Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#053 Pogingen om de uiterlijke wereld te verbeteren

Als we politiek of sociaal actief zijn, versterken we dan op een verkeerde manier de droom waaruit we proberen te ontwaken? Moeten we alleen aan het zelf werken? Is dat niet de beste manier om iets te doen tegen het kwaad in deze wereld?

Antwoord: Ten eerste gaat het in de Cursus uitsluitend om het genezen van onze denkgeest, omdat daar ons enige probleem en de oplossing ervan zich bevindt: onze beslissing om afgescheiden te zijn en ons vermogen om die keuze ongedaan te maken. “Vergeet niet dat de genezing van Gods Zoon het enige is waartoe de wereld dient” (T24.VI.4:1). Op een bepaald niveau kunnen we de wereld dan ook op een heel effectieve manier helpen door de schuld in onze denkgeest ongedaan te maken, omdat het de projectie van deze schuld is die de wereld en al haar problemen heeft gemaakt en ook in stand houdt. De wereld is dus alleen maar een idee in onze denkgeest en heeft haar bron in onze denkgeest nooit verlaten. Als we ons hier totaal mee konden vereenzelvigen en dan de schuld ongedaan zouden maken, zou de wereld verdwijnen, terug in het niets van waaruit ze is gekomen, en wij zouden weer thuis zijn in God. En “niets van wat jij je nu herinnert, zul jij je dan herinneren” (T19.IV.D.6:6).

Maar omdat we dit principe niet volledig geïntegreerd hebben, ervaren we dat er een wereld is en dat we er op vele manieren door beïnvloed worden. Dit vormt een zeer aanzienlijk deel van onze droom en ons scenario. Op dit niveau kunnen we dit dan ook niet negeren, of onverschillig of passief blijven tegenover wat er in de wereld gebeurt, net zoals het negeren of ontkennen van lichamelijke toestanden een “onwaardige vorm van ontkenning” is (T2.IV.3:11). Op dit niveau kunnen we door twee principes worden geleid: (1) er is geen hiërarchie in illusies en (2) het doel is alles. Dus politiek of sociaal actief zijn verschilt in niets van operaties uitvoeren of aan sportwedstrijden deelnemen, of eten en ademen om in leven te blijven. In die zin kunnen we niet zeggen dat het ene de droom meer versterkt dan het andere. Als we ons eenmaal met het lichamelijk bestaan vereenzelvigen, zijn ze neutraal.

Pas wanneer we het doel in overweging nemen, kunnen we beginnen te bepalen of wat we doen behulpzaam is voor ons Verzoeningspad. Politiek of sociaal geëngageerd zijn of gewoon stoppen om iemand te helpen die bij een ongeluk gewond is geraakt, kan de afscheiding versterken of juist ongedaan maken. Dat hangt af van wie we als leraar hebben gekozen: het ego of Jezus. Met andere woorden: het is niet ons gedrag dat bijdraagt aan onze spirituele vooruitgang of deze verhindert. Waar het om draait is of we er in onze denkgeest voor kiezen onze belangen als afzonderlijk te zien van die van iemand anders of als dezelfde.

Je moet nu niet denken dat dit betekent dat je politiek of sociaal betrokken moet zijn. Het gaat er helemaal om hoe je geleid wordt. Het is noch een uiting van een verkeerde-, noch van een juiste gerichtheid van denken om in de wereld actief te zijn. We moeten er alleen voor waken dat we de principes van de Cursus niet gebruiken om afzijdigheid of onverschilligheid te rechtvaardigen. Het is inderdaad een dun koord waar we op lopen en het vereist aanzienlijke ervaring en rijpheid om het onderricht van de Cursus te integreren en toch te doen wat normale en mededogende mensen als burgers van een land doen.