Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#066 Vrienden die ons ‘teleurstellen’

Ik bestudeer Een cursus in wonderen nu een jaar, doe de lessen en neem deel aan twee studiegroepen. Ik ben ook lid van een 12-stappengroep. Mijn vraag gaat over vriendschap en het uitbreiden van liefde naar anderen. Ik was nooit iemand die aan relaties werkt. Het afgelopen jaar heb ik geprobeerd liefde naar mijn vrienden uit te breiden, maar soms voel ik dat die liefde niet wederkerig is. Ik weet dat liefde vrijheid betekent en onvoorwaardelijk is, maar toch ben ik teleurgesteld als ik via de telefoon of per e-mail contact met een vriend zoek, maar geen antwoord krijg. Hoe raak ik over die teleurstelling heen?

Antwoord: Ten eerste moet je weten dat je, als betrekkelijk nieuwe student van de Cursus, zo goed mogelijk je best doet. De Cursus is als proces een hele uitdaging en het vraagt tijd hem meester te worden. Het is niet makkelijk het denksysteem van het ego waar we ons allemaal, tot nu toe, bijna de hele tijd trouw aan verbonden hebben, ongedaan te maken. Het enige wat Jezus van je vraagt is jouw bereidwilligheid je een andere manier te laten onderwijzen – en er is nederigheid voor nodig om te erkennen dat je die manier zelf niet kent.

Zoals je gemerkt hebt, blijft de stelregel van het ego: “Zoek maar vind niet” (T16.V.6:5; WdI.71.4:2; H13.5:8) in ons leven werkzaam, zelfs nadat we besloten hebben dat we op een andere manier tot anderen in relatie willen staan. Dat komt omdat we nog altijd niet begrijpen met welke bedoeling we de wereld en relaties hebben gemaakt. “De neiging bestaat te denken dat de wereld vertroosting kan bieden en een uitweg uit problemen waarvan ze juist het behoud nastreeft…De wereld werd gemaakt zodat problemen niet ontlopen zouden kunnen worden” (T31.IV.1:1; 2:6). En dus, zolang we in de wereld en van anderen enige voldoening verwachten, veroorzaken we teleurstelling voor onszelf. Maar, in tegenstelling tot ons bewuste gewaarzijn, doen we dit in feite opzettelijk.

Ons voor onszelf verborgen doel in de wereld en met onze relaties is om teleurgesteld, slecht behandeld en slachtoffer gemaakt te worden, zodat de pijn die in werkelijkheid voortkomt uit onze eigen geheime keuze voor de afscheiding, nu afkomstig lijkt te zijn van de handelingen van iemand anders, of van het achterwege blijven ervan. In les 76 spreekt Jezus van de verschillende ‘wetten’ van het ego waaraan wij (en anderen) denken te moeten gehoorzamen. Hierbij horen: …“de ‘wetten’ van de vriendschap, van ‘goede’ relaties en wederdiensten” (WdI.76.8:3). Deze schijnbaar redelijke regels voor relaties dienen het egodoel om verwachtingen te wekken over hoe wij en anderen zouden moeten handelen om gelukkig te zijn, met tevens de garantie dat we teleurgesteld en ongelukkig zullen zijn als de regels geschonden worden.

Nu verwacht Jezus niet dat wij plotseling op zullen houden met zoeken naar liefde buiten onszelf, enkel omdat hij ons zegt dat dat niet helpt (bv. T29.VII). Hij zegt ons dit om ons te helpen geleidelijk onze ogen te openen voor wat we onszelf aandoen, zodat we na verloop van tijd steeds bereidwilliger zijn om een andere keuze te maken. De keuze onze pijn en teleurstelling naar hem te brengen, zodat hij ons kan laten zien dat het antwoord op dat waar we naar zoeken in onszelf ligt en daar altijd is geweest. Wij zijn degenen die de liefde niet aanvaard hebben, haar steeds bleven wegschuiven uit angst om ons te verbinden en ons zelf te verliezen in totale, grenzeloze liefde. En we blijven ons tegen dat inzicht verzetten bij het in praktijk brengen van de Cursus en zijn vergevingsproces. Maar Jezus veroordeelt ons hier niet voor. Hij weet dat we alleen maar bang zijn, maar dat we na verloop van tijd steeds vaker zullen kiezen voor zijn alternatief. En dan gaan we inzien dat onze angst, die ons ervan weerhield zijn liefde te ervaren, in niets verschilt van de angst die anderen tegen schijnt te houden op hun beurt liefde te ervaren, wanneer we zijn liefde door middel van ons uitgebreid laten worden. En aangezien we weten dat wij liefde altijd kunnen ervaren en delen, zullen we niet langer teleurgesteld zijn wanneer anderen dat voor zichzelf niet inzien.

De liefde zal zich gewoon verder uitbreiden, door ons heen naar hen toe, en hen dezelfde oplossing in herinnering brengen waar wij voor onszelf achter zijn gekomen: liefde is in elk van onze denkgeesten al aanwezig. We hoeven alleen maar “de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid [er]van” (T.In.1:7).