|
V#901 Kunt je mij helpen begrijpen waar de denkgeest zich bevindt? Ik ben al meer dan 15 jaar
bezig met Een cursus in wonderen. Wanneer
ik mijn denken probeer te veranderen – d.w.z. te kiezen voor de Heilige Geest
en niet voor het ego – schrijf ik dat onvermijdelijk aan mijn brein toe, maar
de Cursus onderwijst dat het brein niet denkt. Ik ben een zeer visueel ingestelde
persoon en heb het blijkbaar nodig iets te ‘zien’. Ik stel me voor dat mijn denkgeest
zich buiten en boven me bevindt. Mijn vraag is dus: waar bevindt zich de denkgeest?
En hoe moeten we ons die indenken wanneer we een betere keuze proberen te
maken? Als de denkgeest gebruik maakt van het brein om zijn boodschap te projecteren,
kunnen we ons het brein dan voorstellen als een ontvanger van de denkgeest? A: Ja, zo zou je kunnen beginnen zolang je de denkgeest
als de oorsprong van het brein en het lichaam beschouwt – als iets dat de denkgeest
verzonnen heeft om zichzelf ervan te overtuigen dat hij geen denkgeest is. Het
feit dat jij – net als de meeste mensen – iets moet ‘zien’, geeft aan hoezeer deze
dynamiek heeft gewerkt. De denkgeest heeft geen fysieke/meetbare dimensies, dus
is hij niet ‘ergens’. Dat lijkt ondenkbaar voor ons, en dat is het grotendeels ook:
we kunnen ons er geen concept van vormen. De denkgeest bevindt zich niet op een
plaats. Een mysticus omschreef God ooit als Degene wiens centrum overal is, en wiens
omtrek nergens is. Voor een brein is dat zonder enige betekenis! Net zo vraagt Jezus:
"Wie is de 'jij' die in deze wereld
leeft?" (T4.II.11:8) – en moedigt
ons aan om vraagtekens te zetten bij de werkelijkheid van het zelf dat we
denken te zijn. Dus wanneer je een betere keuze
probeert te maken, kun je visualiseren dat je van het brein teruggaat naar de denkgeest,
die een keuzemakend centrum heeft. Vanuit dat centrum kan hij ervoor kiezen om het
egodeel van zijn denkgeest tot werkelijkheid te maken, of het deel van de
Heilige Geest. Die keuze wordt vervolgens in de vorm uitgedrukt door het
lichaam. Naarmate de denkgeest zich meer en meer identificeert met het
denksysteem van de Heilige Geest, komt hij geleidelijk tot het besef dat hij alleen
een denkgeest is, en dat het lichaam/brein totaal niets met die identiteit te
maken heeft. |