Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#029 Jezus’ ogenschijnlijke uitbarsting van ‘woede’

Toen Jezus de tafel in de tempel omver gooide, leek dat het denksysteem van het ego te versterken. Hij was kwaad en werd er uiteindelijk voor gestraft door zijn kruisiging. Ik blijf steeds maar voor mezelf herhalen dat er een andere manier moet zijn om dit te bezien. Om mijn genezing te versnellen, leg ik deze vraag aan jullie voor.

Antwoord: In de boeken van Kenneth Wapnick: “Forgiveness and Jesus: The Meeting Place of A Course in Miracles and Christianity” (“Vergeving en Jezus: de overeenkomsten tussen Een cursus in wonderen en het christendom”), uitgegeven door de Foundation for A Course in Miracles, en “Inleiding tot Een cursus in wonderen” (in het Nederlands uitgegeven door Ankh-Hermes) wordt deze bijbelpassage uitgebreid besproken. Deze volledige uitleg wordt hier samengevat.

Je weet wellicht dat wat in het evangelie staat over de uitspraken en daden van Jezus niet noodzakelijk historische feiten zijn. Waarschijnlijk is de gebeurtenis in de Tempel niet zo gebeurd als in het evangelie beschreven staat. Zelfs veel bijbelwetenschappers aanvaarden deze opvatting. Een belangrijk feit is ook dat het evangelie niet zegt dat Jezus kwaad was, hoewel hij in de films die over zijn leven gemaakt zijn wel zo afgeschilderd wordt.

Als iets dergelijks heeft plaatsgevonden, waarbij Jezus kwaad leek zonder werkelijk enige woede te voelen, dan kan hij deze uitbarsting gebruikt hebben als een manier om een les te geven aan de grote menigte die daar ter gelegenheid van Pesach (het Joodse Paasfeest) aanwezig was. In dat geval wilde hij duidelijk maken dat het ‘uitverkoren volk’ de leringen van het Oude Testament vervormd had door de Tempel te gebruiken voor andere doelen dan als 'huis van gebed'. Dit sluit aan bij de traditionele interpretatie van deze gebeurtenis door christelijke geleerden. Als een goede leraar handelde Jezus op een dramatische manier om zo meer effectief aandacht op zijn boodschap te vestigen.

Een laatste optie zou kunnen zijn dat Jezus daadwerkelijk kwaad was en een ‘ego-aanval’ had. Als dat zo was, zouden er minstens drie voorwaarden vervuld moeten zijn: Jezus zou niet in vrede zijn; God zou niet in zijn bewustzijn aanwezig zijn, en hij zou de geldwisselaars als vijand zien. Het is ondenkbaar dat Jezus, wiens boodschap en aanwezigheid alleen maar vervuld waren van liefde en vrede, zo de ‘controle’ zou hebben verloren. Je zou kunnen geloven dat Jezus een ego-aanval had, maar als je dat gelooft, waarom zou iemand er dan voor kiezen om zich met zijn ego te vereenzelvigen, in plaats van met de liefde en vergeving die hij ons in Een cursus in wonderen onderwijst? En bovendien, zelfs als het mogelijk zou zijn dat Jezus zo’n ego-aanval heeft, dan nog zegt de Cursus ons dat hij zeker niet gestraft zou worden voor zijn ‘zonde’ door gekruisigd te worden. “Er is geen zonde” (T26.VII.10:5). De kern van de leer van de Cursus is dat Gods Zoon onschuldig is: “Jij bent nog altijd Mijn heilige Zoon, voor immer onschuldig, eeuwig liefdevol en eeuwig geliefd, even onbegrensd als jouw Schepper, totaal onveranderlijk en voor altijd zuiver” (WdII.10:5). Aangezien er geen zonde is, kan er ook geen straf zijn. De kruisiging wordt volgens de leer van de Cursus dan ook vanuit een heel ander perspectief gezien. Met de woorden van Jezus: “De kruisiging is een extreem voorbeeld, meer niet” (T6.I.2:1), net als het voorbeeld van de gebeurtenis in de Tempel, als dat feitelijk heeft plaatsgevonden. Jezus zegt later: “De boodschap die de kruisiging wilde uitdragen was dat het onnodig is in vervolging enige vorm van geweld te bespeuren, omdat je niet kunt worden vervolgd. Als jij met woede reageert, moet dit wel betekenen dat je jezelf gelijkstelt aan het vernietigbare en dat je jezelf dus op een waanzinnige manier bekijkt” (T.6.I.4:6-7). Jezus zou zichzelf niet op een waanzinnige manier bekijken en aangezien hij wist dat hij geen lichaam was, bleef hij gedurende de kruisiging in vrede, zich ten volle bewust dat er niets gebeurde.

Als we leren wat onze ware identiteit als Gods onschuldige Zoon is, leren we eveneens dat ook wij in vrede kunnen zijn te midden van ogenschijnlijke vervolging. Net als Jezus, kunnen ook wij op geen enkele manier gekwetst worden. Deze ware identiteit moet niet verward worden met de ego-identiteit die wij kiezen, namelijk als lichamen die wel degelijk sterven. Aangezien er hier in het lichaam geen werkelijk leven is, is er ook geen werkelijke dood. Dat wist Jezus toen zijn lichaam werd gekruisigd. Dat is wat hij ons onderwijst.