud van de goddelijke Denkgeest is zuivere Liefde, zuivere eenheid, zuivere vormloosheid. Binnen de illusie, binnen de droom kunnen we in onze denkgeest de afspiegeling hiervan ervaren, maar, nogmaals, alleen omdat we eerst de ontkenning van de waarheid ontkend hebben. Dit neemt de blokkades weg voor het bewustzijn van de liefde die in onze denkgeest altijd aanwezig is.

De sleutel is om alles wat we waarnemen als een symbool van de Heilige Geest of van het ego te beschouwen en te onthouden “dat geen teken of symbool verward mag worden met de bron, want ze staan beslist voor iets anders dan zichzelf” (T19.C.11:2).