Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#045 Een ‘opleiding’ of ‘bevoegdheid’ gebaseerd op de Cursus

Mijn vraag gaat over het helpen van anderen. Bij het bestuderen van de Cursus besef ik dat de verlossing van de wereld en van mezelf mijn enige functie is. Maar bestaat er ook een op de Cursus gebaseerde, officieel erkende opleiding of bevoegdheid die men kan volgen, bijvoorbeeld op het gebied van psychotherapie of counseling?

Antwoord: Eerst het antwoord op het tweede deel van je vraag: nee, er bestaat geen op de Cursus gebaseerde officiële opleiding, om iemand voor te bereiden op de rol van therapeut of adviseur, omdat de Cursus niets zegt over specifieke vormen of rollen. Dat betekent niet dat er geen mensen zijn die zo’n leerprogramma aanbieden, maar dit strookt niet echt met het spirituele onderricht dat de Cursus beoogt. Je kunt bijvoorbeeld een opleiding volgen in psychoanalyse, gedragstherapie of Rogeriaanse therapie, die elk een heel verschillend theoretisch model volgen met elk hun eigen techniek en oefeningen, en toch de principes van de Cursus toepassen in je werk met patiënten. Dit komt omdat de Cursus bedoeld is om je te helpen situaties en relaties binnen je eigen denkgeest op een andere manier waar te nemen, maar niets zegt over de manier waarop je je gedraagt of met anderen omgaat. Dus kan elke vorm van therapie, ook al is die aanvankelijk ontwikkeld om de afscheiding te handhaven, gebruikt worden om werkelijke genezing te bewerkstelligen wanneer die onder leiding van de Heilige Geest wordt geplaatst.

Het pamflet Psychotherapie, Doel, proces en praktijk is behulpzaam bij het toepassen van de principes van de Cursus in een therapeutische context. Maar als je het zorgvuldig leest wordt duidelijk dat Jezus alleen spreekt over wat er in de denkgeest van de therapeut omgaat; hij geeft nooit aanbevelingen over de manier waarop de therapeut zijn patiënt of cliënt moet behandelen. De inzichten die de therapeut dankzij de Cursus ontwikkelt over de aard van de werkelijkheid en het doel van de wereld en het zelf – eerst vanuit het ego-perspectief van de werkelijkheid van zonde en schuld, en vervolgens vanuit de genezen waarneming van de Heilige Geest – hoeven niet per se geschikt te zijn om met een patiënt te bespreken. Het is altijd de inhoud van vergeving die de therapeut met de patiënt deelt, niet specifieke woorden of begrippen. Die inhoud wordt gedeeld op elk moment dat de therapeut alle oordelen heeft losgelaten die hij in zijn eigen denkgeest tegen de patiënt heeft. Deze zijn niets anders dan projecties van oordelen over zichzelf. In het pamflet wordt dit proces zo omschreven: “De therapeut ziet in de patiënt alles wat hij in zichzelf niet heeft vergeven, en krijgt op die manier een nieuwe kans ernaar te kijken, het open te stellen voor herwaardering en het te vergeven. Wanneer dit plaatsvindt, ziet hij zijn zonden als verdwenen in een verleden dat niet langer hier is. … De patiënt is het projectiescherm voor zijn zonden, en stelt hem in staat ze los te laten.” (P2.VI.6:3,4,6).

Nog even dit ter verduidelijking van de eerste zin in je vraag. Wanneer je spreekt over anderen helpen en opmerkt dat de Cursus spreekt over de verlossing van de wereld en die van onszelf als onze enige functie, moet je er zeker van zijn dat je begrijpt wat de verlossing van de wereld betekent. Het Werkboek zegt: “De verlossing van de wereld hangt af van mij” (WdI.186). Maar de verlossing van de wereld heeft geen betrekking op enige actie in de wereld of op het hebben van invloed op iets uiterlijks in de wereld, anderen inbegrepen. De verlossing van de wereld hangt ervan af of ik mijn projecties van schuld die ik op de wereld heb geplaatst terugneem, en vervolgens die oordelen over mezelf eveneens loslaat. Dit is hetzelfde proces als wat we zojuist lazen in het Psychotherapie-pamflet. Omdat de uiterlijke wereld dan geen verder doel meer heeft, zal ze uiteindelijk verdwijnen, net zoals de schuld die wij erop geprojecteerd hebben zal verdwijnen in het licht van vergeving. Met andere woorden: “er is geen wereld” die gered moet worden. (WdI.132.6:2).

Dus voordat onze denkgeest volledig genezen is, moet geen enkele actie in deze wereld voortkomen uit onze eigen waarneming van het soort hulp dat anderen nodig hebben, want dat weten we niet. Al onze waarnemingen zijn gebaseerd op de overtuiging dat afscheiding, schaarste, gebrek en verlies waar zijn, dus onze eigen ingrepen dienen alleen maar om deze overtuiging in onszelf en in anderen te versterken. Wij kunnen in een afgescheiden staat van denken onmogelijk weten of begrijpen wat werkelijke hulp is. Maar wanneer we onze eigen oordelen, grieven en schuld loslaten, dan is dat deel van onze denkgeest – de Heilige Geest – die dat wel weet, vrij om Zichzelf via ons tot uitdrukking te brengen. En de hulp is altijd iets dat ons eraan herinnert dat zonde, schuld en afscheiding niet werkelijk zijn, en komt tot uitdrukking in een vorm die voor iemand anders aanvaardbaar is zonder zijn angst te vergroten (T2.IV.5). Maar we beslissen niet zelf hoe dit het beste gedaan wordt. Zo merkt Jezus niet zo fijntjes op: “Jouw functie hier bestaat er alleen uit te beslissen tegen het beslissen wat jij wilt, in het besef dat je dit niet weet. Hoe kun je dan beslissen wat je moet doen? Laat alle beslissingen over aan Degene die spreekt uit naam van God, en ten gunste van jouw functie zoals Hij die kent” (T14.IV.5:2-4).