|
V#67: Het bereiken van een juiste gerichtheid-van-denken. Ik heb een probleem met het
bereiken van een ‘juiste gerichtheid-van-denken’. Tijdens mijn stille meditatie
kan ik gewoonlijk tamelijk helder denken over de metafysische leringen van de Cursus
en voel ik me er heel gemotiveerd door. Maar zodra ik terug ben in de illusoire
droom, lijk ik snel terug te keren naar een ‘onjuiste gerichtheid-van-denken’. Het
probleem is dat de hele wereld die we zien gebouwd lijkt te zijn op een ‘onjuiste
gerichtheid-van-denken’, waardoor het moeilijk is om hier iets te doen of te denken
vanuit een juiste denkgerichtheid. In feite lijkt het bereiken van een ‘juiste
gerichtheid-van-denken’ me vaak moeilijker dan het beschouwen van de metafysica.
Ik weet dat Jezus, of de Heilige Geest, altijd aanwezig is om te helpen, als we
maar een beetje bereidwilligheid tonen. Ik neem aan dat ik het maar gewoon moet
blijven proberen, en doorgaan met studeren. Alle suggesties zijn welkom. A: Misschien is het nuttig om een juiste gerichtheid-van-denken
te bezien als het zonder oordeel kijken naar je onjuiste staat van denken. Je
hoeft niet tegen een onjuiste gerichtheid-van-denken te vechten, je hoeft er alleen
maar naar te kijken zonder jezelf te veroordelen dat je in die staat bent. Als je
zonder oordeel naar je onjuiste denkstaat kunt kijken, al is het maar kortstondig,
dan heb je je ego terzijde geschoven, want het ego zou nooit zonder oordeel
kijken. Dit is de kern van het genezingsproces. Het gaat er niet om te proberen
om je onjuist gerichte gedachten te stoppen, maar alleen om jezelf niet neer te
halen omdat je die hebt. De definitie van vergeving in het Werkboek helpt ons
dit in onze aandacht te houden: Vergeving
“is stil en doet in alle rust niets… Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet”
(WdII.1.4:1,3). Als student is onze aandacht dan ook niet gericht op het
doen van dingen in de wereld vanuit een juiste gerichtheid-van-denken, en ook
niet op het verbannen van onjuist gerichte gedachten. Onze aandacht is eerder gericht
op het leren kijken naar ons ego zonder onszelf of anderen te veroordelen voor
het hebben van een ego. Het lijkt altijd alsof dat niet
volstaat en dat we meer zouden moeten doen dan alleen maar kijken zonder
oordeel. Maar dat is dan het ego dat stiekem probeert de zaken wat
ingewikkelder te maken, en onze aandacht te verschuiven van de inhoud van onze denkgeest
naar ons gedrag in de wereld. Jezus vertelt ons telkens weer dat we bezig zijn met
het ongedaan maken van een
gedachtesysteem dat volledig illusoir is. In deze zin zegt hij over het wonder:
"Het slaat slechts verwoesting gade,
en herinnert de denkgeest eraan dat wat die ziet onwaar is" (WdII.13.1:3).
Dus denken op een juist gerichte manier houdt in dat je kijkt naar de
verwoesting die onze wereld uitmaakt, maar zonder enig gevoel van oordeel of
schuld. Dit zo goed mogelijk beoefenen zal tot resultaat hebben dat we ons
geleidelijk aan steeds minder met ons valse zelf vereenzelvigen, en dus steeds
minder bang zijn voor het pad dat ons voorbij het valse zelf naar het aanvaarden
van Jezus' liefde als onze enige werkelijkheid leidt. Oordelen over onszelf,
anderen, of de wereld is een verdediging die ons zelf en de wereld heel
werkelijk houdt, en die Jezus’ liefde op een ‘veilige afstand’ van ons houdt. Uiteindelijk zijn wij alleen
verantwoordelijk voor de leraar met wie we naar de wereld verkiezen te kijken. Als
we door de ogen van het ego naar de wereld kijken, zullen we ons uiteindelijk schuldig
voelen. Als we de liefde van Jezus als onze ‘ogen’, kiezen, zullen we door niets
uit ons evenwicht worden gebracht. Wanneer we uit evenwicht zijn, hoeven we onszelf
er alleen maar met zachtheid aan te herinneren dat we de verkeerde leraar
gekozen hebben, en dat is niet zondig. Dat is al wat we hoeven te ‘doen’ om een
juiste gerichtheid-van-denken te hebben. |