|
V#782 (i): Is pijn werkelijk? Les 190
“Ik kies de
vreugde van God in plaats van pijn” zegt: “Want pijn verkondigt dat God
wreed is. Hoe zou ze in enige vorm werkelijk kunnen zijn?” (WdI.190.1:5-6) Als pijn veroorzaakt wordt door andere mensen, kan ze dan
werkelijk zijn? Voor Jezus stierf leed hij veel pijn tijdens zijn lijdensweg,
toen hij door andere mensen gemarteld werd. Was deze pijn werkelijk of was dat een
illusie? A: Soms spreekt Jezus in Een cursus in wonderen alleen over de absolute waarheid, waar hij
waarheid en illusie tegenover elkaar stelt. Op dat niveau (niveau één) zijn
alleen God en het Hemelrijk werkelijk; al het andere is een illusie. Dat is het
niveau waarop Jezus spreekt in de door jou aangehaalde uitspraken. Een ander
voorbeeld van niveau één vind je in de derde alinea: “Als God werkelijk is, is er geen pijn. Als pijn
werkelijk is, is er geen God” (WdI.190.3:3-4). Jezus zegt dus dat in geen enkele betekenis pijn werkelijk kan
zijn. Als ze werkelijk was, zou er geen God kunnen zijn. Jezus spreekt ook tot ons op een ander niveau
(niveau twee), omdat wij denken dat
er buiten de Hemel een werkelijkheid bestaat. Wij denken dat we werkelijk zijn
en dat we in een werkelijk fysiek universum bestaan. Hoewel Jezus weet dat een
bestaan buiten de Hemel niet werkelijk is, spreekt hij tot ons alsof dat wel zo
was, omdat dat alles is wat wij kunnen begrijpen. Hij wil ons helpen de les te
leren dat we nooit pijn zouden kunnen ervaren, als we in onze denkgeest niet de
beslissing hadden genomen ons een slachtoffer te voelen. En de oorzaak daarvan
is alleen maar dat we onze schuld vanuit onze denkgeest op iets van buitenaf
proberen te projecteren. Niets in de wereld of wat het lichaam betreft, is dus
wat het lijkt te zijn. Alles is het gevolg van een oorzaak, wat altijd een
beslissing is die in de denkgeest is genomen. Wat de lijdensweg betreft, legt Jezus in het
Tekstboek uit dat wat er in de Bijbel over zijn kruisiging staat, niet correct
is weergegeven. Zie hiervoor:
“Verzoening zonder offer” (T3.I); en “De boodschap van de kruisiging” (T6.I).
Hij zag zichzelf niet als een offerlam of als iemand die vervolgd werd. Dat is
juist zo radicaal in de Cursus: hij onderwijst dat alles in onze denkgeest
gebeurd. Er was geen schuld in zijn denkgeest en dus kon hij geen pijn ervaren,
in weerwil van wat zijn lichaam leek te overkomen. Op dezelfde manier
onderwijst hij ons dat de opstanding
niets te maken had met zijn lichaam. De opstanding
verwijst naar ons ontwaken uit de droom dat we afgescheiden zijn van God en
dat we schuldige zondaars zijn die straf verdienen. In die zin had de
opstanding al plaats vóór de
kruisiging. Het zou behulpzaam kunnen zijn het boek ‘A Course in Miracles and Christianity:
A dialogue’ te lezen, geschreven door Kenneth Wapnick en een katholieke
priester-filosoof/theoloog. Deze dialoog tussen twee vrienden toont de belangrijkste
verschillen tussen het traditionele bijbelse christendom en de leringen van de
Cursus. Van het begin tot het einde wordt uiteengezet dat het twee
onverenigbare denksystemen zijn. Het is niet zo dat je beide systemen niet kunt
beoefenen, maar het kan helpen je bewust te worden van de verschillen tussen de
twee. |