Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#027 Ons bewustzijn vóór de afscheiding

Als bewustzijn het eerste was wat na de splitsing geïntroduceerd werd in de denkgeest van de dromende Zoon, wat was dan de staat van zijn denkgeest vóór bewustzijn? Was de Zoon zich niet bewust van Zijn relatie met God, of van zijn eenheid met God? Dit is misschien een domme vraag, maar het is alsof we ons ervan bewust zijn dat we niet bewust zijn of dat we onbewust zijn van ons bewustzijn.

Antwoord: Deze vraag wordt vaak gesteld, en het is heel natuurlijk deze te stellen en zeker geen domme vraag! Het probleem is dat de vraag alleen logisch is voor de denkgeest die zich niets kan voorstellen bij de non-dualistische werkelijkheid. En we hebben dit probleem omdat, in het kort, wij als één Zoon de eenheid hebben afgewezen en ingeruild voor een onafhankelijk en individueel bestaan ter vervanging van onze werkelijkheid. Dat plaatst ons in een behoorlijke achterstandspositie wanneer we proberen de opmerkingen in de Cursus te begrijpen die spreken over de werkelijkheid als non-dualistisch, als pure eenheid. Jezus moet wel woorden en concepten gebruiken die wij begrijpen – de taal van het dualisme – om het proces in gang te zetten dat ons voorbij dualiteit voert. Hij herinnert ons er regelmatig aan dat er veel is dat we nu nog niet kunnen vatten, maar dat we later zullen begrijpen wanneer onze identificatie met het lichaam afneemt.

Om je vraag te beantwoorden: voordat de Denkgeest van de Zoon van God zich leek te splitsen, dus voordat de afscheiding leek plaats te hebben, was er alleen de perfecte eenheid tussen God en Christus: “Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:4). De Cursus maakt duidelijk dat God Christus heeft geschapen, maar dit betekent niet dat er twee wezens zijn met een onderlinge relatie, zoals wij relaties kennen. Omdat er volmaakte eenheid is, kan er geen bewustzijn zijn. Hoe deze staat zonder bewustzijn is, kunnen wij niet vatten vanwege de huidige staat van onze denkgeest. Het heeft geen zin erover te speculeren: “…want zolang jij denkt dat een deel van jou afgescheiden is, heeft het denkbeeld van een Eenheid die als Eén verbonden is, geen betekenis” (T25.I.7). Zo zegt Jezus ook dat spreken over onze functie in de Hemel, namelijk als Christus liefde uitbreiden, betekenisloos is. Maar wat we wel kunnen begrijpen en beoefenen is vergeving: “Daarom heb je een functie in de wereld in haar eigen termen. Want wie kan een taal begrijpen die zijn eenvoudig begrip verre te boven gaat? Vergeving vertegenwoordigt jouw functie hier… Van de schepping valt in deze wereld zelfs geen voorstelling te maken. Ze heeft hier geen betekenis. Vergeving is hetgeen waarmee ze nog het dichtst bij de aarde komen kan.” (WdI.192.2:1-2, 3:1-3)

Dus laten we nederig in stilte eindigen, maar wel de hoop hebben dat we, als we doen wat Jezus van ons vraagt in zijn Cursus, op een dag de ervaring hebben die aan al onze vragen een eind maakt.