Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#062 Het gebruik van positieve gedachten

Ik ben al vele jaren student van Een cursus in wonderen en begin nu voor mijn gevoel voorbij het ‘beginnerstadium’ te komen. Mijn vraag is: kan het voor een student behulpzaam zijn om te reflecteren op positieve gedachten, in plaats van de negatieve gedachten van de ego-denkgeest vast te houden? Ik weet dat naar moeilijke situaties gekeken moet worden met Jezus of de Heilige Geest, of zelfs met God. Maar de denkgeest moet toch ergens zijn tijd mee vullen als hij niet in het heilig ogenblik is? Ik heb het hier niet over affirmaties, maar over gedachten die ons diep raken en ontroeren. Ik zou hier graag verheldering over willen krijgen.

Antwoord: Onze denkgeest is óf in het heilig ogenblik óf samen met het ego. Er zijn geen andere opties en er is geen middenweg. Onze gedachten weerspiegelen de keuze die we gemaakt hebben om óf te denken zoals het ego denkt, óf zoals de Heilige Geest denkt. De Cursus definieert deze gedachten niet als positief of negatief, maar vertelt dat de gedachten van het ego de illusie versterken, terwijl die van de Heilige Geest de waarheid weerspiegelen. Ervaringen die ons diep raken zijn weerspiegelingen van een keuze op het niveau in de denkgeest om ons af te wenden van het ego en te kiezen voor de Heilige Geest, die het symbool van Gods Liefde in de droom is. Een mooi muziekstuk of een zonsondergang kunnen symbool staan voor de liefde en vrede in onze denkgeest, wanneer we gekozen hebben voor de Heilige Geest.

Wat echter werkelijk behulpzaam is, is om waakzaam te zijn voor de gedachten die we denken met het ego: om je hier bewust van te worden en hun doel te herkennen. Omdat veel ego-gedachten ‘positief’ lijken, kunnen we gemakkelijk voor de gek worden gehouden. Ogenschijnlijk ‘positieve’ gevoelens kunnen een verraderlijke vorm van spirituele speciaalheid zijn. Het ego komt bovendien met allerlei ingenieuze excuses aanzetten, om toe te geven aan zijn denksysteem en vast te houden aan grieven. Dat is misschien waar jij naar verwijst als ‘de negatieve gedachten van de ego-denkgeest vasthouden’. Het vraagt veel eerlijkheid en geduld om zorgvuldig te kijken naar onze gedachten, zonder aan ze toe te geven en zonder ze te veroordelen. We doen er goed aan om dicht bij de richtlijnen van de Cursus te blijven: “Het is niet jouw taak op zoek te gaan naar liefde, (wat we ‘positieve’ gedachten zouden kunnen noemen) maar enkel in jezelf alle hindernissen te zoeken die jij ertegen opgeworpen hebt. Het is niet nodig te zoeken naar wat waar is, maar wel naar wat onwaar is” (T16.IV.6:1,2).

Als we eerlijk zijn in deze zoektocht zullen we herkennen welke gedachten we vasthouden die ons belemmeren om in het heilig ogenblik te zijn. Dan is het onze keuze om ofwel te blijven vasthouden aan deze gedachten of om ze los te laten in ruil voor de waarneming van de Heilige Geest. Wanneer we zelf onze gedachten beoordelen – door te beslissen welke positief zijn en welke negatief – dan vullen we onze denkgeest met wat volgens ons ‘positieve’ gedachten zijn. En dan hebben we onszelf aan het hoofd over de Verzoening gesteld, en laten weinig of helemaal geen ruimte over voor de Heilige Geest. Het zijn Zijn gedachten die we zoeken, Zijn waarneming en Zijn oordeel. Door óns aandeel trouw te vervullen, staan wij Hem toe ons naar het heilig ogenblik te brengen. De Cursus is hier helder over en heel specifiek: “De Heilige Geest vraagt slechts dit van jou: breng Hem ieder geheim dat je voor Hem hebt weggesloten. Open iedere deur voor Hem, en nodig Hem uit de duisternis binnen te komen en die door Zijn licht te laten verdwijnen. Op jouw verzoek komt Hij graag binnen. Hij brengt het licht naar de duisternis als jij de duisternis voor Hem openstelt.

Maar wat jij verborgen houdt, kan Hij niet zien. Hij ziet voor jou, en Hij kan niet zien als jij niet samen met Hem kijkt. De visie van Christus is niet voor Hem alleen, maar voor Hem samen met jou. Breng dan ook al je duistere en geheime gedachten bij Hem, en bekijk ze samen met Hem. Hij houdt het licht vast, jij het duister. Ze kunnen niet naast elkaar bestaan wanneer jullie er samen naar kijken. Zijn oordeel moet wel zegevieren, en Hij zal jou dit geven wanneer jij jouw waarneming met de Zijne verbindt” (T14.VII.6). In een andere passage geeft de Cursus een zeer bemoedigend vervolg: “En als ik een woord nodig heb om me te helpen, zal Hij het me geven. Als ik een gedachte nodig heb, geeft Hij me die ook. En als ik alleen maar stilheid nodig heb en een rustige, open denkgeest, dan zijn dat de gaven die ik van Hem ontvangen zal. Hij heeft de leiding, op mijn verzoek. En Hij zal me horen en antwoord geven, want Hij spreekt namens God, mijn Vader, en Zijn heilige Zoon” (WdII.361-5.1:1-5).

De waarneming van de Heilige Geest zal ons leiden naar het heilig ogenblik, wanneer we met toewijding onze denkgeest onderzoeken en Hem uitnodigen als onze gids, leraar en ‘rechter’. Hierin ligt onze hoop.