Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#056 Waarom kiezen we niet een beter leven?

De Cursus zegt dat we op een bepaald niveau verantwoordelijk zijn voor ons leven, voor onze keuzes en daden. Waarom kies ik er dan voor om zo’n dwaas te zijn? Waarom kiezen we er niet allemaal voor om als kinderen van liefhebbende, spirituele, intelligente, rijke en genetisch gezonde ouders op deze wereld te komen?

Antwoord: Ja, als het werkelijk mijn keuze is, waarom zou ik de dingen dan toch zo ellendig voor mezelf in scène zetten? Het antwoord ligt in het begrijpen van mijn geheime doel, dat zelfs voor mijzelf verborgen is. En dat doel is om slachtoffer te zijn van anderen, in al mijn relaties, zodat ik nooit in contact kom met de werkelijke oorzaak van mijn ellende. Wij denken dat de wereld - te beginnen met onze ouders en daarna alle volgende relaties - de werkelijke oorzaak is van onze pijn en ellende. Maar dat is niet zo. De wereld en al onze relaties zijn niet meer dan een slimme zelfgemaakte afleidingsmanoeuvre om de werkelijke bron van ongeluk verborgen te houden voor onszelf: ons onuitputtelijke verlangen dat de afscheiding werkelijk zou zijn, koste wat het kost. Maar waarom zouden we de werkelijke bron verborgen willen houden? De reden is dat we meer waarde hechten aan ons individuele, afgescheiden zelf dan aan alle liefde en geluk in het universum, en dat we zelfs bereid zijn om daarvoor te moorden. Maar dat geven we liever niet toe. Want als we dat wel doen, dan zijn we sneller bereid ons los te maken van de vereenzelviging met het ego en het speciale individuele zelf dat we allemaal denken te zijn. Want wat zou onze ervaring anders kunnen zijn dan pijn en ellende en liefdeloosheid als we ons in werkelijkheid konden afscheiden van Liefde?

We verzinnen een uiterlijke wereld, beginnend bij onze ouders, die voortkomt uit alle schuld, pijn, aanval en moord die we ons hebben ingebeeld in onze denkgeest. Dat zijn gedachten die heel echt en beangstigend voor ons lijken zodra we eenmaal de afscheiding tot werkelijkheid willen maken. Zoals de Cursus het beschrijft: “De wereld die jij waarneemt is een wereld van afscheiding. Misschien ben je bereid om zelfs de dood te aanvaarden om je Vader te kunnen verloochenen… ze wordt geregeerd door het verlangen anders te zijn dan God… De wereld die jij hebt gemaakt is dan ook volslagen chaotisch, en wordt geregeerd door willekeurige en zinloze ‘wetten’ en is gespeend van elk soort betekenis. Want ze is gemaakt uit wat jij niet wilt en vanuit je denkgeest geprojecteerd omdat je er bang voor bent” (T12.III.9:1,2,5,6,7).

De wereld is dus het gevolg en niet de oorzaak van hoe we ons voelen, hoezeer we ook onszelf ervan overtuigd hebben dat het anders is. “Als de oorzaak van de wereld die jij ziet aanvalgedachten zijn, moet je leren dat je juist deze gedachten niet wilt. Het heeft geen zin te jammeren over de wereld. Het heeft geen zin te proberen de wereld te veranderen. Ze is niet te veranderen, omdat ze slechts een gevolg is. Maar het heeft zeker zin om je gedachten over de wereld te veranderen. Hiermee verander jij de oorzaak. Het gevolg zal dan vanzelf veranderen” (Wdl.23:2).

Dus zelfs al konden we de wereld en al onze relaties precies maken zoals we willen, de bouwstenen bestaan altijd nog uit de inhoud van de ego-denkgeest. Het doel blijft hetzelfde: mijzelf zien als slachtoffer en anderen verantwoordelijk houden voor mijn problemen en voor hoe ik me voel. En dat bepaalt onze ervaring in de wereld, ongeacht welke vorm de wereld aanneemt, zolang het egodenksysteem onze keuze blijft. Zelfs als ik besluit om het kind te zijn van ‘liefhebbende, intelligente, rijke en genetisch gezonde ouders’, dan zal ik nog steeds niet gelukkig zijn. Ik vind dan nog altijd wel een of andere reden om anderen de schuld te geven van mijn ellende, te beginnen met mijn ouders, tot ik er klaar voor ben om te vragen naar een andere manier. En die andere manier houdt in dat ik naar binnen kijk, in mijn eigen denkgeest, om de blokkades bloot te leggen die ik daar geplaatst heb voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, zodat ze weggenomen kunnen worden (T.In.1:7). En het geluk dat ik dan zal ervaren zal niets te maken hebben met wat dan ook in de uiterlijke wereld, inclusief mijn ouders.