|
V#902: Wat zegt de Cursus over de
historische Jezus? Wat
zegt Een cursus in wonderen (als hij
er al iets over zegt) over de historische Jezus (de persoon die stierf aan het
kruis)? A: Op veel plaatsen in de Cursus
wijst Jezus erop hoe zijn leven en leringen verkeerd geďnterpreteerd zijn. We
raden je aan elk van de volgende voorbeelden hiervan in hun volledige context in
de Cursus te lezen. Voor een bespreking van de aard van de Bijbelse Jezus tegenover
de Jezus van Een cursus in wonderen, verwijzen
we naar ons boek The Message of “A Course
in Miracles” deel Eén: All Are Called,
hoofdstuk 6, en voor aanvullende verwijzingen: zie onze Glossary-Index for “A Course in Miracles” onder ‘Jezus’. “Is hij de Christus? Ja zeker, samen met
jou. Wrange idolen zijn er gemaakt van hem die slechts een broeder voor de
wereld wilde zijn. Vergeef hem jouw illusies en zie welk een dierbare broeder
hij voor jou wil zijn." (VvT5.5:1-2, 7-8) “ … dat
ik naar het oordeel van de wereld werd vervolgd, en deze beoordeling zelf niet
deelde. En omdat ik die niet deelde, heb ik die niet versterkt. Ik heb dan ook
een andere interpretatie van het fenomeen aanval aangereikt, een die ik met jou
wil delen. Als jij erin wilt geloven, help je mij die te onderwijzen.” (T6.I.5:3-6) “Ik sta
model voor wedergeboorte, maar wedergeboorte zelf is niets anders dan dat
datgene in je denkgeest daagt wat zich daar al bevindt. God Zelf heeft het daar
geplaatst, en dus is het voor eeuwig waar. Ik heb erin geloofd, en het daarom
als waar voor mij aanvaard. Mijn broeders sliepen tijdens de zogenaamde
‘zielestrijd in de hof’, maar ik kon niet boos op hen zijn omdat ik wist dat ik
niet in de steek gelaten kon worden.” (T6.I.7:2-4,6) “Ik heb
er omwille van jou en mij voor gekozen te laten zien dat de meest buitensporige
gewelddaad, zoals het ego dat ziet, niets te betekenen heeft. Zoals de wereld
deze zaken beoordeelt, maar niet zoals God ze kent, werd ik verraden, verlaten,
geslagen, uiteengereten en tenslotte gedood. Het was duidelijk dat dit alleen
geschiedde op grond van de projectie van anderen op mij, aangezien ik niemand
kwaad had gedaan en velen had genezen.” (T6.I.9) “Als de apostelen zich niet schuldig hadden
gevoeld, zouden ze me nooit uitspraken in de mond hebben kunnen leggen als: ‘Ik
ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’ Dit is duidelijk het
tegenovergestelde van alles wat ik onderwezen heb. En evenmin zouden ze mijn
reacties tegenover Judas zo beschreven kunnen hebben als ze deden, als ze mij
werkelijk hadden begrepen. Ik zou alleen gezegd kunnen hebben: ‘Verraadt gij de
Zoon des mensen met een kus?’ als ik in verraad geloofde. De hele boodschap van
de kruisiging was eenvoudig dat ik dat niet deed.” (T6.I.15:2-6) “Houd in gedachten, wanneer je de leringen
van de apostelen leest, dat ik hun zelf gezegd heb dat er veel was dat ze pas
later zouden begrijpen, omdat ze er destijds nog niet geheel klaar voor waren
mij te volgen. Ik wil niet dat jij toelaat dat er enige angst binnensluipt in
het denksysteem waartoe ik je leid. Ik vraag niet om martelaren, maar om
leraren. Niemand wordt gestraft voor zijn zonden, en de Zonen van God zijn geen
zondaars.” (T6.I.16:1-4) “Ik word verwelkomd in de staat van genade,
wat betekent dat je mij eindelijk vergeven hebt. Want ik werd het symbool van jouw
zonde, en dus moest ik sterven in jouw plaats. Voor het ego betekent zonde de
dood, en dus wordt verzoening bereikt door moord. De verlossing wordt beschouwd
als een manier waarop de Zoon van God in jouw plaats werd gedood. Maar zou ik
jou mijn lichaam bieden, jou die ik liefheb, terwijl ik de onbeduidendheid
ervan ken? Of zou ik onderwijzen dat lichamen ons niet gescheiden kunnen
houden? Het mijne was niet waardevoller dan het jouwe, en geen beter
communicatiemiddel voor de verlossing, maar evenmin de Bron ervan. Niemand kan
voor iemand anders sterven, en de dood verzoent niet voor de zonde.” (T19.IV.A.17:1-8) |