|
V#91: Jonathan Edward en praten met de doden. a)
Ik heb een televisieprogramma over Jonathan Edward gezien, genaamd ‘Overgaan’.
Deze man komt oprecht en liefdevol over en lijkt in staat te communiceren met
de doden. Hoe rijmt dat met de Cursus en hoe kijkt de Cursus hiernaar? Is het gewoon
weer een illusie? b)
Jezus spreekt over alle Leven als deel van
God. Ik kan dat een beetje aanvoelen als het om mensen gaat, maar hoe zit het
bijvoorbeeld met honden en katten? Blijkbaar hebben die een ziel, en John Edward
zegt dat de mensen, met wie hij in contact komt, hun vroegere huisdieren bij
zich hebben. Honden en katten lijken deel te zijn van de Zoon van God. Maar hoe
zit het met ‘lagere’ diersoorten zoals bijvoorbeeld
ratten? Dit is misschien een domme vraag, maar ik ben benieuwd naar je
gedachten hierover. A: Deze vragen betreffen zowel het
metafysische als het wereldse (droom)niveau. Metafysisch gezien wordt de kijk
van de Cursus op communicatie met de doden volkomen duidelijk in de paragraaf over
de Wetten van Chaos: “Er is geen leven
buiten de Hemel. Waar God leven heeft geschapen, daar moet leven zijn. In elke
staat die losstaat van de Hemel is leven een illusie… Leven dat niet in de
Hemel is, is onmogelijk en wat niet in de Hemel is, is nergens” (T23.II.19:1-3,6). Dus is er alleen de illusie van leven in
deze wereld. Maar
wij, die ons ‘leven’ ervaren in deze wereld, worstelen dagelijks met de “hiërarchie in illusies” (T23.II.2:3): leven, dood, bezield, onbezield, mens, dier
enz. Zo zijn er mensen die met de ‘doden’
communiceren, met de ‘levenden’ over grote afstand, die de toekomst voorspellen
of het verre verleden zien. Deze en ontelbare andere ervaringen zijn mogelijk
op dit wereldse niveau, omdat ze de werking van de denkgeest weerspiegelen. En wanneer
je weet dat de denkgeest één is, is het niet verwonderlijk dat mensen zich met
elkaar kunnen ‘verbinden’. Dat we denken dat we afgescheiden zijn en los staan
van al het andere in de wereld, wil nog niet zeggen dat het ook waar is. Omdat
we onze oorsprong ‘vergeten’ zijn, lijkt communiceren op de manier van Jonathan
Edward voor ons verbazingwekkend. Maar dit soort communicatie weerspiegelt alleen
de eenheid van denkgeest en is onze natuurlijke vorm van communicatie. Er is
dan ook geen verschil tussen communicatie met ‘levende’ lichamen, met ‘dode’
lichamen of communicatie van een levend met een dood lichaam. Er zijn geen
lichamen. Er is alleen de denkgeest. En
vragen over ‘hoger’ en ‘lager’ zijn niet dom, omdat we immers allemaal willen
weten hoe de hiërarchie van onze wereld past in de hiërarchie van Gods wereld.
En het woord ‘hiërarchie’ zegt al genoeg. De Cursus onderwijst dat alle vormen
van leven hier hetzelfde zijn: een projectie van de ego-gedachte van
afscheiding van God. En hij onderwijst ook dat er in Gods wereld geen
hiërarchie is, geen niveaus en geen verschillen. God en Zijn Ene Zoon,
Christus, zijn volkomen verenigd. Dit is een concept dat we niet kunnen
begrijpen met onze hersenen, die zijn gemaakt om alleen dualiteit te begrijpen.
Maar wat we in ieder geval intellectueel kunnen vatten is dat de
afscheidingsgedachte de inhoud van
onze denkgeest betreft, en niet over vormen gaat. En dus is de vorm die deze afscheidingsgedachte
aanneemt - bezield of onbezield, ééncellig organisme of zoogdier - onbelangrijk. En terwijl je je uiteindelijk herinnert dat deze
wereld een ‘droom’ is, weet je ongetwijfeld uit ervaring dat
álles mogelijk is in een droom. “Ontstaat er in dromen niet een wereld die
heel werkelijk lijkt? Maar bedenk eens wat voor wereld dit is. Het is duidelijk
niet de wereld die je zag voordat je sliep … Dromen … zijn het beste voorbeeld
dat je kunt krijgen van de manier waarop waarneming kan worden aangewend om de
waarheid door illusies te vervangen. Je neemt ze niet ernstig wanneer je wakker
wordt, omdat het feit dat de werkelijkheid daarin zo grof geweld is aangedaan,
nu overduidelijk is. Toch vormen ze een manier om naar de wereld te kijken en
die te veranderen om zo het ego beter te dienen” (T18.II.1:1-3;
2:1-4). |