V#816
Waarom is de terugkeer van Jezus naar God niet ook die van ons?
Als het
waar is dat we allen één zijn, waarom is de terugkeer van Jezus naar God dan
niet tevens die van ons?
A: Dat is het
ook. We zijn met hem thuis in God. Het enige verschil tussen Jezus (en anderen
die ontwaakt zijn) en de rest van ons is dat hij zich alleen maar bewust is van zijn eenheid met Gods Liefde. Wij hebben
ervoor gekozen om het te vergeten en te dromen van afscheiding, en vangen
slechts een glimp op van de weerspiegeling van liefde wanneer we bereid zijn de
droom voor een ogenblik te vergeten. In de wetenschap dat wij hem als
verschillend van ons waarnemen, legt Jezus in het begin van het Tekstboek het
ogenschijnlijke verschil uit: “Er
is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God
afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb.
Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is”
(T1.II.3:10-13).
Wat wij
wel hebben en hij niet heeft, zijn al onze illusies van speciaalheid die ons
afgescheiden houden van hem, van elkaar, en van ons Zelf. Door te kiezen voor
het “nietig dwaas idee” (T27.VIII.6:2) van afscheiding, houden we de blokkades voor het
bewustzijn van onze eenheid met God in stand. Deze krankzinnige gedachte heeft
onze eenheid niet werkelijk vernietigd; het is alleen onze keuze die dit
werkelijk maakt in onze ervaring: “Het
nietig ogenblik dat jij zou willen behouden en eeuwig maken, ging in de Hemel
zo snel voorbij dat niets had opgemerkt dat het gekomen was ...
Maar in elke niet-vergevingsgezinde daad of gedachte, in ieder oordeel en in
alle geloof in zonde wordt dat ene ogenblik steeds weer opgeroepen, alsof het
in de tijd opnieuw kon worden voortgebracht. Je houdt een oeroude herinnering [de
gedachte van afscheiding] voor ogen. En
wie alleen in herinneringen leeft, is zich niet bewust van waar hij is”
(T26.V.5:1,5-7). Wij weten niet waar we zijn. Jezus
weet wel waar hij is. Wij dromen dat we lichamen zijn in een wereld van vorm,
wat ons letterlijk uit onze denkgeest haalt.
Onze hoop
ligt in het feit dat we de herinnering aan de waarheid van onze eenheid niet
helemaal uit onze denkgeest kunnen wissen. Het hele feit dat Jezus tot ons
gekomen is in de vorm van Een cursus in wonderen,
om ons te laten ontwaken uit de droom van ballingschap, getuigt hiervan.
Zijn boodschap van vergeving weerspiegelt het deel van onze denkgeest dat zich
de eenheid herinnert. Het beoefenen van vergeving zoals hij die onderwijst laat
ons zachtjes ontwaken, door ons terug te leiden naar de denkgeest, de bron van
iedere ervaring. Iedere stap van vergeving versterkt onze identificatie met Jezus
en verzwakt onze identificatie met het lichaam. Uiteindelijk zal zijn
identiteit en zijn ervaring de onze worden, omdat we dan aanvaard hebben wat er
altijd al was.