Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#051 Met nederigheid naar het ego kijken

Het woordgebruik van Ken Wapnick in zijn bespreking van Het lied van het gebed en het taalgebruik in de Cursus intrigeert me: ‘Dit…is…een prachtig beeld van het pad van de Cursus; van het vergeven van de arrogante wereld van schuld, illusie en specifieke eigenschappen door met nederigheid en zonder angst naar het ego te kijken’. Hoe kijk ik met nederigheid naar het ego? Ik kan me nauwelijks indenken dat ik er zonder oordeel naar kijk, laat staan met nederigheid!

Antwoord: Zonder oordeel naar het ego kijken is er met nederigheid naar kijken. In zijn arrogantie wil het ego dat we met afschuw terugdeinzen, wanneer we de omvang beseffen van de misleiding, intriges en kwaadaardigheid ervan. Deze afschuw komt voort uit de arrogantie die probeert onszelf wijs te maken dat we egoloos zijn en spiritueel verder dan feitelijk het geval is, of dat we überhaupt in staat zijn onszelf te beoordelen. Om te beginnen is nederigheid nodig om in te zien hoezeer we de vrede van God niet willen, hoe stevig we vasthouden aan ons geloofsysteem, aan het najagen van onze zelfzuchtige belangen en aan onze individuele speciaalheid. We reageren hier geschokt en wanhopig op wanneer we inzien dat dit uit arrogantie voortkomt. De Cursus zegt ons dat onze arrogantie ervoor zorgt dat wij aan een laag zelfbeeld vasthouden en zo onze ware identiteit ontkennen: “Arrogantie maakt een beeld van jezelf dat niet werkelijk is. Het is dit beeld dat huivert en in doodsangst terugdeinst wanneer de Stem namens God jou verzekert dat jij de kracht, de wijsheid en de heiligheid bezit om alle beelden te overstijgen” (WdI.186.6:1-2).

Een van de meest herhaalde zinsneden in de Cursus is: “Ik ben zoals God mij geschapen heeft” (WdI.94). In onze arrogantie ontkennen we deze identiteit en beslissen we zelf wat we zijn, wat we doen, en waarom. Het ego laat ons zelfs geloven dat nederigheid betekent onszelf als ondermaats en onwaardig beschouwen. De Cursus leert ons juist het tegenovergestelde: “Nederigheid houdt in dat je jouw rol in de verlossing aanvaardt en geen andere op je neemt” (WdI.61.2:3). Hij vraagt ons te leren inzien dat wij, samen met al onze broeders en zusters, Gods liefde waard zijn. Er is inderdaad nederigheid voor nodig om eerlijk maar kalm en zonder oordeel, naar de arrogantie van het ego te kijken en vervolgens, zoals zo dikwijls gezegd is, erom te glimlachen. We kijken met nederigheid naar het ego wanneer we bereid zijn ons standpunt, onze interpretatie en onze definitie van onszelf en van alles en iedereen die we tegenkomen in twijfel te trekken. Als we dan bereid zijn onze interpretatie los te laten, kunnen we de arrogante houding van het ego achter ons laten en de waarneming van de Heilige Geest aanvaarden. Dit is ware nederigheid.