V#97: Waarom maakte Jezus
gebruik van Helen?
Waarom liet Jezus Helen Een
cursus in wonderen optekenen? Waarom kwam hij zelf niet terug in een
lichaam? Als iemand in de werkelijke wereld is gekomen en zijn lichaam terzijde
legt, komt hij dan nog terug naar deze wereld in een ander lichaam? Weet hij
dan wie hij is en herinnert hij zich zijn vorige levens?
A: Je vragen lijken zinvol vanuit het
perspectief van de wereld en het lichamelijke zelf dat we denken te zijn, maar
dit is niet het perspectief van waaruit de Cursus komt. En het is niet dít zelf
waartoe de Cursus zich richt. Als je jouw perspectief verschuiven kunt van de
wereld naar de denkgeest, en beseft dat we de dromer van de droom zijn en niet
een figuur in de droom, dan wordt het misschien een beetje duidelijker.
Jezus is een symbool in onze
denkgeest van de Verzoening – de correctie van ons waandenksysteem van
afscheiding, zonde en aanval. Dat symbool van liefde kan velerlei specifieke vormen
aannemen in de wereld. Maar al die vormen zijn illusoir. Zo ook de man die we
Jezus noemen, “een afgescheiden wezen, op zichzelf staand, in een lichaam
dat zijn zelf leek weg te houden van het Zelf” (VvT5.2:3). De liefde die Jezus
vertegenwoordigt, neemt díe vorm aan die ons het beste kan helpen, gevangen als
we zijn in een droom van onze eigen makelij, waarvan we vergeten zijn dat we
hem zelf gemaakt hebben. Er is eigenlijk geen specifieker antwoord op de vraag
waarom de boodschap in deze of gene vorm tot ons komt.
We kunnen er evengoed wel wat
over speculeren. De speciaalheid waarmee Jezus’ fysieke verschijning geassocieerd
is geraakt binnen het Christendom, heeft zijn kernboodschap over vergeving
overschaduwd. Misschien is het daarom beter dat de boodschap in de vorm van een
boek tot ons komt, zodat we minder gemakkelijk worden afgeleid door de
specifieke vorm van de leraar. Helen is er altijd heel duidelijk over geweest
dat zij het materiaal alleen heeft opgetekend; zij was er niet de bron van.
Daarom verwart men haar als persoon – ofwel haar vorm - niet of nauwelijks met de inhoud van de Cursus.
Wat betreft je vragen over in de
werkelijke wereld zijn: dit is een blijvende verschuiving in perspectief - van
de wereld naar de denkgeest, van de droomfiguur naar de dromer. Het heeft niets
te maken met het terzijde leggen van het lichaam. Zodra je in de werkelijke
wereld bent weet je dat je niet een lichaam bent, ongeacht hoe andere
denkgeesten, die zich nog steeds met de droom identificeren, over je denken.
Daarom is het niet een kwestie van beslissen over komen en gaan – er is geen
komen en gaan, er is alleen een andere manier van kijken. Je kunt hierin voor
anderen, die nog steeds geloven in de afscheiding, een symbool van liefde worden
binnen de droom. Maar je identificeert je niet meer met welke droomfiguur ook,
dus je wordt niet geraakt door ook maar iets dat in de wereld gebeurt. Je wéét
dat niets daarvan werkelijk is. Herinneringen aan vorige levens hebben geen
waarde voor je omdat je het illusoire karakter ervan herkent. Maar wanneer
verwijzing naar een van deze specifieke verschijningsvormen anderen kan helpen
in hun eigen proces van ontwaken, dan kan jouw denkgeest bijdragen aan de
correctie door deze symbolen te gebruiken.