Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#069 Vergeving vinden

V#069a: Ik werk nu al een hele poos aan het vergeven van één persoon in het bijzonder en kom nu heel erg dicht bij het punt van totale vergeving, dat mij vrede zou moeten brengen. Maar nu merk ik dat ik hem mis omdat ik hem niet meer zie of spreek, en dat is helemaal niet vredig. Deze persoon is niet overleden, dus een ontmoeting in levende lijve is mogelijk, hoewel hoogst onwaarschijnlijk, omdat we allebei hertrouwd zijn. Ik wil anders met hem om kunnen gaan en hem mijn onvoorwaardelijke liefde laten zien in plaats van mijn angst, die onze relatie te gronde gericht heeft. Wat is er hier aan de hand? Heeft mijn ego nog altijd de leiding, ook al heb ik hem vergeven en denk ik eindelijk positief over onze relatie en koester ik geen wrok? Is iemand missen weer een bevestiging van het geloof in de afscheiding? Ik vind het vreemd dat ik niet de volledige vrede voel die ik verwachtte. Het feit dat ik hem mis is een onverwachte tegenvaller bij deze anders zo liefdevolle ervaring, die ik, denk ik, niet in mijn eentje wil ervaren. Ik heb me in mijn denkgeest met deze broeder verbonden en ik wil dit ook in de vorm doen. Is dit verkeerd? En zo ja, hoe kan ik daar uiteindelijk vrede mee hebben?

V#069b: Vergeving is zo’n belangrijk proces in de Cursus, en we kunnen het toepassen op zowat alles in ons dagelijks leven. Maar wat gebeurt er als iemand vermoord wordt en alles houdt plotseling op voor die persoon? Hoe kan die denkgeest verwerken wat er gebeurd is wanneer hij niet langer bestaat als de persoon die zojuist vermoord werd. Ik hoop dat dit geen domme vraag is en dat er enig verband bestaat met de Cursus.

Antwoord: Vergeving, dat centraal staat in het onderricht van de Cursus, is als begrip voor ons heel moeilijk te bevatten, zolang we ons vereenzelvigen met ons ego en met het individuele zelf dat we denken te zijn. Jezus waarschuwt ons: “…de wereld is blind voor haar betekenis [die van vergeving] en niet in staat een gids te verschaffen die jou haar weldadigheid leren kan. Er is geen gedachte in heel de wereld die tot enig begrip leidt van de wetten die ze volgt, noch van de Gedachte die ze weerspiegelt. Ze is even vreemd aan de wereld als jouw eigen werkelijkheid dat is. (WdI.134.13:1-3)

Het vraagt dus enorme nederigheid om de studie van de Cursus aan te pakken en te erkennen dat we werkelijk niets begrijpen. Maar in die erkenning ligt de mogelijkheid tot werkelijk leren. Vergeving zoals de Cursus die definieert, heeft werkelijk niets te maken met die ander tegen wie we een grief denken te koesteren. Maar het heeft evenmin iets te maken met de persoon die we denken te zijn en die de grief schijnbaar koestert.

Hiermee wordt niet ontkend dat we duidelijke gevolgen van ware vergeving ervaren in onze externe relaties, maar dat is niet wat er werkelijk gebeurt. Om te begrijpen wat de Cursus met vergeving bedoelt, moeten we eerst het doel van het ego voor de wereld en voor onze relaties begrijpen. En dat doel is altijd schuld buiten onszelf in iemand anders zien. Die schuld is in werkelijkheid in onze eigen denkgeest aanwezig. Het is de oorspronkelijke schuld over de gedachte dat wij ons van God hebben afgescheiden. Welke grief ik nu precies tegen je koester, doet er niet toe. Wat er wel toe doet, is dat ik jou er de schuld van kan geven dat ik me ongelukkig voel. Vergeving is dan het proces waarbij ik eerst besef dat ik me inderdaad ongelukkig voel en niet in vrede ben en dat jij, tegen wie ik een grief koester, me helpt om dat in te zien. Maar jij bent niet echt de bron van het verlies van mijn vrede en geluk. Dat ben ik zelf. Als ik mijn projectie van schuld en beschuldigingen dus van jou terugneem, kan ik de volgende stap zetten met de Heilige Geest en inzien dat mijn eigen schuld niet werkelijk is. Uit deze erkenning vloeit vrede voort. Vergeving stelt me dus in staat me te bevrijden van de verkeerde oordelen die ik eerst mezelf aanrekende en waar ik jou vervolgens van beschuldigde, omdat ik zelf de verantwoordelijkheid ervoor niet wilde aanvaarden. En de vergeving die ik ervaar heeft in mijn denkgeest plaats en heeft niets te maken met het zelf dat ik denk te zijn of met het zelf dat ik denk dat jij bent.

Met deze korte uitleg in gedachten kunnen we terugkeren naar de gestelde vragen. Wat we als vergeving ervaren in onze relaties met anderen kan zeker een afspiegeling zijn van het echte onderliggende proces dat plaats vindt in onze denkgeest. Zolang we ons nog met ons ego identificeren, interpreteren we de bevrijding die we in onze denkgeest ervaren binnen de context van de specifieke vorm van onze relatie met iemand anders. Dat is onvermijdelijk zolang we ons vastklampen aan onze onjuiste identiteit als lichaam. Het is een vergissing, maar beslist geen zonde.

Als ik dus voel dat ik je bevrijd van de oordelen die ik tegen je gekoesterd heb, en ik ervaar vrede, kan dit alleen maar een afspiegeling zijn van het feit dat ik mezelf van de schuld en oordelen bevrijd die ik mezelf in mijn denkgeest aanreken. Dit moet angst veroorzaken bij mijn ego die op schuld leeft en gedijt. Dus is er nu een verdediging nodig tegen de liefde en vrede.

De ideale oplossing voor het ego is de vorm van de relatie om te wisselen van speciale haat naar speciale liefde. De vorm verandert, maar de onderliggende inhoud blijft haat en schuld, hoewel nu vermomd en verborgen. Dus in plaats van jou te zien als de rechtstreekse oorzaak van mijn gevoel van ongelukkig zijn, zie ik je nu dus als iemand die ik op de een of andere manier nodig heb voor mijn geluk: ik moet bij je zijn om vrede en vreugde te ervaren. Maar dat komt eigenlijk op hetzelfde neer, want als jij niet beschikbaar voor me bent zoals ik dat wil, dan draag je dus opnieuw bij tot mijn gevoel van ongelukkig zijn. In beide gevallen ben ik niet in vrede en heeft mijn ego gewonnen. Nu is het antwoord niet te proberen hier iets aan te veranderen, maar gewoon in te zien wat er gebeurt. En vervolgens mezelf af te vragen, met Jezus of de Heilige Geest als leraar: ‘is dit werkelijk wat ik wil, in plaats van de vrede die ik voelde toen ik in staat was ons beiden van de ketenen van schuld en veroordeling te bevrijden?’ Als ik het doel van mijn ego aan het licht heb gebracht, is het alleen nog maar een kwestie van tijd voor ik bereid ben een andere keuze te maken.

Maar hoe zit het met de situatie waarin het leven van een slachtoffer beëindigd schijnt te zijn door een aanval van iemand anders? We herhalen wat we eerder hebben gezegd: vergeving, evenals het koesteren van grieven, heeft in werkelijkheid niets te maken met het zelf dat ik denk te zijn of dat ik denk dat jij bent. Grieven worden vastgehouden in onze denkgeest en de denkgeest heeft het lichaam helemaal niet nodig om te vergeven. Of het lichaam nu al dan niet in leven lijkt te blijven, de denkgeest kan dezelfde keuze maken. Hetzij de projectie van schuld op het lichaam van iemand anders blijft bestaan, of de schuld wordt teruggetrokken in de denkgeest die er de bron van is, en waarin de keuze om de schuld los te laten zich bevindt.

Elke schijnbaar verschil in het proces ontstaat alleen als je ervoor kiest om de schuld te blijven projecteren, maar dit verschil bestaat alleen op het niveau van vorm, niet van inhoud. De denkgeest vindt dan gewoon een ander leven met een ander lichaam waarmee hij zich kan vereenzelvigen. Dit is eigenlijk niet anders dan wat we in één leven doen wanneer we besluiten een relatie te verlaten en een andere te beginnen. De cyclus van slachtoffer-dader herhaalt zichzelf, tot de denkgeest bereid is een andere keuze te maken en de volledige verantwoordelijkheid neemt voor de pijn en het verlies van vrede. Moord is altijd eerst een gedachte in de denkgeest, een zelfbeschuldiging voor wat we denken dat we God hebben aangedaan. Dat projecteren we buiten onszelf op iemand anders om de gevolgen te ontlopen die, zoals we onszelf voorhouden, uit die keuze voortvloeien. Maar de moord en de daaropvolgende schuld, evenals de wereld die we maken als opslagplaats voor de schuld waaraan we willen ontkomen, zijn allemaal even illusoir. Op dit uitgangspunt volgt vergeving vanzelf.