|
V#993: Wat
zijn de parallellen tussen de Cursus en de gnostische geschriften? In V#48
schrijf je dat “Een cursus in wonderen uniek
is, zowel onder eigentijdse als onder oude spirituele benaderingen”. Ik heb
opmerkelijke parallellen gevonden tussen de Cursus en de oude gnostische
geschriften, in het bijzonder dat de wereld werd gemaakt vanuit dwaling, en
niet door God. Blijkbaar is er nooit een georganiseerd gnostische geloof
geweest, maar het lijkt erop dat zijn leringen en evangeliën deel uitmaakten
van het vroegchristelijke gedachtengoed, en vervolgens uitgeroeid werden, toen
de Christelijke Kerk die we vandaag kennen haar formele geloofsbelijdenis
vaststelde. Kenneth Wapnick's boek Love
Does Not Condemn behandelt het onderwerp gnosticisme en de relatie ervan
tot de Cursus. Het zou behulpzaam zijn voor de lezers van deze Vraag- en antwoordservice
om een korte uitleg te geven over de relatie, overeenkomsten en verschillen
tussen de vroege gnostische geschriften en de principes van de Cursus. A: Interessant genoeg was
het Kenneth’s oorspronkelijke bedoeling om een kort artikel over dit onderwerp
te schrijven. Maar hij zag zijn artikel vrij snel uitdijen naarmate hij meer
las over gnosticisme en aanverwante literatuur, zodat hij uiteindelijk besloot
dat een heel boek nodig zou zijn om recht te doen aan deze belangrijke dimensie
van de Cursus. Vandaar zijn zeshonderd pagina’s tellende boek. Dus vragen om
‘een korte uitleg’ is een hele uitdaging. Met het risico een complex onderwerp
al te eenvoudig voor te stellen - er waren verscheidene gnostische stromingen,
met verschillende zienswijzen tussen de stromingen en zelfs binnen iedere
stroming - zullen we het echter proberen door wat algemene contouren te
schetsen. De Cursus en het gnosticisme
zijn eender in hun bewering dat de wereld niet geschapen werd door de ware God,
maar door een valse god. In de hogere gnostische leringen - met name de school
van Valentinus, die beduidend verschilde van de andere - werd de wereld
beschouwd als een illusie. Valentinus noemde het een fantasie of ‘Sophia’s
dwaasheid’. Dit resulteerde in een in ‘t algemeen
negatieve houding ten opzichte van de wereld; feitelijk verachtten de gnostici
de wereld en wilden ze vermijden dat ze erdoor ‘besmet’ raakten. Terwijl zij dus
stelden dat de wereld niet werkelijk is, maakten ze haar in hun denkgeest toch weer
werkelijk door haar te zien als de plaats van zonde. Dat bewoog veel gnostici
ertoe om betrokkenheid bij de wereld en het lichaam te vermijden. De gedragsmatige
en praktische implicaties van deze metafysica varieerden sterk onder de diverse
groeperingen; sommige daarvan werden gedeeld met de vroege Christenen. Dáár is het dat we een groot
verschil zien tussen het gnosticisme en Een
cursus in wonderen. De positie
van de Cursus wordt weergegeven in de titel van het boek van Kenneth: Love Does Not Condemn (Liefde veroordeelt
niet). Deze komt uit een passage die over het lichaam gaat, maar impliciet ook
de wereld insluit: "Het lichaam
werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze
het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft
gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen” (T18.VI.4:7,8).
Het hele stoffelijke universum wordt gezien als een illusie – als deel van de
verdedigingsoorlog van het ego tegen God. Maar het wordt niet als inherent slecht
of zondig beoordeeld, omdat het nu het doel van de Heilige Geest kan dienen, dat
ons doel toen we het maakten
corrigeert. Het probleem is dus niet de wereld of het lichaam, maar ons gebruik ervan, wat uitsluitend een functie
is van onze denkgeest die de keuzen maakt. Daarom zegt de Cursus niets over
gedrag, tot grote frustratie van veel studenten. De Cursus leert ons hoe we in
de wereld, maar niet van de wereld kunnen zijn. Maar zijn focus ligt
daarbij exclusief op het blootleggen van het doel dat we in onze denkgeest
gekozen hebben: namelijk om de wereld en het lichaam te gebruiken om de
afscheiding werkelijk te maken, zonder er verantwoordelijkheid voor te aanvaarden.
We worden dan ook niet verlost door betrokkenheid bij de wereld te vermijden,
maar door haar te zien als een klaslokaal waarin we leren haar te gebruiken om
ons geloof in afscheiding ongedaan te maken door middel van vergeving. Het
non-dualisme van de metafysica van de Cursus wordt aldus gehandhaafd. |