|
V#713. Wat of wie is de
keuzemaker? Ik heb de twee andere vragen en
antwoorden over de keuzemaker bekeken en ik hoop nog een uitgebreidere reactie
te krijgen. Het lijkt erop dat de keuzemaker op een of andere manier verband
houdt met de Heilige Geest, om zo bijvoorbeeld voor vergeving en ‘tegen’ het
ego te kiezen. Is de keuzemaker misschien hetzelfde als het bewustzijn van
zowel het ego als de Heilige Geest? Is hij neutraal, en zo ja, bestaat er wel
iets dat werkelijk neutraal is? Wanneer ik me gewaar ben van dit bewustzijn
waarin de impuls opkomt om mijn broeders onschuld te zien, waarom is dit dan
niet de Heilige Geest, die bemiddelt in de droom door middel van zijn antwoord
van vergeving? Bijvoorbeeld: ‘wie’ leest Een cursus in wonderen om me te
helpen herinneren dat vrijheid mijn natuurlijke staat is? Is dit het Ik van het
Zelfonderzoek dat Ramana Maharshi ons leert, waarbij we vragen ‘Wie ben ik?’ en
we vervolgens onze aandacht dieper en dieper laten doordringen in dat
bewustzijn, wetende dat het antwoord uiteindelijk verlichting is? Is het kraken
van dit mysterie de grote Stap - onze uiteindelijke bevrijding? Help me
alsjeblieft! A: Om te
beginnen komt de term keuzemaker niet in de Cursus voor, behalve één
keer in het Handboek voor Leraren, maar dan in een andere context. (H5.II.1:7)
Maar het is door de hele Cursus heen duidelijk, dat Jezus spreekt over een
vermogen van de denkgeest buiten tijd en ruimte om te kiezen tussen het ego en
de Heilige Geest. Dit wordt op verschillende manieren gekarakteriseerd, zoals:
kruisiging en opstanding, moord en liefde, schuld en onschuld, afscheiding en
Verzoening. Dit vermogen kan zich met allebei de denksystemen identificeren,
maar het identificeert zich nooit niet met een van beide. In die zin is
het nooit neutraal. Aldus kan het beschouwd worden als een derde deel van de
denkgeest en daar gaat het om wanneer Jezus ons vraagt te overwegen: “Wie is
de ‘jij’ die in deze wereld leeft?”(T4.II.11.8) De ‘jij’ die “Een cursus in
wonderen leest om je te helpen herinneren dat vrijheid je natuurlijke staat
is” is de keuzemaker die ervoor gekozen heeft zich te identificeren met de inhoud
van zijn juiste denken in de vorm van student zijn van de Cursus. In deze
context kan de Heilige Geest beschouwd worden als de herinnering aan ons
ware Zelf in onze denkgeest. De impuls tot vergeving is dan een weerspiegeling
van de keuze om ons onze ware Identiteit te herinneren door onze ontkenning
ervan te ontkennen. [Het ego is de ontkenning van de waarheid. De ontkenning
van deze ontkenning brengt ons weer terug bij de waarheid. –vert.] De Heilige
Geest is een Bemiddelaar, maar alleen in symbolische zin: Hij vertegenwoordigt
in onze denkgeest de Liefde, die we verkozen te verwerpen, maar die onaangetast
blijft door onze keuze en die ons altijd uitnodigt terug te keren naar onze
eenheid met Haar. Er zijn twee belangrijke punten
om in gedachten te houden bij dit soort discussies. Ten eerste: we spreken over
symbolen – in wezen een mythologische karakterisering van een proces dat
plaatsvond (niet in werkelijkheid natuurlijk) vóór er ooit een menselijk
intellect of menselijk brein was (de gevolgen van onze wens om te zijn wie we niet
zijn). Daarom kunnen onze pogingen om het concept binnen menselijke
intellectuele categorieën te plaatsen – hoewel tot op zekere hoogte behulpzaam
– nooit succesvol zijn. Omdat de afscheiding onwerkelijk is, beschrijven we bovendien
iets dat als zodanig illusoir is. Ten tweede: de kern van de
strategie van het ego is de onderdrukking van ons bewustzijn dat we denkgeesten
zijn buiten tijd en ruimte. In plaats hiervan houdt het ego onze overtuiging in
stand dat we beperkte fysieke wezens zijn. Dit is belangrijk, want het betekent
dat onze pogingen om een exact begrip te krijgen van dit keuzemakende vermogen
tekort schieten in de mate dat we nog met het ego geïdentificeerd zijn – want
dan zouden we tegen onszelf vechten. De focus van ons werk met de Cursus moet
daarom het ongedaan maken van deze identificatie zijn. Dat is het pad van de
Cursus, in tegenstelling tot andere paden.
Begrip neemt ons een eindje mee op onze reis, maar het is niet het doel van ons
werk – in die zin is er geen “mysterie om te kraken”. In het licht van wat tot dusver
is gezegd, lijken er verschillen te zijn tussen het Zelf dat Ramana Maharshi
beschrijft en het begrip ‘keuzemaker’ van de Cursus. Er zijn ook
overeenkomsten, in zoverre dat de keuzemaker tevens ‘waarnemer’ is. Uiteindelijk
komen we allemaal op dezelfde plaats terecht, daar kunnen we gerust over zijn.
De spirituele wegenkaarten verschillen van elkaar, maar dat maakt de ene niet
beter dan de andere. De lessen in het eerste deel van het Werkboek zetten het
proces in gang om ons opnieuw bewust te maken van onszelf als keuzemakende
denkgeesten, maar het terugvinden van dat bewustzijn is vanuit de Cursus gezien
nog geen verlichting. We moeten dát niveau van zelfbewustzijn zien te bereiken
waarop we kunnen herkennen dat we altijd kiezen, wat we kiezen,
en waarom we ervoor kiezen. Kortom, het doel van dit proces is dat we
duidelijk zien dat we uiteindelijk voor waanzin kiezen, waarom we dat doen en dat er een Alternatief is dat
we kunnen kiezen. Naarmate ons vertrouwen in Jezus groeit wordt het steeds
gemakkelijker om tegen waanzin te kiezen: “Wie, die zich door Gods Liefde gedragen weet,
kan de keuze tussen wonderen en moord moeilijk vinden?” (T23.IV.9:8). Wanneer
die keuze voor eens en altijd gemaakt is – dat wil zeggen dat er geen terugkeer
naar het ego is – dan is het vermogen van de keuzemaker niet langer nodig en is
onze denkgeest hersteld tot zijn natuurlijke staat van Eenheid-van-denken. Dit
is het Zelf dat buiten individualiteit en waarneming staat – onbegrijpelijk
voor ons die nog steeds geïdentificeerd zijn met specifieke zaken en vormen. |