|
V#975: Hoe
is het mogelijk dat de ego denkgeest de overhand kon krijgen? Een cursus in wonderen zegt
dat er een egodenkgeest is, en een werkelijke denkgeest, de Heilige Geest, die
deel is van Gods Denkgeest, waar de Hemel is. Wat me verwart is dit: hoe kon de
egodenkgeest ons daadwerkelijk bewegen met hem te denken, in plaats van met de
ene werkelijke denkgeest die we allemaal hebben? Wanneer er iets afschuwelijks
met mij gebeurt, probeer ik te me te herinneren om te vergeven. Maar in plaats
daarvan laat ik al mijn woede naar buiten komen, waar ik me dan later vreselijk
over voel. Ik geef de onschuldige denkgeest de schuld, omdat ik niet denk dat
de kwade denkgeest ook maar enige kracht heeft, vergeleken met de werkelijke
denkgeest. Ik weet zeker dat ik iets niet goed begrijp. Wil je dit alsjeblieft
voor me ophelderen? Daarnaast
lees ik de Cursus niet meer zoveel als ik gedaan heb, omdat ik het gevoel heb
dat ik nu alles over de Cursus weet. Ik wil wel doorgaan met hem te lezen, maar
ik kan er gewoon de motivatie niet meer voor opbrengen die ik eerst wel had. A: Alhoewel de taal van Een cursus in wonderen vaak klinkt alsof we twee denkgeesten hebben
die in strijd met elkaar zijn, is dit niet werkelijk het geval. Wat we in feite
hebben zijn twee tegengestelde denksystemen in de afgescheiden denkgeest. De
één, geďnspireerd door onze misplaatste ontologische schuld, houdt ons stevig
geworteld in deze droom van een fysiek bestaan gevuld met lijden. De ander,
geďnspireerd door onze herinnering van onze werkelijkheid in de Hemel, brengt
vergeving naar deze droom, en zal ons dus geleidelijk naar ons ontwaken leiden. Geen van beide
denksystemen is waar, want waarheid is onmogelijk binnen de droom. Dromen
weerspiegelen echter altijd het denken van de dromer. Dus richt de Cursus zich
niet tot ons als het individu dat we denken te zijn binnen deze droom, maar
eerder tot de dromer van de droom. We kunnen ons die dromer voorstellen als de
keuzemaker in de denkgeest, buiten tijd en ruimte. Die kiest altijd tussen de
liefhebbende waarheid van de Heilige Geest en de verzonnen schuld van het ego. Het ego beweegt ons niet om van alles
daadwerkelijk te doen. In plaats daarvan is het onze eigen keuzemaker die
ervoor kiest om naar het ego te
luisteren. Als die keuze eenmaal is gemaakt, lijkt het alsof het ego de
touwtjes in handen heeft. Maar, zoals je zelf vaststelde, het ego zelf heeft
geen macht. De ogenschijnlijke macht van het ego komt alleen door onze eigen
keuze om hem serieus te nemen en zijn dictaten op te volgen. Net zoals het
nietig dwaas idee waarom we vergaten te lachen, is het ego alleen maar een
nietig dwaas denksysteem, waarom we voortdurend vergeten te lachen. Daarom
heeft het ego geen kracht en is het niet slecht. Nogmaals, het is gewoon het
denksysteem van schuld – die straf vereist – waar we telkens naar grijpen wanneer
we bang worden (een toestand waarin helaas de meesten van ons het grootste deel
van de tijd leven). Omdat al onze egogedachten
en -gedragingen werkelijk niets meer zijn dan weerspiegelingen van onze intense
angst, is het dan ook niet behulpzaam om ons vreselijk te voelen omdat we ze
kiezen. Ons vreselijk voelen verdiept in feite de overtuiging dat we schuldig zijn,
wat nu net datgene is wat ons ertoe geleid heeft om in eerste instantie voor
het ego te kiezen. De weg uit deze vicieuze cirkel is de Heilige Geest te
vragen ons te helpen om via Zijn liefhebbende, niet-oordelende ogen naar onze
gedachten en acties te kijken. Hij zal ons onderwijzen dat ons onvermogen om
een ander te vergeven, een weerspiegeling is van ons geloof dat wij niet te vergeven zijn. En als we
leren dat dit niet waar is, zullen we in toenemende mate vergeving uitbreiden,
in plaats van aanval en schuld te projecteren. Dat is het proces dat Een cursus in wonderen ons aanreikt.
Uiteindelijk is dit proces de werkelijke Cursus – niet de met woorden gevulde
pagina’s die het boek vormen. Duidelijk is dat we, als de Cursus ons pad is,
hem dienen te bestuderen en leren begrijpen wat hij zegt. Maar er zijn geen
regels over hoeveel keer of hoe vaak we hem moeten lezen. Soms is het niet
lezen van de Cursus een verdediging ertegen. Maar anderzijds kan obsessief
lezen óók een verdediging zijn. Het belangrijkste is je de boodschap ervan
eigen te maken en te verinnerlijken, en in zekere zin de Cursus te worden. De reis om dit te bereiken zal
voor ieder van ons anders zijn. |