|
V#65: Kun je een omschrijving geven van de ‘denkgeest’, de
aard ervan en hoe deze wordt ervaren? A: Er is in de Cursus geen definitie van denkgeest te vinden die gemakkelijk of eenvoudig te begrijpen is, omdat
de betekenis afhangt van de context waarin het woord gebruikt wordt. Bovendien
is zijn ware aard abstract en bestaat hij - in welke betekenis ook - buiten
tijd en ruimte. We zullen dus met geen enkele verklaring volkomen tevreden
zijn. Want we proberen het begrip denkgeest
te bevatten met een beperkt (en illusoir) deel ervan: de gespleten denkgeest. En tijd en ruimte zijn in
feite miscreaties van de gespleten denkgeest
zelf, en niet de dimensies waarin hij werkzaam is. Het is misschien behulpzaam er eerst op te
wijzen dat de manier waarop het begrip denkgeest
in de Cursus wordt gebruikt verschilt van de betekenis die er in bijna alle andere
denksystemen aan gegeven wordt. Bijvoorbeeld in Oosterse religies verwijst de denkgeest enkel naar het valse zelf
van het ego, dat gevangen zit in illusies. En verschillende wetenschappelijke
disciplines, zoals de psychologie en de neurologie, hebben een reductionistische
kijk op de denkgeest en brengen deze
terug tot een epifenomeen of bijverschijnsel, een manifestatie van de fysische/chemische/elektrische
activiteit van de hersenen. Zelfs Freud, wiens belangrijke inzichten over de denkgeest geïntegreerd zijn in de uiteenzetting
over het ego in de Cursus, aanvaardde zonder enige bedenkingen de organisch
oorsprong ervan. In de Cursus is de meest
uitgebreide bespreking van de term ‘denkgeest’
te vinden in de eerste paragraaf van de Verklaring van termen: Denkgeest
– Geest (VvT1). Hier wordt de denkgeest omschreven als “het
activerend beginsel van de geest… die deze van creatieve energie voorziet. … Geest
is de Gedachte van God die Hij naar Zijn gelijkenis heeft geschapen” (VvT1.1,3).
Maar aangezien we ons van de aard van geest of God geen voorstelling kunnen maken,
en schepping niets met vorm te maken heeft, werpt deze definitie niet veel
licht op de betekenis van de term ‘denkgeest’. Wanneer de Cursus verwijst naar
de denkgeest op dit niveau – onze
ware werkelijkheid als geest – wordt de term gewoonlijk met een hoofdletter
geschreven. Deze verwijst dan ofwel naar God of naar Christus, Zijn volmaakte
en volkomen met Hem verenigde Zoon (VvT1.1:2).
Er valt over de denkgeest op dit niveau verder niet veel te zeggen. Zijn
ervaring is uitsluitend er een van volmaakte eenheid, zonder enige
gewaarwording van verschillen of onderscheidingen van welke aard ook, omdat
deze niet werkelijk zijn. Er valt meer te zeggen,
hoewel nog altijd niet gemakkelijk te begrijpen, als we naar het niveau gaan van
de gespleten denkgeest of “individuele
denkgeest” (VvT1.2:3).
Deze lijkt te ontstaan wanneer de Zoon van God schijnbaar in slaap valt en
droomt dat hij afgescheiden van zijn Vader kan zijn. Dit “andere deel van de denkgeest
is volledig illusoir en maakt alleen illusies” (VvT1.4:1). Op dit niveau ervaart de denkgeest “het bewuste, het ontvangstmechanisme” (VvT1.7:3,4), dat noodzakelijkerwijs een
scheiding inhoudt tussen waarnemer en wat wordt waargenomen, als deel van de
illusie. Het is alleen op dit niveau dat er een keuze lijkt te bestaan, want in
onze werkelijkheid als geest kan er geen keuze zijn, omdat hier immers geen
verschillen of onderscheidingen bestaan. Het is binnenin deze illusoire gespleten denkgeest dat alles wordt
ervaren waarvan we geloven dat het solide, buiten ons en echt is. De Cursus maakt
een onderscheid tussen de twee delen van deze denkgeest, ofwel twee manieren van
denken binnen deze denkgeest. De
onjuiste gerichtheid-van-denken vertegenwoordigt de keuze om te luisteren naar
de stem van het ego, of het valse zelf. De juiste gerichtheid-van-denken
vertegenwoordigt de keuze om te luisteren naar de Stem van de Heilige Geest, de
weerspiegeling van ons ware Zelf of Denkgeest
(VvT1.5:1,2). Hoewel de Cursus
probeert ons ervan bewust te maken dat Denkgeest
onze ware werkelijkheid is, is wat hij onderwijst alleen op de gespleten denkgeest gericht. Het doel
van de Cursus is onze gespleten
denkgeest te trainen zich te herinneren dat hij een keuze te maken heeft
(VvT1.7:1), want hij heeft het ego
aangenomen als zijn enige werkelijkheid en is vergeten dat het ego slechts een
keuze is. De Cursus helpt ons dus om de gevolgen in te zien van een keuze voor
het ego – zonde, schuld, angst, pijn, verlies, en dood – en herinnert ons eraan
dat er een andere keuze is – de Heilige Geest – die de deur opent voor een totaal
andere soort ervaring, gebaseerd op vergeving – vrede, vreugde, en liefde. In
de loop van de tijd zal de Cursus onze gespleten
denkgeest terugleiden naar het oorspronkelijk punt waar we een ogenschijnlijk
onomkeerbare keuze voor het ego gemaakt hebben. En nu kunnen we een nieuwe
keuze maken en ons onttrekken aan tijd en ruimte. Dan worden we ons bewust van de
werkelijke wereld, de totaal vergeven wereld. Van hier af is het nog maar één
laatste stap die God Zelf zal ‘zetten’ en die ons terugbrengt naar de heelheid van
geest en de eenheid van Denkgeest
die we in werkelijkheid nooit verlaten hebben (VvT1.5:2-4). |