|
V#68: Het lot van de
denkgeest na de dood van het lichaam. Wat gebeurt er met de denkgeest na het
overlijden van het lichaam? Gaat de denkgeest naar huis en verenigt hij zich,
hoewel hij nooit wegging? Wat gebeurt er met het ego? Waar kan ik dit antwoord
vinden in het Tekstboek? A: Het
antwoord op je vraag ligt in het begrijpen van het onderwijs van de Cursus over
leven en dood, en het contrast tussen wat de Cursus ons leert en de versie van
het ego. Het is heel belangrijk om je te realiseren dat de
Cursus aan de dood refereert als een keuze in de denkgeest om de definitie van
het ego te geloven van wie we zijn: een zondig, angstig, schuldig en
afgescheiden individu dat gevangen zit in een lichaam. Deze overtuiging
is de manier van het ego om een doodsklap toe te brengen aan ons bewustzijn van
wie we in werkelijkheid zijn als Gods onschuldige Zoon. En dit is wat de Cursus
‘dood’ noemt. Wanneer de Cursus over ‘leven’ spreekt, verwijst hij altijd naar
ons leven in de Hemel met God. “Er is
geen leven buiten de Hemel” (T23.II.19:1). In dat licht
gezien, zijn er diverse passages in de Cursus over de dood, de denkgeest, het
lichaam en het ego die behulpzaam zijn bij het begrijpen van de punten uit je
vraag. De Cursus vertelt dat de denkgeest niet in het lichaam
is: “Hij (de denkgeest) kan geen lichaam maken, noch in een lichaam
wonen”(WdI.167.6:3); “Denkgeest en lichaam kunnen niet beide bestaan. Doe
geen poging de twee te verenigen, want de een ontkent
dat de ander werkelijk kan zijn. Als jij lichaam bent, is je denkgeest uit je
zelfconcept verdwenen, want hij heeft dan geen plaats waar hij werkelijk deel
van jou zou kunnen zijn. Als jij geest bent, kan het lichaam voor jouw
werkelijkheid geen enkele betekenis hebben” (WdI.96.3:4-7). Daarom kan er geen enkele verandering
zijn in de toestand van de denkgeest als het lichaam sterft. Er gebeurt niets
met de denkgeest en hij gaat nergens heen. Dit is voor ons moeilijk te
begrijpen omdat we ons meestal identificeren met het lichaam. Maar dit is wel
essentieel om de leer van de Cursus te begrijpen. Het klopt als je zegt dat in
waarheid de denkgeest nooit zijn thuis in de Hemel heeft verlaten, waar hij in
Eenheid verblijft. Onze illusoire ervaring in deze droom is het resultaat van
een gedachte in de slapende denkgeest van de Zoon, die gelooft dat de
afscheiding echt gebeurd is. De denkgeest keert niet terug naar huis wanneer
het lichaam sterft. De denkgeest keert terug naar huis wanneer hij een
definitieve keuze maakt om de Verzoening te aanvaarden en zich niet langer te
identificeren met het egodenksysteem. Dan ontwaakt hij tot de waarheid dat hij
de Hemel nooit verlaten heeft en zich nooit heeft afgescheiden van zijn Bron. Ook het ego is niet in het lichaam. Het
ego is de gedachte van afscheiding in de denkgeest, die niet verandert vanwege
de dood van het lichaam: “Het ego is dat
deel van de denkgeest dat in verdeeldheid gelooft” (T5.V.3:1). Het ego is
niet in het lichaam, maar identificeert zich wel met het lichaam.
Ook wij identificeren ons met het lichaam wanneer we het egodenksysteem kiezen.
Om die reden aanvaarden we de lichamelijke ervaring van sterven en geloven we
dat het betekenisvol is. Met het ego zien we de dood als “…de centrale droom waaruit alle illusies voortkomen… Het is de enige
vaste, onveranderlijke overtuiging van de wereld dat alles erin slechts geboren
wordt om te sterven. Dit wordt beschouwd als ‘de loop der natuur’ waaraan niet
mag worden getornd, maar die als de ‘natuurlijke’ levenswet dient te worden
aanvaard” (H27.1:1,4,5). Hoewel het ego - als
gedachte in de denkgeest - niet sterft bij het overlijden van het lichaam, is
het geobsedeerd door de dood. Het is er bang voor, het streeft ernaar, en het
gebruikt de dood om zijn eigen werkelijkheid en die van het lichaam te
bewijzen. Het kan behulpzaam zijn om “De
aantrekkingskracht van de dood” (T19.IV-C) nog
eens te lezen. Door onze overtuigingen te onderzoeken
over wie we denken te zijn, leren we
tot een nieuwe identiteit te komen, en zo maken we onszelf vrij om de boodschap
van de Heilige Geest te aanvaarden over wie we werkelijk zijn. Die ervaring zal ons in staat
stellen om de dood van het lichaam anders te zien en onze denkgeest te openen
voor een nieuwe waarneming en ervaring van het leven waar de Cursus over
spreekt: “Wanneer je lichaam, je ego en
je dromen verdwenen zijn, zul je weten dat jij eeuwig duurt. Misschien denk je dat dit bereikt wordt
door de dood, maar niets wordt door de dood bereikt, omdat de dood niets is.
Alles wordt door het leven bereikt, en leven is van de denkgeest en in de
denkgeest. Het lichaam leeft noch sterft, omdat het jou niet bevatten kan, jij die leven bent” (T6.V-A.1:1-4). |